Kenianen willen een God die wérkt

In Oost-Afrika groeien pinksterkerken hard. Behalve met God houden deze kerken zich ook bezig met politiek. „Religie en staat zijn één”, zegt bisschop Bonifes Adoyo van de grootste pinkstergemeente in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.

Met ruim tienduizend gelovigen is de reusachtige tent van het ’Neno Evangelism Centre’ tot op de laatste stoel gevuld. Hier voert pastor James Ng’ang’a iedere dag van de vroege ochtend tot laat in de namiddag zijn spirituele show op. ’God wacht nú op uw antwoord’, buldert de stem van Ng’ang’a door de speakers, terwijl om hem heen op het podium tientallen mensen languit op de grond liggen.

Spontaan beantwoordt een groep dolende zielen de roep van de pastor. Even later lopen ze gedwee achter manager William Mburo van het evangelische centrum aan, wachtend om ’gered’ te worden. „We willen uitbreiden, nog groter worden”, zegt Mburo even later met een brede grijns op zijn gezicht en hij spreidt zijn armen wijd uit.

Niet voor iedereen hoeft het zo massaal. Wie op zondagochtend door een willekeurige volksbuurt in de Eastlands van Nairobi wandelt, denkt op een religieuze manifestatie te zijn beland. Om de twintig meter staan barakken en in elkaar geflanste krotten met opschriften als ’Maximum Miracle Centre’ en ’Victory Salvation Ministry’. Overal klinkt gezang; het gaat er bijzonder luidruchtig aan toe.

„Afrikanen leven in een spiritueel universum”, zegt hoogleraar Wanjohi Waruta. „Het beïnvloedt hun kijk op het leven diepgaand.”

Waruta doceert theologie en filosofie aan de universiteit van Nairobi. Hij heeft de hele ontwikkeling gezien, mainstream kerken, zoals de rooms-katholieke en anglicaanse, die gelovigen verliezen aan de blije broeders van de pinkstergemeente.

„In de jaren zestig zorgde de pas verkregen onafhankelijkheid van veel Afrikaanse staten voor een enorm optimisme en hooggestemde verwachtingen”, zegt Waruta. „Halverwege de jaren tachtig was daar bar weinig van over. De Afrikaanse leiders hadden het verknoeid en het volk begon te zoeken naar een uitweg uit de dagelijkse misère. Religie bóód die uitweg. Tegelijkertijd zochten Afrikanen een geloof dat veel beter aansloot bij hun belevingswereld, die nog bestaat uit het geloof in witch doctors en allerlei genezingsriten. Mensen keerden zich gaandeweg massaal af van de catechetische religie en vluchtten in een geloof met de nadruk op tastbare beleving. Theorie werd verruild voor iets zoals het ontvangen van de heilige geest.”

En ze zijn overvloedig, de bedruipingen van de Geest. Neem de kerk van Pius Muiru, oprichter van de enorm populaire Maximum Miracle Centres. Als op een doordeweekse dag rond het middaguur de oude Odeon-bioscoop in hartje Nairobi langzaam volloopt, produceert de gospelband al vrolijke klanken. Verschillende sprekers warmen alvast het publiek op voor het eigenlijke spektakel.

Als eindelijk de grote voorganger Muiru met draadloze microfoon het podium bestijgt, swingen en zingen honderden pinksterbroeders en zusters of hun leven ervan af hangt.

Apart hoofdstuk vormt het met lange uithalen scanderen van de naam van de Zondevernieler – Jezus Christus is hier de koning.

Daarna een donderpreek, die ruim een halfuur duurt. De monotoon uitgeschreeuwde bezweringen, Engels vermengd met Swahili, werken hypnotiserend.

In het apocalyptische kabaal raken de gelovigen in trance, heffen huilend hun handen ten hemel en schudden wild met hun hoofd. Ze praten hardop voor zich uit, vallen her en der spontaan ter aarde. Wie niet beter wist zou denken dat de dag des oordeels is aangebroken, onder lunchtijd nog wel.

Aan het einde van de dienst laten de gelovigen gedwee een biljet of wat muntjes in de collectezak vallen, waarna ze in zwijgende stromen naar buiten lopen, de dagelijkse beslommeringen tegemoet.

Mary Otieno is niet uitgeput na het verbale geweld, ze voelt zich gesterkt. Sinds ze een paar maanden geleden voor het eerst deelnam aan een healing in de oude bioscoop zegt ze van haar migraine af te zijn. „Ik heb mezelf opengesteld voor de heilige geest. Pastor Muiru heeft de macht om die te roepen.”

In zijn kerk heeft de heilige geest altijd spreekuur. Mary werkt als kamermeisje in een hotel annex appartementencomplex. Ze is blij dat ze een baan heeft. Minder blij waren haar ouders toen ze vernamen dat ze was toegetreden tot de pinkstergemeente van Pius Muiru. „Die lui spreken in tongen. Het is alleen maar geest, geest, geest, je schiet er niks mee op”, zei mijn vader boos. „Thuis hebben ze grote moeite met mijn keuze, maar ik kan niet anders.”

Ergernis bij veel Kenianen is dat de pinkstergemeente weinig structureels doet voor armen, zoals scholen of klinieken bouwen. Wel verstrekt de kerk kleine individuele leningen, en soms betaalt ze het schoolgeld voor de kinderen. Maar de belangrijkste motivatie blijft toch de spirituele ervaring.

„In deze tijd is men op zoek naar een God die werkt. Daarin onderscheidt de pinkstergemeente zich van andere kerken, er is een kracht aan het werk”, zegt bisschop Bonifes Adoyo in het hoofdkwartier van de ’Jezus is het Antwoord Kerken’. Adoyo’s werkvertrekken liggen in een residentiële wijk te midden van lommerrijke gazons met prachtige palmbomen en bougainvilles. „De nu-ervaring is heel belangrijk, noem het de manifestatie van wonderen. Als het gebeurt voelen mensen dat ze in contact staan met een levende en niet met een theoretische God.”

In Adoyo’s kerk zijn healing-sessies gratis. „Maar”, zegt Adoyo nadrukkelijk, „als je zoveel van God houdt, móet je het in je portemonnee voelen. Financiële offers zijn een graadmeter voor je toewijding aan God.”

Adoyo is zeker niet blind voor de noden in de samenleving, hij onderkent de ontwrichtende werking van ziektes als malaria en aids. Aids noemt hij ’een belangrijk probleem’, maar hij voegt eraan toe dat wie een rechtschapen leven leidt, niet door die ziekte zal worden getroffen. En: „Door te bidden kunnen mensen van aids genezen.”

Volgens de kerkleider bepaalt de kracht van iemands geloof of genezing al dan niet plaatsvindt. Garanties zijn er niet, zoals immers ook in Jezus’ tijd niet iedereen van zijn kwalen genas.

Adoyo beseft dat het vooral leden van de lagere sociale klasse zijn die zich aangesproken weten door de ’wonderen’ die ook in zijn pinkstergemeente plaatsvinden. „Maar wat als de medische wetenschap geen soelaas meer biedt voor een vermogend man met aids? Dan zal ook hij de tussenkomst zoeken van de Almachtige.”

Dat hij aan het hoofd staat van de Pinkstergemeente van Nairobi (NPC), vindt Bonifes Adoyo eigenlijk niet genoeg. Zijn mensen moeten doordringen tot de regering en hoge posities binnen het overheidsapparaat. De expliciet geformuleerde politieke ambitie is opmerkelijk, zelfs in een land waar kerkleiders geregeld politici op de vingers tikken. Na afloop van een dit voorjaar gehouden episcopale conferentie las aartsbisschop Raphael Ndingi een verklaring voor waarin de hebzucht van Keniaanse parlementariërs scherp werd veroordeeld. Leden van de NPC krijgen te horen dat regeringsinvloed essentieel is voor de kerk.

„Vergelijk het met de invloed die de bijbelse Daniël had aan het hof van Babylon”, doceert Adoyo.

Streeft hij soms een theocratische ordening na, waarin de scheiding van kerk en staat is opgeheven?

„Ik geloof niet in die scheiding”, zegt hij beslist. Liefst keerde hij terug naar een ordening zoals die bestond in oudtestamentische tijden, waarin God regeerde via koningen als David en Salomo. Het land bloeide wanneer de heersers godvruchtig waren. Waren de leiders corrupt, dan leed het volk daaronder.

Eind vorig jaar kwam de kerkelijke bemoeienis in statelijke aangelegenheden tot een voorlopig hoogtepunt. Om tegemoet te komen aan de moslimbevolking in Kenia waren in een ontwerptekst voor een nieuwe Grondwet islamitische rechtbanken opgenomen, de zogenoemde Kadhi courts. Luid verzet vanuit de christelijke kerken volgde. Maar even makkelijk zegt Adoyo dat kerk en staat ’totaal ondeelbaar’ zijn. Er moet naar Gods woord geregeerd worden. Is er misschien een groter plan om de politieke doelen te verwezenlijken?

„We willen heus geen coup plegen, maar een plan is er zeker.”

Procureur-generaal Amos Wako, die lid is van zijn gemeente, vindt hij zelf een goed voorbeeld van ’noodzakelijke politieke invloed’. Er is geen spoor van ironie in zijn stem als hij zegt: „Kom volgend jaar na de verkiezingen bij me langs. Als de regering is gevormd, zal ik je onze mensen aanwijzen – stuk voor stuk.”

Voor de Kenianen valt in ieder geval te hopen dat daar niet de minister voor Volksgezondheid bij zit. Zuid-Afrikaanse toestanden zijn dan niet meer zo ver weg. Want waarom een hoop geld uittrekken voor de behandeling van aidspatiënten als men heilig gelooft dat bidden ook werkt?

In de enorme tent van pastor Ng’ang’a bereikt de healing-sessie zijn hoogtepunt. ,,Jesus! Jesus!’’ ,scandeert een bijkans dolle menigte als de pastor een meisje met chronische borstpijnen behandelt.

,,Touchhhhhhhh!’’, roept Ng’ang’a als hij het meisje met de vlakke hand tegen het voorhoofd slaat. Ze zijgt neer. Zes handen staan klaar om haar op te vangen. Manager Mburo bekijkt het schouwspel met een vage glinstering in de ogen. „Wilt u ook gered worden?”, informeert hij fluisterend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden