Kenny B Nooit uit de bocht vliegen

Kenneth Bron (Paramaribo, 1961, beter bekend als Kenny B), is zanger. In zijn vaderland Suriname is hij al heel lang een popidool, in Nederland brak hij in maart van dit jaar definitief door met de hitsingle 'Parijs'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Ik was al heel jong into God, gefascineerd door de bijbelverhalen over Mozes die zijn volk uit Egypte had bevrijd en over Abraham die van plan was om zijn zoon te offeren maar uiteindelijk een lam op de brandstapel had gelegd. Ik dacht: als ik nou óók een dier offer, wil God mij misschien wel een mooie stem geven. Net zo'n mooie stem als mijn moeder had. Ik was negen jaar oud, geen idee hoe ik aan een lam moest komen, daarom besloot ik een vogel te doden. Ik maakte een katapult en ging het bos in. Al snel zag ik, op vijf meter afstand, een vogel zitten. Ik raapte een steen op, richtte mijn wapen en schoot. Die kogel ging helemaal de verkeerde kant op, ik zweer het je, maar ik zag hem toch met een enorme boog zo, bam!, de borst van dat beestje raken. Ik nam hem mee naar huis, sprokkelde hout bij elkaar en maakte een soort barbecue. Terwijl die vogel vlam vatte zei ik: 'Dit offer is voor jou, God. Als je mij een mooie stem geeft, ga ik de rest van mijn leven voor jou zingen.' Dat ik niet van plan was om spirituals te gaan zingen, zei ik er niet bij.

Ongeveer veertig jaar later - ik was inmiddels een bekende popster in Suriname - werd ik gevraagd om in een kerk in Paramaribo op te treden. Tijdens de voorbespreking zei de pastor: 'Je mag hier niet je hitjes komen zingen, hoor. Dit is een kerk. Wat zullen de buren denken als je hier een of ander popconcert gaat geven?' Ik protesteerde, zei dat ik niks anders op mijn repertoire had staan, tot ik mij ineens bedacht: freaking hell, had ik God niet lang geleden beloofd dat ik voor Hem zou zingen als Hij mij een mooie stem zou geven? En nu sta ik hier, succesvol geworden door Zijn gift, in Zijn huis, te beweren dat ik... 'Oké, pastor', zei ik, 'ik zal 'Amazing Grace' gaan zingen.'

De volgende avond stond ik in die volle kerk. 'Jullie kennen mij van 'Wai Gwe' - ik zong de eerste regel - en 'Yu Faya' - nóg een regel - 'maar die liedjes zullen jullie niet te horen krijgen.' De mensen joelden - ik denk dat de pastor zijn hart vasthield, bang dat het tóch te feestelijk zou worden - en daarna begon ik, uit volle borst te zingen: 'Amazing Grace, how sweet the sound...' Het was zo vibrant, jongen, ik weet niet wat mij overkwam. Geweldig. Volgens mij heb ik zelfs applaus gekregen. In de kerk!"

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Het enige beeld waar ik nog iets bij voel, is de totempaal in het dorp waar ik ben opgegroeid, maar dat heeft eerder te maken met verbondenheid, met afkomst. Hier kom ik vandaan; mijn voorouders zitten ook in mij, begrijp je? En die God van toen, tja... dit ligt een beetje gevoelig. Misschien denken de mensen dat ik ondankbaar ben als ik zeg dat ik niet meer in die God geloof. Ik zeg niet dat God niet kan bestaan, maar áls Hij bestaat - ja, schrijf het zo maar op: Kenny noemt het onbegrijpelijke ook God - dan weet ik zeker: He will have mercy with me. Ik las in de Bijbel het verhaal van een man die God niet had kunnen vinden. God zei: 'De zwerver die bij je aanklopte omdat hij hulp nodig had: dat was ik. Die arme vrouw, met het kind op haar arm: dat was ik.' Als je het zo bekijkt, kan ik zeggen dat ik God altijd en overal heb gezien. Ik héb die zwerver geholpen, ik héb de arme vrouw geld gegeven; ik ben altijd bereid om anderen bij te staan. Niet omdat ik zo'n geweldig mens ben, maar omdat ik geloof dat we er voor elkaar moeten zijn. Dus, ik ben, zonder Bijbel en zonder de God zoals de meesten hem kennen, tóch een gelovig mens gebleven."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Zo lang je de openbare orde niet verstoort, mag je geloven wat je wil en moeten anderen respect hebben voor jouw geloof. Ik zeg niet dat je geen spotprent van een heilige mag maken, maar als er daardoor doden vallen moet je je toch afvragen of het nou wel zo grappig was. Wat is die vrijheid van meningsuiting mij waard als ik daar zoveel mensen pijn mee doe?"

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Ik ben een entertainer, ik móet wel op sabbat werken. Als we nu toch het geloof als leidraad nemen dan zou ik willen zeggen: de hele week is van de Heer. Laten we daarom alle dagen zondag vieren."

V Eer uw vader en uw moeder

"Mijn moeder kon heel lief zijn, ook voor de arme mensen uit het binnenland. Die gaf ze te eten, ze zocht werk voor hen of hielp met het schrijven van een brief. Tegelijkertijd was ze goed gebekt en als iemand haar beledigde en het tot een handgemeen kwam, was zij beslist niet bang. Mijn moeder was een Marron, een afstammeling van de gevluchte West-Afrikaanse slaven die eeuwen terug in het oerwoud waren gaan wonen, en ze heeft van alles naar haar hoofd geslingerd gekregen. Wij, haar zeven kinderen, trouwens net zo goed. Op Marrons werd heel erg neergekeken; wij waren achterlijk. En lui. Terwijl ik zeker weet dat mijn moeder, als zij daarvoor de kans had gekregen, professor zou zijn geworden en les zou hebben gegeven op de hoogste universiteiten.

Ze had een eigen mening, maakte vaak ruzie met mijn papa. Toen ik elf was gingen ze uit elkaar. Mijn moeder kreeg een andere man en trok bij hem in. Mijn vader kon niet én werken én voor ons zorgen, dus wij moesten naar het internaat. Natuurlijk was ik daar verdrietig om, maar boos? Ik kan het mij niet zo goed herinneren. Ik weet vooral dat ik heel graag wilde dat mijn papa en mama weer bij elkaar zouden komen. Ik had zelfs bedacht dat ik twee tickets voor een verre reis ging kopen, dat ze dan heel lang naast elkaar in het vliegtuig moesten zitten, en dat alles dan weer goed zou komen. Mijn vader kocht na de scheiding een nieuw huis en vroeg haar na een tijdje of ze toch niet weer bij hem wilde komen wonen, maar zo ver is het nooit gekomen: mijn moeder stierf op haar drieënvijftigste aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Gek, nu ik zelf zo oud ben, dringt het pas echt tot mij door hoe jong ze eigenlijk was toen ze doodging. Toch denk ik dat zij een goed leven heeft gehad. Ze wilde niet oud en afhankelijk worden. En er is haar ook veel bespaard gebleven: een jaar na haar dood heeft mijn jongere zus zelfmoord gepleegd. Ze zei: 'Ik wil niet verder leven nu mama er niet meer is.' Ik had ook liever gehad dat ze vijfentachtig was geworden, maar het is niet zo. En of het zo heeft moeten zijn, dat zou ik je niet kunnen vertellen... Wat weten wij nou eigenlijk in dit leven? Als de aarde vierentwintig uur bestaat, zijn wij er hooguit een half minuutje, en toch doen we net alsof we superintelligent zijn en alles begrijpen. We zijn pas vier miljoen jaar geleden rechtop gaan lopen! Je kunt wel willen weten wat de bedoeling is, of hoe dingen in elkaar steken, maar wat ik probeer, is te accepteren dat de dingen zijn zoals ze zijn.

Mijn vader leeft nog. Ik zie hem niet zo vaak omdat hij in Suriname woont. Het zou mooi zijn als ik meer tijd met hem kon doorbrengen maar... kijk, dat is de andere kant van mijn succes. Ik kan niet lekker met mijn vader een potje kaarten, of een visje roken dat we net samen hebben gevangen. In het dorp, onder de bomen, geen stress, geen zorgen over de dag van morgen... Maar goed, eer uw vader en uw moeder, daar hadden we het over, toch? Ik heb respect voor mijn ouders, ik ben blij dat ze mij op de wereld hebben gezet. En dat zij van ons hielden bleek wel uit de manier waarop ze voor ons hebben gezorgd, daar waren geen knuffels of woorden voor nodig. Nederland is een knuffelland. Suriname niet. Ik heb pas op mijn tweeëndertigste -- tijdens het eerste telefoongesprek dat ik vanuit Holland met mijn moeder voerde - gezegd dat ik van haar hield. Wat ze antwoordde ben ik vergeten. Ze heeft wel vaak gezegd dat ze trots op mij was. Omdat ik zo hard werkte."

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik ben militair geweest en in die tijd had ik kunnen doden. Dat was de mindset, dat was het idee: de mensen die ons bedreigen uitschakelen. Als wij hier straks ineens beschoten worden en er liggen een paar mitrailleurs op tafel, zal ik genoodzaakt zijn om terug te schieten. Uiteindelijk ben ik, eind jaren 80, betrokken geraakt bij de vredesonderhandelingen tussen het Nationale Leger en het Junglecommando van Ronnie Brunswijk, mijn neef. Ik zeg niet dat er door mijn toedoen vrede is bereikt, maar het is wel zo dat ze sindsdien niet meer op elkaar hebben geschoten. Toen de vrede officieel werd getekend, in 1992, zat ik al in Nederland.

Ik ga verder geen uitspraken doen over de politieke situatie in Suriname. Desi Bouterse heeft kennelijk het vertrouwen van de bevolking weer gewonnen en over wat hier allemaal aan vooraf is gegaan kan en wil ik niets zeggen. Ik ben muzikant, ik heb geen zin om die politieke hoek in getrokken te worden. Het is te complex, het ligt te gevoelig. Waarom zou ik over zulke zaken met jou moeten praten? Omdat je mij wilt begrijpen? Juist, haha! Maar misschien wíl ik helemaal niet dat je alles van mij begrijpt, broer."

VII Gij zult niet echtbreken

"Natuurlijk dacht ik dat het forever was - elk huwelijk begint toch met: 'Tot de dood ons scheidt?' - maar het werkte gewoon niet langer tussen ons. Ik hoef mij daar niet voor te schamen; er gaan zoveel mensen uit elkaar. Ik heb sinds die ene keer nooit meer trouwplannen gehad. Ik heb die zogenaamde stabiliteit nog helemaal niet nodig. Laat mij maar even op deze manier doorleven. In Nederland doen ze aan '50-plus'. Het lijkt er soms op dat mensen ouder dan vijftig hier zwakker worden gevonden of minder waard zijn. Nou, ik ga ervan uit dat een jongeman mij hier niet zomaar in elkaar komt slaan, tenzij hij een goed getrainde vechtsporter is of zo. Dus hoezo 50-plus? Ik merk er niks van. Ik ben nog net zo gedreven als twintig jaar geleden. Wat wél verandert: ik wil meer tijd aan de kinderen gaan besteden. Ik heb er vijf, bij drie verschillende vrouwen. Hey, wat kijk je? Je moet niet vergeten dat het voor mij al op jonge leeftijd een wildwestverhaal werd: ik woonde in het internaat, dan weer even bij mijn neef, dan weer een paar maanden bij mijn moeder, er was geen birth control, condooms daar deden we niet aan... Hoe dan ook: ik heb steeds gezegd dat ik mij op de muziek zou focussen. Nu het beter gaat, kan ik meer voor mijn kinderen betekenen. Niet alleen financieel, maar ook qua tijd. Ik heb het op dit moment nog even heel erg druk, maar het gaat gebeuren. Zeker weten."

VIII Gij zult niet stelen

"Reggae lijkt op reggae, soul lijkt op soul. Ik kan geen nieuwe akkoorden verzinnen, maar ik kan wel nieuwe combinaties bedenken of een bepaald loopje nét iets anders gebruiken. Het is dus geen jatwerk; ik laat mij inspireren. Net zoals anderen zich nu door mijn werk laten beïnvloeden. 'Parijs' is al zó vaak geparodieerd: Praat Amsterdams met me, Lul Haags met me, Kom naar Almere met me. Ze mogen van mij jatten wat ze willen. Ik kan er wel om lachen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Ronduit liegen doe ik nooit, maar ik spreek uit beleefdheid wel eens niet helemaal de waarheid. Kijk, de regel is dat je op de vraag 'Hoe gaat het met u?' antwoordt met: 'Heel goed, dank u', maar wat moet je zeggen als je bijvoorbeeld last hebt van aambeien? Dat houd je voor jezelf."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Nee man, waarom zou ik iets anders willen? Ik vind mijn leven perfect zo. Als ik in sprookjes zou geloven is dat van mij het allermooiste. Er mankeert heus wel iets aan, maar ook die tekortkomingen hebben mij gevormd. Er is een tijd geweest waarin het financieel niet zo best ging, maar toen ik de kans kreeg om iets in Suriname te gaan doen en daar flink geld mee te verdienen heb ik toch gezegd: laat mij maar lekker lijden. Voor de muziek. Dat was mijn enige goal. The harder the battle, the sweeter the victory.

Weet je wat ik mooi vind? Dat ik nu, met wat ik heb bereikt, aan jongeren kan laten zien dat er voor hen ook kansen liggen. Misschien dat ik daarom nooit zomaar iets zeg, of dat ik ervoor probeer te zorgen dat ik niet uit de bocht vlieg. Het zou heel erg zijn als ze mij onderuit zien gaan en tot de conclusie komen dat ik het kennelijk ook niet heb gered. Het goede voorbeeld geven: dat zie ik als de grootste taak in mijn leven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden