Ken de ander, ken jezelf

We doen er alles aan om 'onszelf te leren kennen'. Maar wat is het doel van zelfkennis? En wat is het 'zelf' eigenlijk?

Ken uzelf", luidt het beroemde opschrift op de tempel van Delphi, maar hoe leer je jezelf kennen? Door te rade te gaan bij een vriend, zo stelt hoogleraar wijsgerige ethiek Paul van Tongeren. Hij spreekt volgende week over 'zelfkennis' in De Nieuwe Liefde in Amsterdam. Zelfkennis vereist volgens Van Tongeren vriendschap, en vriendschap vereist zelfkennis. Om jezelf te doorgronden moet je die vragen aandurven die je liever vergeet, maar waarmee echte vrienden je confronteren. De ander maakt mij ik. Maar is er ook nog zoiets als een ík die mij ik maakt?

In de parabel 'Voor de wet' van Franz Kafka komt een boer bij een poort, hij wil naar binnen, maar krijgt geen toestemming van de wachter. Wanneer de boer via een kier een glimp probeert op te vangen van wat zich achter de poort bevindt, daagt de wachter hem uit om over de drempel te stappen. Maar hij voegt eraan toe dat de man nieuwe wachters op zijn pad zal treffen, de een nog machtiger dan de ander. De boer aarzelt, kiest dan eieren voor zijn geld. Hij neemt plaats op een krukje naast de poort. Daar zit hij, maanden, jaren, toonloos zijn lot vervloekend.

Als zijn laatste dagen zijn geteld, stelt hij de wachter die éne vraag die hij nog niet eerder gesteld heeft. Hoe komt het dat al die tijd niemand behalve hij heeft gevraagd om door de poort te mogen gaan? De wachter antwoordt: "Niemand anders kon hier binnengaan, want deze ingang was alleen voor jou bestemd. Ik ga nu weg en sluit hem". Het leven van de boer is een permanent nog-niet gebleven.

De strekking is duidelijk: er is een manier van mens-zijn die de jouwe is. Als je die unieke bestemming niet leeft, mis je het doel van je bestaan. Maar hoe weet je wat jouw weg is? Daarvoor moet je weten wie je zelf bent.

Het begrip 'zelfkennis' duikt in de westerse filosofie voor het eerst op in het oude Athene. In de ontluikende democratie waar burgers met elkaar de dienst gaan uitmaken, is behalve kennis van zaken (wetenschap, logica, ethiek) ook kennis van het zelf van belang. In de woorden van Socrates: "Een leven dat zichzelf niet onderzoekt, is geen menswaardig leven".

Dat onderzoek heeft weinig van doen met het verliefde turen van Narcissus naar zijn spiegelbeeld of met het gebiologeerde staren naar de eigen navel. Zelfkennis in de Atheense polis heeft een ethische component. Het helpt de bewoners van de stadstaat uit te groeien tot goede, eerzame burgers. Dat 'zelf' is geen schat die paraat ligt om te worden opgedolven, maar iets dat zich ontwikkelt in de dialoog. Plato schrijft in Alcibiades dat wie zichzelf wil kennen in de spiegel van een andere ziel moet kijken. Alleen in samenspraak met de ander ontdek ik wat mens-zijn voor mij betekent.

Hoogleraar sociale wetenschappen Christien Brinkgreve, die volgende week met Van Tongeren in dialoog gaat, onderschrijft dat in haar boek 'De ogen van de ander: over de sociale bronnen van het zelf'. De mens is geen eilandje in een zee van eilandjes maar een atoom in een complex patroon van atomen. Hij staat in verbinding met anderen, is door hen gevormd en op hen aangewezen.

Maar voor zelfkennis is naast de samenspraak met de ander ook het innerlijke gesprek van belang. Een van de oudste schriftelijke neerslagen van dat zelfgesprek stamt uit de tweede eeuw na Christus en is van de hand van de Romeinse keizer Marcus Aurelius. Hij schrijft 'Overpeinzingen' tijdens veldtochten in gestolen uren. Het zijn geestelijke oefeningen om te leven in overeenstemming met de natuur en zo het geluk een handje te helpen. Want: "Zij die de roerselen in hun eigen ziel niet nauwlettend volgen, moeten wel ongelukkig zijn".

Marcus Aurelius krijgt navolging van de vroegmiddeleeuwse kerkvader Augustinus. Zijn geschrift 'Belijdenissen', waarin hij zijn leven, zijn spectaculaire bekering van losbol tot gelovige en zijn relatie tot God optekent, getuigt van een verfijnd psychologisch inzicht en een scherp analytisch vermogen. Maar bij hem is de zoektocht naar zichzelf de zoektocht naar de Ander, naar God. De weg naar binnen leidt naar boven.

De zestiende-eeuwse edelman Michel de Montaigne is de eerste bij wie de queeste naar zichzelf niet in dienst staat van een ethisch of religieus ideaal. Zijn openhartige overpeinzingen zijn meer door nieuwsgierigheid gedreven, tastende verkenningen naar de omtrekken van zijn veranderlijke zelf. Probeersels, essays waarin hij zichzelf gadeslaat, beschouwt, proeft. Waarin hij rondwentelt in zijn eigen geest en het hart op de tong niet schuwt. Over wat hij in die geest aantreft, schrijft hij: "We zijn niets dan stukjes en beetjes. Er bestaat evenveel onderscheid tussen ons en onszelf als tussen ons en de ander".

Vandaag de dag is het de Canadese filosoof Charles Taylor die het begrip zelfkennis weer - zoals de oude Grieken - verbindt met een ethisch ideaal. Een mens kan volgens hem zijn identiteit alleen bepalen tegen de achtergrond van de geschiedenis, de natuur en de samenleving. Zonder horizon geen plaatsbepaling. Weten wie je bent, betekent dat je - met één oog op de ander en de omgeving, en één oog op jezelf - in staat ben om te wegen wat waardevol is en wat waardeloos, wat van betekenis en wat van ondergeschikt belang.

Ook Paul van Tongeren stelt zelfonderzoek op een lijn met ethiek. In zijn gelauwerde boek 'Leven is een kunst' benadrukt hij hoe belangrijk het is om het eigen leven kritisch onder de loep te nemen. Doel is niet zozeer de zorg voor het zelf, zoals populaire eigentijdse levenskunstfilosofen betogen, als wel het ontwikkelen van een morele levenshouding waarin plaats is voor kwetsbaarheid en ruimte voor de ander. Want, meent Van Tongeren: "De mens is een wezen dat niet alleen gebaard wordt door een ander, begraven wordt door anderen, maar ook daar tussen in slechts mens wordt door anderen."

Blijft over de vraag of je jezelf echt helemaal kunt leren kennen. Psychologen lijken sceptischer dan filosofen. Zelfkennis is zelfbedrog. Met een enorme roze bril op doen we aan introspectie. We vinden onszelf slimmer, leuker, gezelliger, socialer dan iedereen om ons heen ons vindt. Misschien maar goed ook. Van een realistisch zelfbeeld zouden we zo maar eens depressief kunnen worden.

Op 6 november in de Nieuwe Liefde: Wat is wijsheid. Over zelfkennis. O.l.v. Colet van der Ven en Daan Roovers (Filosofie Magazine). Met Paul van Tongeren, Christien Brinkgreve, Maartje Wortel. www.denieuweliefde.com.

Het orakel van Delphi. Links bezoekt Aegeus de priesteres (afgebeeld op een beker uit 450 voor Christus). Rechts vraagt Apollo advies (vaas uit de vierde eeuw voor Christus).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden