Kenia

Het door droogte geteisterde Kenia verliest in rap tempo het belangrijkste waterreservoir van het land, het Mau-bos. Juist dat bos is nodig om de klappen van het klimaat op te vangen.

’Ooit was dit een zompig moeras”, zegt John Chebkobech (50). Hij staat bij de plek waar de beroemde Mara-rivier ontspringt, in het Mau-bos. De vlakte waarover hij het heeft, is nu droog, de lucht erboven koel. Het drooggevallen moeras roept eerder associaties op met Scandinavische weides. Een paar honderd kilometer verderop heeft dit een bijna onvoorstelbaar gevolg op de grote oversteek van het wildebeest, het wereldwonder dat zich jaarlijks in Afrika voltrekt – de trekpleister in natuurpark Masai Mara bij uitstek.

Gewoonlijk storten de kuddes wildebeesten zich hier met ware doodsverachting in de machtige waterstroom, waar krokodillen onder water liggen te loeren op hun prooi. Dit jaar strompelen de hoefdieren richtingloos door de blubber van de rivierbedding. Het roept de vraag op hoe lang het nog zal duren voordat de Mara echt droogstaat.

„Zo was het vroeger nooit”, stelt Chebkobech vast. Op zijn rug torst de man een juten zak gevuld met geneeskrachtige planten, wortels en cactusbladeren. Hij is herbarist, het bos is voor hem een natuurlijke vindplaats van medicinale grondstoffen. Voor zijn waren heeft de kenner van planten en kruiden voldoende afnemers, maar door de kap van het oerbos staat zijn levenswijze onder druk. Hij is bij lange na niet de enige.

Ernstige droogte in Oost-Afrika heeft de jarenlange degradatie van ’de Mau’ in het middelpunt van de belangstelling geplaatst. Ook nu de regentijd is ingetreden, haalt de kwestie wekelijks kranten en avondjournaals. Misschien dat Kenia zich nu werkelijk realiseert dat de toekomst van het land zelf op het spel staat. Dit jaar liet de regering van president Mwai Kibaki en premier Raila Odinga zich herhaaldelijk stevig uit. Kenia’s waterbuffers, waarvan het Mau-bos dat als een spons werkt een van de belangrijkste is, moesten subiet worden gered, zo klonk het. Het bos verzekert de Kenianen van water als de regens uitblijven. De dagelijkse praktijk staat echter in schril contrast met de politieke spierballentaal.

Dat is duidelijk te zien in het oostelijke deel van het woud. Op een hoofdroute passeert ieder kwartier een grote vrachtwagen met oplegger van de firma Timsales, volgeladen met versgekapte cipressen. Deze naaldboom is een uitheemse soort die het goed doet op de houtmarkt. Geen wonder dat Timsales de Mau heeft uitgekozen voor haar activiteiten: de grond is er uiterst vruchtbaar.

Maar de industriële aanplant en massale houtkap heeft het natuurlijke evenwicht van het bos uit balans gebracht. „De cipressen zuigen meer grondwater op dan de Afrikaanse cider”, weet medewerker Victor van een lokale organisatie die de belangen behartigt van de Ogiek (spreek uit Ogi-yek), een gemeenschap van jagers en verzamelaars die voorouderlijke rechten claimt in de Mau.

„Het oerbos herbergt een microkosmos van planten, dieren en mossen. Door de industriële aanplant van de cipressen wordt dat allemaal weggevaagd”, legt Victor uit.

Het spoor van de vrachtwagens in omgekeerde richting volgend doemt na enkele kilometers de open plek op waar zij worden beladen. Daar gaan de houthakkers onverstoorbaar door met hun werk, met kaalslag in de wijde omtrek tot gevolg.

Naast de houtkap is er nog een tweede minstens zo schadelijke factor die vanaf de jaren negentig aan ontbossing heeft bijgedragen: de komst van nieuwe bewoners. Voormalig president Moi had er een handje van om links en rechts stukken land weg te geven, aan familie, politieke vrienden en leden van zijn etnische groep, de Kalenjins. Actievoerder Kiplangat Cheruiyot schat dat in de oostelijk Mau 35.000 hectare bos is gekapt om het pad te effenen voor de komst van deze settlers. „Er heerste een mentaliteit om het bos te vernietigen voor landbouwdoeleinden. Dit heeft de watervoorziening ernstig aangetast.”

Het is niet moeilijk om deze effecten waar te nemen. Iets buiten Nakuru in de omgeving van Njoro, voorheen een geliefde stek van Britse kolonialen die er hun boerderijen bestierden, is landbouw de voornaamste economische activiteit. Op een gortdroge akker raapt Margaret Nungari Gitela gevallen bladeren van de maïsplant; voer voor het vee. Acht kinderen heeft de 46-jarige vrouw. De omgeving oogt armzalig. Aan de rand van haar stukje grond is de Nderit-rivier, die in de Mau ontspringt, vrijwel drooggevallen. „Sijaona kama hii”, zegt Margaret in het Kiswahili – zo’n barre situatie heeft ze nog niet eerder meegemaakt.

Een buurman valt haar bij: „Toen het bos nog intact was, hadden we voldoende regen, maar alles is verwoest.”

Dertig kilometer verderop in het hoger gelegen Ndeffo verdringt een vijftigtal vrouwen en kinderen zich rond een waterput, de enige in een straal van vijf kilometer. In de verte doemt de Mau op. Enkele hoge ciders steken er nog bovenuit, als overgebleven veren van een gehavende indianentooi.

Een vrouw die zich voorstelt als Mama Mwangi komt los: „Tien jaar geleden kwamen de settlers. Ze waren niet welkom, maar ze verdedigden zichzelf. Wamemaliza miti na mvua imepotea”, zo klinkt de onweerlegbare logica van de Kikuyu-vrouw. Vertaald: „Ze kapten de bomen en de regens verdwenen.” Scheldend vervolgt de vrouw: „Ach, die Kalenjins ook” Hoe zijn de betrekkingen met de nieuwe buren? „Betrekkingen?”, roept ze uit, „die zíjn er helemaal niet!”

Het is de regering niet ontgaan. Alle settlers moeten het bos weer verlaten, heeft ze bij herhaling aangekondigd. Premier Raila Odinga ijverde voor uitzetting om de natuur te redden. Verschillende deadlines zijn al verstreken, maar niemand is nog uit de Mau vertrokken.

De oorspronkelijke bewoners van het Mau-woud, de Ogiek, zien het met lede ogen aan. Deze kleine gemeenschap lijkt de dupe te worden van de politieke strijd en de ontbossing. Een van hen is Jackson Lerionga (47), die diep in het bos woont met zijn familie. Jackson leeft van wat het woud hem geeft: wilde vruchten, bessen, op kleine schaal verbouwde gewassen. Zo nu en dan schiet hij een hert, traditioneel met pijl en boog, en hij is bedreven in het maken van honing. Het is een specialiteit van de Ogiek bij uitstek. Ook hier klink het bekende refrein: droge rivieren, verminderde regenval, allemaal vanwege bodemerosie. De jager is bezorgd: „Heel m’n leven ben ik afhankelijk geweest van het bos. Ik zou niet weten waar ik anders heen zou moeten. Het zou nog beter zijn mij te doden dan me van m’n land te verjagen.” En: „We kunnen de botten van onze voorouders niet onbeheerd achter laten. Hun geesten zouden ons anders kunnen bezoeken.”

In de lemen hut van Jacksons oude buurvrouw wordt thee met melk en honing gedronken. De waterketel hangt boven een houtskoolvuur en de rook wasemt traag boven onze hoofden naar buiten. Buiten, waar het oerbos in rap tempo wordt opgegeten.

Voor de Mau, en derhalve voor Kenia zelf, is het uur U genaderd. De Keniaanse regering schroomt niet om westerse landen geld te vragen voor ’rehabilitatie’ van het bos. Tegelijkertijd gaan industriële aanplant en massale houtkap gewoon door. Ondertussen stellen regeringen in Afrika allerlei materiële eisen in de aanloop naar de klimaattop in Kopenhagen. Miljarden euro’s zijn nodig voor adaptatie, het opvangen van klappen die het gevolg zijn van klimaatverandering. Door opwarming van de aarde dreigen inderdaad vaker lange periodes van droogte in Kenia. Maar, is er een betere adaptatie denkbaar dan het beschermen van natuurlijke waterbuffers zoals de Mau?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden