'Kerk Zuid-Afrika is in verwarring en zwijgt'

“Godsdienst heeft een uiterst kwalijke rol gespeeld, maar is volgens velen ook een beslissende factor in het proces van overgang naar een nieuwe tijd.” Zo heeft de Nederlandse Zendingsraad deze avond over verzoening in Zuid-Afrika aangekondigd. Duidelijk wordt verwacht dat ik hier vertel dat religie figureert in een centrale rol binnen het verzoeningsproces in Zuid-Afrika. Ik vrees dat ik u ga teleurstellen: ik geloof niet dat geloof - en met name het christelijk geloof - zo beslissend is voor de transformatie van ons land.

CARL NIEHAUS

Ik zeg dat enigszins beduusd, want ik zou graag zien dat het anders was. Het probleem speelt vandaag in de bredere context van de vraag of het christelijk geloof, de kerk nog werkelijk een beslissende factor voor verzoening in de wereld is. Als ik kijk naar de kerk nu en haar gebrek aan boodschap voor dit tijdsgewricht, vrees ik dat het antwoord negatief is.

Dat lijkt op vloeken in de kerk, maar het is tijd om enige illusies af te schudden, die er nog zijn over de invloed en het belang van geloof in onze samenleving. Ja, de plaats van godsdienst is in Zuid-Afrika een andere dan die in het seculariseerde Nederland, maar daarmee niet noodzakelijkerwijs zoals de Zendingsraad veronderstelt.

Gelovigen zullen het met mij eens zijn dat godsdienst een centrale rol behoort te spelen in het streven naar vrede en verzoening. De bijbel en de heilige geschriften van de wereldgodsdiensten bevestigen dit. De christenen onder ons weten dat Christus zelf zijn hele leven de verpersoonlijking hiervan is geweest. Toch weet iedereen met enige kennis van de wereldgeschiedenis dat daar maar weinig van terecht is gekomen. Oorlogen hebben gewoed, mensen zijn afgeslacht, volken uitgemoord. Dat gaat maar door tot in Bosnië en Rwanda. Toch werden oorlogen ook weer beeindigd, werd er vrede gesloten. Zo kregen mensen die elkaar hadden verminkt, gehaat, vermoord, het recht om weer samen te leven en konden hun kinderen op elkaar verliefd worden. Het is de eb en vloed van de geschiedenis in persoonlijke belevenissen en tegenstrijdigheden, zoals Dostojevski en Tolstoj zo aangrijpend beschrijven.

Misschien is het grootste probleem (vrees?) van ons gelovigen wel dat religie in veel gevallen zo bitter weinig te doen had met de werkelijke reden waarom het vrede werd; de tragedie is dat godsdienst veel vaker de oorzaak van oorlogen was. Wij zijn beduusd en beginnen te twijfelen aan ons geloof en onze eigenwaarde. Het lijkt me de grote vrees van de kerk, maar ook van individuele christenen: dat in de besluitvorming jouw geloof er eigenlijk niet meer veel toe doet, of nog pijnlijker, dat jijzelf niet zo belangrijk bent. Wij christenen lijken schaduw-mensen, die druk zijn in onze grote half-lege kerken met hun hoge torens en versiering - wat getuigt van vervlogen tijden -; ondertussen gaat de hoofdstroom zodanig aan ons voorbij en dragen wij niets meer tot vrede bij.

Een eigen ervaring. Drieënhalf jaar geleden werd ik op een middag in het ANC-kantoor in Johannesburg opgebeld. Toen ik de stem hoorde werd ik ijskoud. Het was de politieman die mij in de gevangenis had ondervraagd en gemarteld. Maar het was niet dezelfde arrogante stem die mij toen midden in de nacht wakker schreeuwde of mij knarsetandend dreigde dat ik moest praten of anders als een hond zou verrekken. Dit nu was een onzeker stamelende stem, dringend vragend of hij mij alsjebleieft mocht spreken. In brokkelige zinnen vertelde hij dat hij een zenuwinstorting had gekregen, omdat hij niet meer door kon gaan met wat zijn bazen van hem vergden. Toen hij voor hen niet meer van nut was hadden ze hem naar een afgelegen dorp aan de westkust gestuurd. Daar had hij, uitgestoten en vergeten, tussen stoffige papieren met zichzelf in het reine moeten zien te komen. Ik vroeg hem of ik hem de volgende dag terug kon bellen. Die nacht worstelde ik met de vraag of ik de man moest zien. Uiteindelijk besloot ik van wel en hij was meteen op de motor gesprongen, 1500 km naar Johannesburg. Twee dagen later ontmoetten we elkaar in het hotel. Hij was nog maar een schim van de grote, gespierde man die mij met één klap uit de stoel in zijn kantoor had geslagen. Hij beefde over zijn hele lijf; het zweet stond op zijn voorhoofd.

Het was duidelijk dat hij een onweerstaanbare behoefte had mij te vertellen wat voor vreselijke dingen hij zijn arrestanten had aangedaan: mensen met elektrische schokken bewerkt, onder de kraan gehouden tot verdrinkens toe en heel wat andere martelmethodes. Hij wilde alles in de openbaarheid brengen en hij vroeg mij hem daarbij te helpen. Later heeft hij inderdaad getuigd voor de Waarheids- en verzoeningswcommissie.

Aan het einde van het gesprek vroeg hij mij hem te vergeven. Dit was misschien de moeilijkste vraag die mij ooit is gesteld. Hoe graag ik het ook wou, ik kon hem niet zeggen dat ik hem vergaf, alleen dat ik het wilde proberen. Zels nu, nadat hij voor de commissie is verschenen, kan ik het nog niet. Ik ben het nog steeds aan het proberen.

Een paar weken geleden bezocht ik een bedrijf in de Rotterdamse haven dat baggerschepen bouwt. Aan de buitenzijde van een van de boten in aanbouw was een stukje blank, ongeverfd metaal gehecht dat geen duidelijke functie had. Ik vroeg mijn gastheer waar dat voor was en hij antwoordde dat het 'opofferingsmetaal' was, dat de ergste roest uit het zoute water aantrekt en daarmee de rest van het schip helpt beschermen. Ik moest weer denken aan het gezicht van die zwetende politieman, ook zo'n 'offer' dat de aandacht moest afleiden van degenen die hem opdroegen om te martelen. Zelfs als ik me bedenkt dat ook hij een slachtoffer is kan ik hem nog niet vergeven.

De verscheurdheid van de kerk ten tijde van de apartheid is redelijk bekend. Aan de ene kant de Nederduits Gereformeerde Kerk (NGK, voor blanken) die met haar theologie van apartheid leerde dat apartheid bijbels verantwoord was. Zij heeft de meest flagrante racistische onderdrukking verdedigd en Gods zegen erover afgeroepen. Zondag aan zondag is diepgelovige, voornamelijk Afrikaanse kerkgangers verteld dat apartheid goed was. Vele oprechte, gelovige mensen die graag Gods Woord wilden volgen hebben het apartheidsbeleid kritiekloos gesteund, omdat het hun van kindsbeen vanaf de kansel was verkondigd. Dit vrijwaart hen niet van eigen schuld, maar maakt in zekere zin de theologie van apartheid tot een nog groter onding. Onder andere leiding hadden mensen wellicht dit pad van apartheid niet gevolgd.

Aan de andere kant was er het godsdienstig protest tegen de apartheid in diverse schakeringen. Ook dit aspect van de kerk ten tijde van de apartheid is redelijk bekend. Het ging van de voorzichtig gestelde protesten van de officiële organen van methodisten, anglicanen en rooms-katholieken tot en met de veel hardere veroordelingen van belijdende groepen uit andere kerkgenootschappen en ook het heldere getuigenis van het Christelijk Instituut en van de Zuid-Afrikaanse raad van kerken.

In vele gevallen waren kerkstructuren en kerkelijke kanalen de enig beschikbare voor financiering van het protest tegen apartheid; een regering die zichzelf zo graag als christelijk presenteerde kon immers moeilijk kerken als zodanig verbieden. Toch moet de rol van bepaalde bijzonder moedige en uitblinkende individuele kerkleiders en theologen in de strijd tegen apartheid niet gelijk worden gesteld aan die van de kerk. Aartsbisschop Tutu, ds. Beyers Naudé, Frank Chikane, Albert Nolan, bisschop Nkoane en anderen verdienen alle eer en erkenning. Hun belijdenis is groot en vindt ook zijn neerslag in belangrijke kerkelijke documenten zoals de Belhar-belijdenis. Maar dit betekent niet dat de kerk in haar breedte een duidelijk samenhangende theologische visie heeft ontwikkeld in de strijd tegen apartheid.

Het kerkelijk protest was terecht gebaseerd op een morele afkeer van apartheid. Maar toen de volgende historische sprong gemaakt moest worden in de complexe uitdagingen van de overgangsfase, van onderhandelingen, compromissen en pogingen tot verzoening, toen heeft de kerk in Zuid-Afrika theologisch en inhoudelijk weinig bijgedragen, behalve dan een brede oproep tot vrede en gerechtigheid.

In de onderhandelingen voor de interim-grondwet na de eerste democratische verkiezingen van 1994 heeft de kerk een heel marginale rol gespeeld. Het was de leider van de Zuid-Afrikaanse communistische partij Joe Slovo die de belangrijkste compromissen voor een vreedzame schikking aan het brede anti-apartheidsfront heeft voorgesteld. Als er iemand, samen met Nelson Mandela, erkenning verdient als de morele en intellectuele profeet van de relatief vreedzame regelingen in Zuid-Afrika, dan is dat niet een gelovige, maar de uitgesproken communist en atheïst Joe Slovo.

Bij de onderhandelingen ging het over de moeilijke morele en juridische vragen over de mogelijkheid van amnestie in zaken van ernstige schending van de mensenrechten. Ik schaam mij om als gelovige te erkennen dat er toen vanuit de religieuze hoek geen bijdrage van betekenis is gekomen, terwijl het toch typisch een aangelegenheid was van belijden, verzoenen en vergeven. Maar de kerk was verward en zweeg.

Het model van de Waarheids- en Verzoeningscommissie (WVC) is bijzonder. Het biedt de slachtoffers gelegenheid te vertellen wat er met hen gebeurd is en de daders een mogelijke vrijwaring van straf in ruil voor het vertellen van de waarheid. Dit model is door de onderhandelaars uitgedokterd. Daar kwam weinig of geen theologie aan te pas.

In die commissie spelen de sterke geloofsovertuiging en spirituele kracht van aartsbisschop Tutu een belangrijke rol, maar dat is iets anders dan religie in de breedte.

De positie van de NGK is een nog grotere tragedie. Na alles wat er de laatste twee jaar bekend is geworden over de verschrikkelijke misdaden tegen de mensenrechten onder het apartheidsbewind, weigert het bestuur van die kerk nog altijd voor de WVC te verschijnen. De kerkleden zijn bang en verward, ze hebben de leiding van hun kerk nodig, maar ze krijgen die niet. In plaats van in nederigheid haar schuld te bekennen heeft de NGK een boekje uitgegeven, dat de zonden van de kerk probeert weg te wassen; het wil de indruk wekken dat de bedoelingen van de NGK altijd goed en oprecht waren. Het is een verloochening van de kerklidmaten die smachten naar leiding.

Het is nog erger, omdat ook dat deel van de kerkgemeenschap in Zuid-Afrika dat tegen apartheid was gekant niet weet wat te doen in het overgangsproces. Weer komt het neer op individuele gelovigen als dr. Beyers Naudé, die tezamen met andere theologen op persoonlijke titel een open brief de kerken (niet de NGK) opriep om hun schuld te belijden voor de WVC. Als je die brief leest begin je iets te begrijpen van wat de kerk voor de verzoening zou kunnen betekenen als zij nederiger en minder zelfgenoegzaam was, als zij meer bereid was haar hand in eigen boezem te steken, minder illusies had over zichzelf.

Zelfs als wij temidden van sociaal onrecht een profetische boodschap willen uitdragen zijn wij geneigd simplistische, moraliserende oplossingen te zoeken. In de jaren zestig, zeventig hebben varianten van de bevrijdingstheologie het denken van sociaal-bewogen christenen beïnvloed. Ik schaar mijzelf onder degenen die toen al te onkritisch de economische modellen van de bevrijdingstheologie hebben overgenomen. Ik las weer eens na wat ik tien jaar geleden als het economische antwoord op de problemen van armoede en uitbuiting beschouwde: een ontnuchterende ervaring.

We hebben gedacht dat het makkelijk was uit te maken wat de goede zaak was, wie de vijand was. Toen de strak dogmatische benadering overal in duigen viel, raakten gelovigen die zo dachten in verwarring; ze vielen stil of erger nog: ze deden steeds meer irrelevante uitspraken waar wereldleiders steeds minder aandacht aan besteedden. Neem de Wereldraad van kerken: nog niet zo heel lang geleden een redelijk kleine organisatie met een grote stem. Vandaag is het een grote bureaucratie met een stem die almaar minder wordt gehoord. Voor de Zuid-Afrikaanse raad van kerken geldt hetzelfde: gebeurt daar echt nog iets relevants voor de noden van de mensen van onze tijd?

In Zuid-Afrika kon de familie van Steve Biko niet voorkomen dat de politiemannen die hem hadden vermoord werden gevrijwaard voor de Waarheids- en verzoeningscommissie. Dat moge nodig zijn terwille van de grotere stabiliteit in het land. Maar wat is de boodschap van de kerk voor die familie? We kunnen toch niet van ze eisen dat zij moeten vergeven?

Ik weet niet wat het antwoord moet zijn. Ik weet niet eens of er een antwoord als zodanig is. Maar misschien is het proces van hoe een mens met die problemen omgaat belangrijker dan een duidelijk antwoord. Daar heeft het geloof een rol te spelen, al hoeft het niet de beslissende factor te zijn. Als gelovigen moeten we ophouden te denken dat wij de antwoorden hebben. Misschien is het belangrijkste dat wij kunnen doen om sympathiek en nederig met onze medemensen samen te strijden met de vragen van ons bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden