Kerk was in de oorlog geen held

interview | Kerken zien zich als brengers van de goede boodschap, maar in de Tweede Wereldoorlog bleef hun protest vrijwel uit, ontdekte Jan Bank.

God had in de Tweede Wereldoorlog heel wat gezichten. Neem Polen, daar hielpen boeren de nazi's mee met de jacht op Joden. Daarbij werden ze, vroom katholiek als ze waren, aangespoord door de leer van hun kerk. Immers, hadden ze niet gehoord dat de Joden als moordenaars van Christus het onheil over zichzelf afriepen? Tegelijkertijd waren er ook christenen die zich met hand en tand verzetten. Aangespoord door hetzelfde geloof als de Poolse boeren kwam de aartsbisschop van Toulouse, Jules-Géraud Saliège, tot een heel andere daad.

Hij liet in de kerken van zijn bisdom een brief voorlezen (zelf was hij te oud om het te kunnen doen). Daarin protesteerde hij tegen de deportaties van vrouwen en mannen, moeders en vaders, als waren ze vee. De Joden zijn onze broeders en zusters, aldus de aartsbisschop, een christen mocht dat niet vergeten.

Over de rol die de christelijke kerken speelden in de periode 1939-1945, schreef historicus Jan Bank (1940) een overzichtswerk. In 'God in de oorlog', dat maandag verschijnt, behandelt Bank zeer gedetailleerd de manier waarop de protestantse, rooms-katholieke en oosters-orthodoxe kerken omgingen met het communisme, nationaal-socialisme en fascisme. Alle staten van Europa die bezet waren door of bondgenoten waren van Hitler, Stalin of Mussolini, komen aan bod. Van Frankrijk tot Rusland, van Noorwegen tot Italië. Bank schreef bijna tien jaar aan deze studie, die de situatie in heel Europa beschrijft en analyseert.

Centraal in het boek staan twee grote problemen waarmee kerkbestuurders kampten in zowel de Sovjet-Unie als het fascistische Italië en nazi-Duitsland: hoe om te gaan met een totalitaire staat en hoe te reageren op uitsluiting en repressie.

Kerken zien zichzelf graag als brengers van een boodschap die boven tijd en plaats verheven is. Uit uw boek doemt een ander beeld op. Kerkbestuurders zijn verweven met de macht, het morele kompas hapert vaak.

"Een grote ontdekking vind ik dat de morele factor geen allesoverheersende rol speelt. Je zou verwachten dat moord en uitsluiting bij uitstek zaken zijn waar kerken koste wat kost tegen ageren. Dat valt tegen. Neem de Jodenvervolging. Jazeker, er is protest, maar dat komt vooral van individuen. Kerken, die in de toenmalige samenlevingen machtige instituties zijn, proberen vooral zo goed en zo kwaad als het gaat te blijven functioneren."

In Duitsland zijn misschien wel de extreemste voorbeelden te vinden over de periode die u beschrijft. De bekende theoloog Dietrich Bonhoeffer van de 'Bekennende Kirche' wordt gezien als iemand die meteen scherp zag welk kwaad in Hitler schuilde. Sommigen zagen in hem een 'protestantse heilige'. Hoe representatief is hij?

"Bonhoeffer is eigenlijk een uitzondering. Over het algemeen groeit het besef maar langzaam dat de vervolging en uitroeiing van Joden tot de kernleer van het nationaal-socialisme behoort. Een ander bekend lid van de Bekennende Kirche, Martin Niemöller, zweert pas in 1934 zijn conservatief antisemitische opvattingen af. Zelfs iemand als de uiterst invloedrijke theoloog Karl Barth, een groot criticus van het totalitarisme, stelt de uitsluiting van de Joden in de eerste instantie niet op de voorgrond als hét argument tegen de nazi's."

In Duitsland kleurt een fors deel van de kerk bruin, een minderheid pleegt verzet en het grote midden schippert. Dat beeld komt ook in andere landen terug, schrijft Bank.

Waarom delft de morele boodschap van de kerken dikwijls het onderspit?

"Vaderlandsliefde. In de negentiende eeuw worden de kerken gezien als een van de stutbalken van de natie en de staat. Kerken zien zich in de eerste plaats als deel van de nationale gemeenschap. Dat leidt tot een soort gehoorzaamheidscultus: de kerken wortelen in de staat, maar dienen deze ook. Dit idee uit de negentiende eeuw werkt in het begin van de twintigste eeuw onverminderd door en legt een sluier over de gruwelijkheden. Aanvankelijk is er in de jaren dertig nog wel protest tegen Hitler. Maar dat verandert als in 1939 de oorlog realiteit wordt. Dan staat de vaderlandsliefde weer op de voorgrond. Zo stuurt de aartsbisschop van Breslau, Adolf Bertram, Hitler elk jaar op 20 april een telegram om hem te feliciteren met zijn verjaardag, een katholieke buiging voor de staat.

Je zou deze houding nog kunnen toeschrijven aan het feit dat Hitler niet per se anti-religieus was. Maar kijk je naar de Sovjet-Unie, dan zie je hetzelfde mechanisme. Stalin vervolgt de Russisch-orthodoxe kerk weliswaar eerst meedogenloos, maar richt haar na de inval van Hitler in 1941 weer op. Hij maakt gebruik van de populariteit ervan bij het Russische volk. De kerk, op haar beurt, probeert zich te handhaven en vereenzelvigt zich met Rusland. De term 'Grote Vaderlandse Oorlog' waarmee Rusland vecht tegen de nazi's, komt niet van Stalin, maar is bedacht door de metropoliet van Moskou."

U besteedt aandacht aan het verzet in de kerk. Daarbij valt voortdurend de naam van de theoloog Karl Barth (1886-1968). U laat zien hoe groot zijn gezag was in heel protestants Europa, van Nederland tot en met Tsjechoslowakije toe. Hoe kan één persoon zoveel invloed hebben?

"Daarvoor moet je eigenlijk enkele decennia terug in de tijd, voordat Hitler opkomt. In zijn theologie breekt Barth radicaal met veel van zijn tijdgenoten, die onder invloed van het nationalisme de rol van de kerken heel nationalistisch inkleurden. In de Eerste Wereldoorlog leidde dit ertoe dat de nationale kerken in Engeland, Frankrijk en Duitsland zich geheel achter de partijen schaarden die elkaar bestreden. Volgens Barth kan de christelijke boodschap nooit onderworpen worden aan de doelen van de staat. God overstijgt in de ogen van Barth de idealen van partijen, groeperingen, naties en staten. Barth blijft rusteloos publiceren over dit onderwerp. Eerst in Duitsland, als het werk hem daar onmogelijk wordt gemaakt vanuit Zwitserland.

"Deze boodschap heeft een enorme invloed op de jonge generatie die voor of vlak na de Eerste Wereldoorlog is geboren. In het Interbellum werd op de christelijke jeugdkampen in de zomer Barth gelezen. In Nederland behoren theologen als Heiko Miskotte en Willem Visser 't Hooft, secretaris van de Wereldraad van Kerken in opbouw, tot degenen die zo met Barth in contact komen. Zij maken zich zijn ideeën eigen, voordat ze in de kerken gemeengoed zijn. In de jaren veertig spelen deze personen een hoofdrol in de Nederlandse Hervormde Kerk. Zo gaat het ook elders in Europa."

Laten we bij de situatie in Nederland blijven. Als het kerkelijke verzet ter sprake komt, dan gaat het vaak over de gereformeerden die illegale bladen als Trouw en Vrij Nederland maakten. U breekt juist een lans voor de vergeten rol van de Nederlandse Hervormde Kerk. Waarom?

"Als je kijkt op lokaal niveau, dan is de rol van de gereformeerden niet te onderschatten. De volgelingen van Kuyper zijn strijdbaar en activistisch. Maar als je kijkt op nationaal kerkelijk niveau, dan gaat de Nederlandse Hervormde Kerk voorop. Dit is de kerk waarvan de synode de leiding neemt in een uniek oecumenisch protest en zich glashelder uitspreekt. Het zijn openbare en theologische gefundeerde uitspraken. Zo protesteert de kerk meteen tegen het ontslag van Joodse ambtenaren. Ook loopt ze voorop in de veroordeling van de Jodenvervolging en van dwangarbeid in Duitsland."

Hoe verklaart u het verschil in houding tussen hervormden en gereformeerden?

"De gereformeerden moesten zich nog eerst zien los te maken van de zoon van Abraham Kuyper, H.H Kuyper, die een sleutelpositie bezat in deze kerk. Hij pleit in 1940 voor accommodatie met de Duitsers. De kleinzoon van Kuyper is zelfs gesneuveld als lid van de Waffen SS. Die houding werkt tot laat in de oorlog door. In 1944 vindt er in de gereformeerde kerken een grote kerkscheuring plaats, wonderlijk genoeg midden in de Oorlogswinter. Dan zie je dat naast theologische verschillen, ook de houding ten opzichte van de bezetter een rol speelt. Klaas Schilder (de theoloog die uit de gereformeerde kerken werd gezet en de grondlegger is van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken, red.) is eigenlijk een verzetsman, terwijl zijn opponent Kuyper heeft geprobeerd de kerk zoveel mogelijk op het goede spoor te houden binnen de nationaal-socialistische regels."

Hoe zwaar weegt dit geestelijke verzet als je het vergelijkt met bijvoorbeeld het helpen van onderduikers?

"Stel, je bent een boer in de provincie en moet worden geïnspireerd tot het bieden van onderduik aan Joden, dan zijn kerkelijke boodschappen van groot belang. In een maatschappij die in allerlei vormen totalitair werd bezet, bleven christelijke gemeenten een plaats van vrije gedachtenwisseling en troost. Je moet de waarde van geestelijke weerbaarheid nooit onderschatten. Juist het streven naar een kerk die vrij blijft van staatsinvloeden en nationale aanspraken, waarvoor Bonhoeffer en zijn Bekennende Kirche de bekendste voorbeelden zijn, heeft de mooiste vormen van kerkelijk verzet opgeleverd. Hun boodschap klinkt door tot in onze tijd."

Jan Bank: 'God in de Oorlog. De rol van de Kerk in Europa 1939 - 1945'. Balans, 727 blz, euro 49,95

Jan Bank (1940) is historicus. Hij was tot 2005 hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden. In 2000 publiceerde hij, samen met Maarten van Buuren, '1900. Hoogtij van burgerlijke cultuur'.

Wie is Jan Bank

Historicus Jan Bank: Een grote ontdekking vind ik dat de morele factor geen allesoverheersende rol speelt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden