'Kennelijk raak ik ergens een snaar'

interview | Frank de Boer (43) wordt voor de vierde keer op rij kampioen met Ajax. Dat lukte in Nederland geen enkele andere trainer ¿ Rinus Michels en Louis van Gaal niet, Guus Hiddink bij PSV ook niet. En er zijn zoveel beperkingen, tegenwoordig.

Nee, de perfecte wedstrijd heeft Ajax, of een van zijn spelers, in dit vierde kampioensjaar bepaald niet gespeeld. Maar denk niet dat die, zoals je vaak hoort, niet bestaat. "Hij bestaat", zegt Frank de Boer enthousiast, en steeds enthousiaster, als hij het bezoek op Ajax' trainingscomplex uitgeleide doet. "Ik heb 'm gespeeld. NAC-uit. Ik stond op Van Hooijdonk en won alle kopduels van hem. Ik gaf geen enkele foute pass en als ik de bal eens zo wegschoot, kwam-ie nog bij een medespeler terecht. Ik keek in Voetbal International meteen bij de cijfers: als ik nu geen negen heb. Had ik een zes!"

De bijzondere trainer van Ajax ten voeten uit: zomaar uit het niets zo'n gedetailleerde herinnering - en die zes zal hij nooit vergeten. Maar het is tegelijk een boodschap van moed voor zijn spelers. Hij heeft ze verdedigd, zoals hij ze altijd verdedigt, in een gesprek over vooral de beperkingen van een trainer in Nederland. Van Frank de Boer mag veel over Ajax worden gezegd, bijna alles. Hij hoort het aan, instemmend soms, geërgerd hoogstzelden, en vervolgt het pad van zijn onwrikbare geloof.

"Dat we gevoelsmatig achteruitgang hebben geboekt, mag je niet zeggen, vind ik. Natuurlijk wil je uiteindelijk spectaculairder spelen. Maar qua balans zijn we vooruitgegaan, op het middenveld en in de achterhoede. Voorin heb ik veel moeten wisselen, daar ben ik niet tevreden over. Het laatste stapje ontbreekt eraan. Maar dat was vorig jaar ook het heikele punt."

Jullie gaven juist, niet alleen in de afgelopen weken tegen FC Twente en Vitesse, in het begin al zoveel kansen weg dat de wedstrijd, winst of niet, al nooit meer goed kon zijn.

"Bevredigend kan een wedstrijd dan al niet meer zijn. Maar dat heeft met jeugd te maken. Dat is de Nederlandse competitie. Daarom zie je het zo fluctueren: starten met een vier en eindigen met een acht, of andersom. Dat wil je niet accepteren. Je moet ze ook het gevoel geven dat je het niet acceptabel vindt. Maar in de grond moet je het in Nederland accepteren, zo ver ben ik inmiddels als trainer wel."

De spelers lijken niet zelfkritisch. Als er toch is gewonnen, kunnen ze makkelijk over de weggegeven kansen heenstappen. In hun omgeving worden ze weer gauw geprezen. Kun je nog wel zo streng zijn als zou moeten?

"Ze zullen het niet voor de camera zeggen. Maar als je het ze op de man af vraagt, weten ze dat het niet het standaardniveau is dat wij willen zien. Het is niet moeilijk om streng te zijn, maar je moet wel stokken hebben om mee te slaan. We hebben het er toevallig laatst over gehad: misschien moet ik wel eerder wisselen om iets te laten voelen. Maar aan de andere kant zit er daardoor een bepaalde vastigheid bij ons in, en dat is vooral de vooruitgang."

Relatief dan. Het blijft gemankeerd voetbal, vrijwel zonder routiniers. Routine is toch een essentieel onderdeel in voetbal?

"Het is verschrikkelijk belangrijk. Daarom is André Ooijer nog van grote waarde voor ons geweest, al speelde hij weinig, en nu kunnen we Christian Poulsen soms nog keihard nodig hebben. Maar een goede routinier komt niet meer naar Nederland. Van Bommel was een fantastische routinier. Maar als je hem nu zou vragen of hij spijt heeft van zijn terugkeer naar PSV, wat zou hij dan zeggen? Iedereen dacht dat hij de routine zou brengen die in Nederland ontbrak. Maar uiteindelijk hebben velen hem uitgekotst, omdat hij het niet meer zou kunnen opbrengen.

"Ik ben blij dat ik uiteindelijk niet terug naar Ajax ben gegaan, toen ik in Katar speelde en er even sprake van was. Dat je daar nog over nadenkt, zei mijn broer. Iedereen heeft nog de Frank de Boer van '94, '95 voor ogen, en dat ben je niet meer. Je kunt bijna alleen maar verliezen. Rijkaard en Cocu zijn de uitzonderingen geweest. Met routiniers van een andere orde moet je voortdurend afwegen: wat kan hun rol nog zijn en kunnen ze zich daarin vinden?"

Wijst hun belang niet mede op het kromme in de filosofie van Cruijff die bij de jeugd van Ajax het individu centraal wil stellen? Je broer Ronald, werkzaam op het jeugdcomplex en met jou een leerling van Van Gaal, zei al vaker dat je toch teamverband nodig hebt om te presteren.

"Het gaat hier niet alleen maar om het individu. Er zijn momenten dat er specifiek wordt getraind, om talenten in hun kwaliteiten te laten komen. Maar uiteindelijk is het een teamsport. Je moet het met z'n allen doen. In essentie moet ook Cruijff op het team gericht zijn, dat kan niet anders."

De uitschakeling in de Europa League door Salzburg is een litteken in dit kampioensjaar.

"Een doorn in het oog."

Heb je er wakker van gelegen?

"Vooraf heb ik er wakker van gelegen. Dat had ik maar één keer eerder gehad: als assistent-bondscoach voor de WK-finale tegen Spanje. Ik wist dat mijn spelers zouden worden geconfronteerd met iets wat ze in Europa niet eerder hadden meegemaakt, laat staan in Nederland. Ik heb ze vijf of tien keer gewaarschuwd, maar je moet eerst het deksel op de neus krijgen."

Moet dat niet het voorbeeld zijn, nog betrekkelijk naamloze spelers als die van Salzburg die je zo fit kunt maken dat ze zich het snot voor de ogen lopen?

"Als je dat hier gaat simuleren, hou je altijd dat een speler zijn eigen kwaliteit nog even wil laten zien. Of er loopt er een bij die wat teleurgesteld is, en het niet kan opbrengen om zich vol te geven."

Je zegt niet zonder reserves: wij moeten nu ook die fysiek sterke én vaardige spelers opleiden, die je steeds meer in het buitenland ziet en die wij niet hebben?

"We zijn er wel mee bezig dat ze fysiek sterker worden. Onze talenten moeten niet nog eens twee jaar nodig hebben om mee te trainen met het eerste. Ze moeten op hun achttiende, negentiende al in de eredivisie kunnen instromen. Als je ziet wat voor lichamen die gas- ten op 17-jarige leeftijd al hebben - dat had ik echt niet, hoor. Daar hebben we al grote stappen in gemaakt.

"Maar je kunt nog zo sterk zijn, uiteindelijk gaat het erom dat je voetbalgogme hebt. En onze middenvelders hebben al inhoud, hoor. Volgens mij lopen wij het meest van allemaal: twaalf komma zoveel kilometer - dat doen er weinig. Maar Daley Blind begint nu een kerel te worden, omdat hij op z'n 21ste uitgegroeid was. Dan pas kun je massa creëren. Daar moet je rekening mee houden. We zijn een opleidingsland geworden. Je moet erop hopen sporadisch nog eens een verrassing in Europa te kunnen zijn."

Zoveel beperkingen. Iedereen denkt dat jij onderhand wel weg moet willen.

"Je bent toch als trainer begonnen om spelers en daarmee een team beter te maken? Liverpool en Tottenham Hotspur waren leuke clubs die in de loop van de tijd geïnformeerd hebben. Maar het speelt niet, omdat ik het hier met mijn familie nog uitstekend naar m'n zin heb."

In hoeverre verbaas je jezelf?

"Je denkt: als ik toch eens twee keer kampioen kan worden. Dat zou toch al prachtig zijn. Dan stop ik er ook mee. Als je het nu vier keer kan worden, dan verbaas je jezelf wel. Het is niet normaal, het is een utopie, het kan bijna niet. Het goede van mij is dat ik mensen naast me neer kan zetten, en dan raak ik kennelijk een snaar. Anders zou ik het ook niet weten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden