Kenner met een originele smaak

De privécollectie van kunsthandelaar Piet de Boer is een nauwelijks bekende schatkamer vol vroeg 17de-eeuwse kunst, én Van Goghs. In Parijs wijdt de Fondation Custodia er een tentoonstelling aan.

Kunsthandelaar Piet de Boer (1894-1974) kocht het portret van 'De schelpenverzamelaar van Haarlem' aan het eind van zijn leven. Deze Jan Govertsz. Van der Aar (1544/5-1612) was rijk geworden met de textielhandel, maar poseerde voor Hendrick Goltzius met zijn mooiste schelpen, één ervan hield hij in de hand. De Boer moet er een persoonlijke gelijkenis in hebben gezien: hij had dierkunde gestudeerd en had eerst kevers verzameld. Een 17de-eeuws schilderij met rupsen en vlinders bracht hem op andere gedachten: in 1922 begon hij een kunsthandel in Amsterdam die al snel uitgroeide tot een van de belangrijkste van het land.

Naast de handel legde De Boer ook een eigen kunstverzameling aan. Eerst kocht hij vooral tekeningen voor zichzelf, later, nadat hij zich na het overlijden van zijn vrouw Nellie in 1960 had teruggetrokken uit de kunsthandel, kwamen daar ook schilderijen bij. Kunst die hem persoonlijk aansprak: hij had een voorliefde voor de maniëristische kunst uit de late 16de en vroege 17de eeuw - in de jaren twintig en dertig niet erg serieus genomen in de kunstwereld - maar hij kocht ook vijf tekeningen en drie schilderijen van Vincent van Gogh, die al wel stevig geprijsd waren.

Een schatkamer, vond ook Ger Luijten, directeur van de Fondation Custodia in Parijs - de stichting die de tekeningen en prenten van Frits Lugt, tijdgenoot van De Boer, beheert. Hoewel sommige werken uit De Boers verzameling vaak te zien zijn (Goltzius' portret is bijvoorbeeld al sinds 1960 in permanent bruikleen bij het Museum Boijmans van Beuningen) was er alleen in 1966 een tentoonstelling aan de collectie gewijd. Daarom opent zaterdag in Parijs 'Tussen Goltzius en Van Gogh. Tekeningen en schilderijen uit de Stichting P. en N. de Boer'. Met de selectie van 22 schilderijen en 85 tekeningen die Luijten maakte, wil hij laten zien hoe De Boer heeft bijgedragen aan een verruiming van de smaak voor kunst uit de 16de en 17de eeuw. Luijten: "Het maniërisme werd in zijn tijd weggebazuind. Maar De Boer had er juist aardigheid in. Ik ben erg blij dat de collectie bewaard is in de stichting die hij in 1964 oprichtte."

Uitzonderlijke kwaliteit

Nog steeds is het statige pand aan de Herengracht een bloeiende kunsthandel, in handen van de familie. Op de benedenverdieping hangen de 'gewone' 17de-eeuwse kunstwerken, in stemmige omgeving. Maar wie naar boven loopt ontdekt al snel de persoonlijke smaak van De Boer: schilderijtjes met insecten en schelpen sieren het trapportaal.

In de achterkamer boven hangen nog een paar van de schilderijen die straks in de tentoonstelling te zien zijn. Luijten toont de tekeningen - 'perfect bewaard, en vaak van uitzonderlijke kwaliteit'. Een aquarel van Jacques de Gheyn van een gevilde kalfskop uit 1599 - een lekkernij in die tijd - is bijvoorbeeld niet alleen de eerste aquarel die van de kunstenaar bekend is, maar ook qua onderwerp uniek in Nederland . Luijten: "Alleen Pieter Aertsen maakte dergelijke slagersschilderijen. Karel van Mander beschreef de dieren in zijn Schildersboek: 'zo gevild gelijk in 't slachten geschiedt'. De Gheyn wedijvert hier dus met Aertsen. Een uniek werk, en ook nog eens prachtig gemaakt."

Een andere keus van Luijten is de 'Bergvallei' van Joos de Momper, waarschijnlijk gemaakt in 1620. Eind 16de eeuw was de kunstenaar over de Alpen getrokken, en daar moest hij vast ook aan denken bij het maken van deze prent. Maar De Momper maakte hem niet vanuit zijn herinnering, hij gebruikte een ets naar een schilderij van Pieter Breugel de Oudere.

En dan, naast de bloemstillevens en andere oude kunstwerken, hangen daar opeens de tekeningen en schilderijen van Van Gogh. Een paar landschappen, een felgeel korenveld, gemaakt in Auvers-sur-Oise in juni 1888, een molen, geschilderd in Parijs in het voorjaar van 1886, en een gezicht op het Singel in Amsterdam uit 1885, 'haastig geschilderd' in de wachtruimte van het treinstation.

Daarnaast enkele opmerkelijke tekeningen. Een van een Scheveningse naaister, gemaakt in waterverf - een techniek waar Van Gogh tot dan toe nauwelijks raad mee wist - was duidelijk meer wat 'de markt' interessant vond. En ook volgens de lijvige catalogus, die speciaal voor de tentoonstelling in Parijs is samengesteld, is het zelfs een van de meest geslaagde aquarellen die Van Gogh gemaakt heeft. Maar, zo staat er ook, de kunstenaar was er zelf niet over te spreken. Hij schreef aan zijn broer Theo dat hij het een procedé vond dat 'eigenlijk maar half geschikt is om datgene wat ik volgens mijn eigen karakter en volgens mijn eigen temperament uit wil drukken, weer te geven.'

Nee, dat was eerder zoals die andere tekening, ook in het bezit van De Boer: een boer die teneergeslagen bij het vuur zit, met pen en inkt en slechts een klein beetje waterverf opgetekend, twee maanden eerder dan de naaister. 'Worn out' noemde Van Gogh zijn tekening.

Het werk is nu, samen met de schelpenhandelaar en vele anderen, te zien in Parijs. Een passend eerbetoon aan een gepassioneerde kunstverzamelaar met een eigenzinnige smaak.

Tentoonstelling Tussen Goltzius en Van Gogh, t/m 8 maart 2015, Fondation Custodia, Parijs, fondationcustodia.fr

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden