Kerkbelasting geeft Poolse kerk een knauw

De nieuwe kerkbelasting in Polen lijkt een goede deal voor de kerk. In theorie levert die in het zwaar-katholieke land extra geld op. De kans is echter groot dat de vrijwillige afdracht vooral de ontkerkelijking zichtbaar zal maken.

De Poolse kerk is in rep en roer en dus ook de politiek. Levert de nieuwe kerkbelasting de clerus meer, of minder geld op? Achter het gereken doemt een ander probleem op: de ontkerkelijking wordt zichtbaar.

Menige Poolse priestervinger heeft zich de laatste tijd zenuwachtig over het toetsenbordje van een rekenenmachine bewogen. 0,3 procent van de belastinginkomsten voor de kerk. Op het eerste gezicht is dat geen slechte deal. 90 procent van de Polen is immers gelovig katholiek. 0,3 procent van 90 procent van de belastinginkomsten levert een slordige 40 miljoen euro op. Dat is ruim 7 miljoen euro meer dan wat de kerk nu krijgt uit het zogeheten kerkenfonds.

De centrum-rechtse premier, Donald Tusk, wil dit fonds afschaffen in ruil voor een stukje van de belastinginkomsten. De bisschoppen stelden zelf vorig jaar voor dat de gelovige burger 1 procent van zijn belastingafdracht direct aan de kerk mag geven. Als het zou lukken te onderhanden met de regering en het percentage van 0,3 op te krikken, tot 0,4, of 0,5, dan lijkt het een goede deal voor de kerk.

Dat is ook het scenario dat Tadeusz Bartos schetst in een interview met de Poolse Newsweek: "Deze percentages zijn het startpunt van onderhandelingen. De partijen worden het wel eens over een half procent." De voormalige dominicaan is de horzel in de pels van de Poolse kerk. Als enige Pool waagde hij het na zijn uittreding een boek te schrijven dat kritiek levert op de Poolse paus.

"In dat boek formuleer ik het nog heel voorzichtig", zegt hij in zijn appartement in het centrum van Warschau. "Nu zou ik scherpere bewoordingen gebruiken. Polen is de laatste jaren veranderd."

Dat die verandering zo lang op zich heeft laten wachten, was te danken aan Johannes Paulus II. De paus was al bij leven een nationale heilige en zijn kerk was boven elke kritiek verheven. "Sinds zeven jaar kan de kerk zich niet meer verschuilen achter de witte mantel van een Poolse paus", concludeerde Newsweek. "En aangezien de kerk die zeven jaar grotendeels heeft zitten slapen, is het pijnlijk wakker worden."

De rinkelende wekker is het voorstel van de regering. Want hoe de deal van premier Tusk ook uitpakt, het feit alleen al dat de financiën van de kerk ter sprake komen, is een schok. En dan nog de manier waarop. In plaats van lange onderhandelingen in de stilte der achterkamertjes, werden de bisschoppen volledig verrast door Tusk, die het voorstel bekendmaakte op een persconferentie.

"Toen ze de kerk nodig hadden, schuilden zelfs zij onder de klokkentoren, die tegenwoordig de kerk bestrijden", was de woedende reactie van primaat en aartsbisschop Jozef Kowalczyk. De kerk bood tijdens het communisme onderdak aan de democratische oppositie. Daaraan ontleende ze de afgelopen 23 jaar het leeuwendeel van haar autoriteit en privileges in de politiek.

Zo kon een speciale commissie twintig jaar lang achter gesloten deuren de kerk compenseren voor bezittingen die de communisten na de oorlog afpakten. Waar de gewone burger kan fluiten naar de geconfisceerde landerijen van opa, kreeg de kerk in stilte alles wat ze wilde. Het ging pas mis toen er gevallen van omkoping en evidente zwendel aan het licht kwamen.

De media begonnen te rekenen, voor zover er iets te rekenen viel, want de financiën van de kerk zijn bepaald niet transparant. Het kerkenfonds, catechesatie op school, subsidie voor katholieke weldadigheid kosten de Poolse belastingbetaler jaarlijks ongeveer 125 miljoen euro. Een fors bedrag in tijden waarin de regering steeds grotere offers vraagt om het begrotingstekort buiten het schootsveld van kredietbeoordelaars te houden.

Het regeringsvoorstel is onderdeel van een kamerbrede pensioenhervorming. Voor de kerk staat er echter veel meer op het spel dan de pensioenpremies van haar priesters. Polen mogen straks zelf beslissen of zij een fractie van hun belastinggeld naar de kerk sturen. Hoeveel zullen dat doen? Bij 90 procent ontvangt de kerk 120 miljoen zloty, maar een veelgehoorde schatting houdt het op 40 procent, het percentage dat elke zondag naar de kerk gaat.

Een paar miljoen minder is vervelend, maar erger is dat de ontkerkelijking voor het eerst statistisch zichtbaar wordt. De kerk kan zichzelf nu nog presenteren als belichaming van de natie die voor 90 of 95 procent katholiek is. Die mythe is vol te houden, door alleen naar de doopstatistieken te kijken. Met het belastingformulier als stembiljet laten de Polen zien wat er na 22 jaar sluipende ontkerkelijking over is van de 'katholieke Poolse natie'.

Bovendien: wie betaalt, stelt eisen. Ontelbaar zijn nu nog de verhalen over priesters die deze of gene sacramenten weigeren, omdat de persoon in kwestie niet genoeg zloties op tafel legt. Straks zijn de rollen omgekeerd, want de pastoor heeft geen inzage in het belastingformulier van zijn gelovigen.

Afgelopen najaar meldde zich de eerste openlijk anti-klerikale fractie in het parlement. Steeds luider klinkt de stem van de jongste generatie, die het communisme niet meer heeft meegemaakt, maar wel de verplichte katholieke catechesatie op school. Het ziet ernaar uit dat premier Tusk onbedoeld de opkruipende secularisering een flinke zet geeft.

Behalve Polen, is ook Tsjechië in de greep van het thema: 'kerk en geld'. 70 procent van de Tsjechen is mordicus tegen teruggave of compensatie van de bezittingen die de communisten na de oorlog van de kerk afpakten.

Achtereenvolgende regeringen in Praag worstelden met het restitutievraagstuk. Een rechtbank bepaalde echter dat de regering geen keuze heeft. Onder fel protest van sociaal-democraten en communisten stemde vorige maand een nipte parlementaire meerderheid in met de teruggave, die de schatkist de komende 30 jaar tussen de 59 en 96 miljard kronen (2,5 tot 2,8 miljard euro) gaat kosten.

De situatie verschilt nogal van die in Polen. Polen is een van de meest religieuze landen in Europa, Tsjechië een van de meest ontkerkelijkte. Bovendien is de katholieke kerk geen quasi-monopolist, zoals bij de noorderburen.

Tsjechië is bovendien het enige land in de regio dat geen concordaat heeft met het Vaticaan, waarin de positie van de katholieke kerk wordt vastgelegd.

Uitgaven voor de kerk die in een concordaat zijn vastgelegd kunnen, zonder instemming van het Vaticaan, niet worden gewijzigd door nationale parlementen. Hongarije liep in 2006 tegen dat probleem aan. Het Hongaarse begrotingstekort liep in dat jaar op tot 10 procent. De minister van financiën reisde naar Rome, maar keerde met lege handen terug. Krachtens het concordaat uit 1997 worden katholieke scholen gefinancierd door de staat en de burger kan een procent van zijn belasting naar een kerk van keuze sturen.

Voormalig Oostblok worstelt met kerkfinanciën

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden