Ken je vijand, ga op mediatraining

Schrijvers zijn geen wereldvreemde excentriekelingen. Als ze met mediatrainingen hun publiek beter bedienen, waarom niet, vindt (ongetraind) dichter Ingmar Heytze.

Ingmar Heytze (1971) is dichter en publicist, onder meer voor Letter&Geest. In januari verscheen zijn jongste bundel 'De man die ophield te bestaan'.

'Oh, nee toch.' Met deze drie woorden beschrijft Hanna Bervoets in de Volkskrant de ontzetting in kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae, nadat de jonge romancier Nin¿a Weijers haar publiek heeft toevertrouwd dat ze onlangs een mediatraining heeft gevolgd. 'Zo ging dat vroeger niet', mompelt iemand in de zaal.

Wie verbaasd is over de ontboezeming van Weijers heeft een trend gemist. Vooral voor jonge, vrouwelijke schrijvers is het inmiddels heel gebruikelijk dat ze een spoedcursus volgen in omgaan met de media - doorgaans aangeboden door hun uitgever, die weet dat één goede appearance in De Wereld Draait Door minstens een extra herdruk oplevert.

Bij mediatraining ligt de nadruk op radio en televisie. De omgang met geschreven media is meestal niet zo problematisch. Voor een geschreven interview krijg je als schrijver tijd genoeg om je verhaal te vertellen en achteraf eventueel te corrigeren.

Het probleem tussen schrijver en media is driedelig: het moet live, er is te weinig tijd voor diepgang en schrijver en interviewer zijn het niet met elkaar eens over het onderwerp. De schrijver verwacht dat het gesprek over zijn boek gaat, de interviewer wil het voornamelijk over de schrijver hebben. Hij beseft namelijk, beter dan de schrijver zelf, dat ze worden bekeken en beluisterd door een onzichtbaar publiek, dat een andere zender opzoekt als er te lang over een boek wordt gepraat dat ze nog niet kennen, door een schrijver van wie ze waarschijnlijk ook nog nooit hebben gehoord. Het is aan de schrijver om zijn kennis en persoonlijkheid zo te etaleren, dat zo snel mogelijk duidelijk wordt waarom er überhaupt zendtijd aan hem wordt besteed.

Volgens Hanna Bervoets vinden wij, het publiek, het een vervelend idee dat een schrijver zichzelf daarin zou laten trainen. Wij redeneren: schrijvers moeten boeken schrijven, niet leren om ze te verkopen. Wat zou zo'n training anders doen dan een schrijver omscholen tot een volksmenner? "Was de training een bootcamp, dan waren wij de imaginaire vijand."

Waarschijnlijk houden veel mensen vast aan een clichébeeld van schrijvers als wereldvreemde romantici. Maar als er in de driehoek schrijver, media en publiek al een (denkbeeldige) vijandschap zou bestaan, dan zit die meer in de relatie tussen schrijver en media. Het grootste voordeel van mediatraining lijkt me dat je 'de vijand' leert kennen en begrijpen.

Dat weet ik niet zeker, want zelf heb ik nooit een mediatraining gehad. Toen ik begon, waren die er niet voor schrijvers. Wat ik ervan weet, heb ik geleerd door een kwarteeuw om te gaan met de media zelf. Dat ging met vallen en opstaan. In het begin begreep ik niet waarom ik persoonlijke vragen kreeg, of vragen over poëzie die ik volmaakt oninteressant vond. Het kwam me bespottelijk voor dat ik eerst minstens een half uur met een redacteur moest bellen voordat ik dat gesprek in een paar minuten mocht overdoen met de presentator. De voorbereiding die er kennelijk bij radio- en tv- maken kwam kijken, kwam me voor als een soort sociale werkverschaffing.

Ik had er nooit over nagedacht hoe je de wereld zo indikt dat het de moeite waard is er de radio of de televisie voor aan te zetten. Daardoor ging het, vooral in het begin, weleens mis.

Ik herinner me een volkomen mislukt live-radiogesprek met Daan en Willem Ekkel. Kennelijk was ik in het voorbereidende telefoontje erg ad rem geweest, waardoor de indruk was ontstaan dat ik wel tegen een stootje kon. Toen het gesprek pittig werd, klapte ik dicht.

Een paar jaar later ging ik de mist in tijdens Spijkers met Koppen, omdat ik in de uitzending géén ruzie kreeg met twee kunstenaars die boekverbrandingen organiseerden - en dat was wel de bedoeling van de redactie geweest. Het probleem was hetzelfde: tijdens het voorgesprek gedroeg ik me veel zelfverzekerder dan in de uitzending. Sinds ik probeer me onder alle omstandigheden zoveel mogelijk als mezelf

te gedragen, zijn mijn live-interviews niet ernstig mislukt. Bij de gedachte dat ik daardoor wel bezig ben om mezelf te spelen, sta ik liever niet te lang stil.

Dat de media de laatste tien, twintig jaar sterk zijn veranderd, kun je zo'n beetje op elk moment van de dag vaststellen door de televisie aan te zetten. Er gaapt een culturele afgrond tussen programma's als Hier is... Adriaan van Dis en Een uur Ischa en De Wereld Draait Door, dat sinds 2013 trouwens één keer per jaar hoffelijk plaatsmaakt om Van Dis met schrijvers te laten praten zoals vroeger, onder het motto 'DWDD Heimwee'.

Het verschil is samen te vatten in drie woorden: Alles Moet Sneller. Vroeger bereidden media zich voor om met een schrijver te praten, tegenwoordig moet een schrijver zich voorbereiden om in steeds minder tijd de gunst van de kijker te winnen. Het meest extreme voorbeeld was een boekenpitch, eveneens in De Wereld Draait Door, waarin veertien auteurs ieder 30 seconden kregen om een sneak preview van hun boek te geven.

Misschien dat zo'n format bij andere kunstvormen werkt, maar bij schrijvers leverde het zeven minuten pijnlijke televisie op, vooral door het hotelbelletje dat de schrijver midden in een zin afkapte als hij over zijn tijd heenging. Natuurlijk waren die schrijvers daar zelf bij. Ik zou desgevraagd ook hebben meegewerkt. Er is namelijk best veel moed voor nodig om nee te zeggen als je wordt gevraagd voor een optreden met zo'n groot bereik.

Maar hoe zit het met de collega's? Hebben zij mediatraining gehad, of worden ze net als ik pas wat wijzer door schade en schande? Een klein rondje bellen leverde enkele archetypische reacties op. Een oudere uitgever die ik vroeg hoe het zat met mediatraining, zei me: "Voor een schrijver is mediatraining net zoiets als een typediploma. Het kan geen kwaad, maar het gaat er toch om wát je schrijft. Als je lang genoeg doorgaat met goede boeken schrijven, dan komt er altijd een moment dat het wordt opgemerkt, en dan volgt het succes vanzelf. Het kan lang duren, oneerlijk lang soms, maar uiteindelijk is er altijd gerechtigheid."

"Is dat werkelijk waar?", vroeg ik, "of geloof je dat gewoon graag?" Het bleef even stil. Toen zei hij: "Dat moet ik geloven."

Een andere uitgever verklaarde dat hij zijn schrijvers wel mediatraining aanbiedt, maar alleen als hij denkt dat de schrijver het werkelijk nodig heeft, bijvoorbeeld omdat die in de pers gaat komen met een boek over een controversieel onderwerp. "Ik zie het als logopedie", zei hij, "als je geen problemen hebt met spreken, hoef je het ook niet te doen."

Een collegaschrijver die twintig jaar ouder is dan ik, herinnerde zich dat hij vroeger vaak enorm de diepte opzocht in interviews, terwijl de vragensteller daar niet op zat te wachten. Uiteindelijk had hij zichzelf aangeleerd om het in vredesnaam maar wat eenvoudiger te houden en niet hoorbaar te zuchten of chagrijnig te worden.

Een collega van mijn generatie zei: "Ik denk dat ik beter overkom als ik mezelf ben. Ik lul me er tijdens zo'n interview wel uit, daar ga ik me niet op voorbereiden. Een schrijver hoeft helemaal niet zo professioneel over te komen. Sterker, volgens mij is het juist charmant als hij af en toe een beetje zit te hakkelen."

Een vrouwelijke collega van een jaar of dertig zei: "Ja, dat wil ik absoluut doen, zo snel mogelijk. Ken jij misschien een goede trainer?"

Ja, die ken ik. Via het stuk van Hanna Bervoets kwam ik op het spoor van Jurgen Latijnhouwers. Hij is mediatrainer bij Talent Kitchen, werkte onder meer als redacteur bij Pauw & Witteman en heeft een behoorlijke ervaring met het trainen van schrijvers. Hij beschouwt schrijvers als specialisten, net als bijvoorbeeld wetenschappers en politici. De grootste valkuil voor een specialist is dat hij alles wil vertellen wat hij weet, terwijl de luisteraar nog niet eens voor zichzelf heeft uitgemaakt of hij dat onderwerp interessant vindt. De specialist gaat meteen de diepte in, verliest zich in details en nuances, en komt er niet uit als de interviewer een paar simpele, voorspelbare vragen stelt.

"Stel", zegt Jurgen, "dat je een boek hebt geschreven waarin een demente vader voorkomt. Dan zal een interviewer altijd vragen waarom je een boek hebt geschreven met dat thema. Hij wil dat je vertelt hoe je op het idee bent gekomen, of je zelf ervaring hebt met dementie onder de familie of vrienden, of je eigen vader misschien dement is geworden. Misschien wil jij het daar helemaal niet over hebben, maar zulke vragen mag je niet wegwuiven. Je hebt nou eenmaal dat boek uitgebracht en erin toegestemd om daarmee op radio en tv te komen, dan kun je zulke vragen verwachten."

"Je hoeft ze natuurlijk niet te beantwoorden, maar dan moet je op zijn minst uitleggen waarom. Als je ze botweg ontwijkt, wordt het een stroef gesprek, omdat de interviewer dan als een terriër op jacht gaat naar wat je verbergen hebt. Uiteindelijk ben jij degene die slecht overkomt op de luisteraar, hij niet. Met andere woorden: je weet dat die vragen gaan komen, en je kunt daar maar beter een goede repliek op bedenken, bij voorkeur voordat je een microfoon voor je neus krijgt."

"En wat als ik dat nou niet wil?", vroeg ik.

"Dan kun je beter geen interviews geven", zegt Jurgen. "Media zijn op zoek naar schrijvers die goed praten. Als dat niet bij je past, verspil je zowel je eigen tijd als die van de programmamakers, en uiteindelijk die van de luisteraar."

Hoe het wél moet, is goed te zien aan de stamgasten van De Wereld Draait Door: ze zijn direct, geven concrete voorbeelden, vertellen pakkende anekdotes, formuleren duidelijke meningen in goed citeerbare zinnen. En ze zijn nog zichzelf ook.

Maar hoe word je jezelf? Het eenvoudigste antwoord is natuurlijk: dat bén je al. Als je denkt dat je alles anders moet omdat er een camera in de buurt is, gaat het mis. Latijnhouwers: "Je moet niet denken dat je van een mediatrainer leert om totaal anders over te komen dan je bent. Dat werkt nooit. Als iemand zich niet authentiek gedraagt, zie je dat. Altijd."

Is het een kunstenaar onwaardig om zich te bekwamen in het publiekelijk zichzelf zijn? Natuurlijk niet. Zuiver schrijverschap, dat alleen maar om het schrijven draait, bestaat niet - en als het wel bestond, zou het niet behoren te bestaan. Je mag je als schrijver beklagen dat je door de media steeds meer verandert in een aapje dat een kunstje doet, maar je zult je er toch toe moeten verhouden, wil je dat iemand aandacht schenkt aan het boek waar je een paar jaar van je leven in hebt zitten. Niet voor niets zei Gerard Reve al: "Mijn artistieke bevrijding kwam, toen ik besefte, dat je geen profeet bent, maar een vakman, die bepaalde koopwaar levert. Ik wil een eerlijk zakenman zijn, die zijn klanten het allerbeste geeft dat hij maken kan, zodat hij zich over zijn product niet hoeft te schamen. De rest is onzin. Ik heb een winkel. Al het andere is aanstellerij en grootspraak."

Een succesvol kunstenaar leidt een leven dat veel mensen zouden willen leiden. Zijn status is iets wat hem gegund wordt door anderen; door ons, kijkers, lezers, luisteraars. Wij schenken hem die aandacht, en daarmee ook die status. Omdat-ie goed en relevant werk aflevert én omdat hij, zoals de schrijver Kurt Vonnegut ergens stelde, 'likable' is.

In het facebooktijdperk betekent dat: 'geschikt om te liken', maar je kunt het vertalen als: sympathiek, om aardig te vinden, de indruk van zielsverwantschap wekkend. Die laatste is misschien nog wel de mooiste omschrijving, want goddank is niet elke schrijver een allemansvriend. Waar het om gaat is dat hij dingen schrijft waarin we iets van onszelf herkennen, en - getraind of niet - mediageniek genoeg is om te voorkomen dat wij wegzappen.

De rest is ruis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden