Kemboi redt op steeple Keniaanse eer

Na teleurstellend verlopen Olympische Spelen presteren atleten uit Afrikaans land ook in Moskou onder hun niveau

MOSKOU - Of de Keniaanse atletiekploeg nu glorieert of teleurstelt, de 3000 meter steeplechase blijft een vaste waarde. Op het baanonderdeel dat het dichtst bij hun natuurlijke wijze van lopen komt, wonnen de Kenianen in de 30-jarige WK-geschiedenis 33 medailles, meer dan tweemaal zoveel dan alle andere landen tezamen.

Het tiende goud werd gisteren een prooi van Ezekiel Kemboi, die meer dan ooit een fenomeen werd in zijn land. Niet alleen scoorde hij een gouden hattrick, hij had die vanaf 2003 vooraf laten gaan door drie achtereenvolgende zilveren medailles. Nog maar vier jaar eerder was hij van school gekomen en had hij nog nooit aan atletiek gedaan.

Kemboi is ook tweevoudig olympisch kampioen. Daarmee heeft hij de illustere Moses Kiptanui, sinds 2009 zijn trainer, als succesvolste Keniaanse atleet ruim verdrongen. Kiptanui won tussen 1991 en 1995 ook drie wereldtitels achtereen maar nooit olympisch goud. De 31-jarige Kemboi, die met zijn mohawkkapsel toonde 'klaar te zijn om te winnen', passeerde zijn 18-jarige landgenoot Conseslus Kipruto gisteren pas in de laatste ronde.

Het succes van Kemboi en Kipruto werd in Kenia met een zucht van verlichting ontvangen na de zeer teleurstellende Olympische Spelen van Londen. Er is de afgelopen twee jaar sprake van geweldige kwaliteitsschommelingen.

Twee jaar geleden in Daegu behaalde Kenia een recordscore met zeventien medailles, waaronder zeven gouden. Voor dat totaal werd voor meer dan de helft getekend door vrouwen, die sinds zes jaar het juk van huisvrouw zijn en kinderen baren hebben afgeschud en aan een enorme sportieve opmars bezig zijn. Die ontwikkeling wordt bevestigd in Moskou, waar Edna Kiplagat haar titel op de marathon prolongeerde en Milcah Cheywa de steeple won.

Op die steeple waren de mannen gisteren de uitzondering op een tot dusverre teleurstellend toernooi. Met als grootste aanfluiting het ontbreken van een deelnemer in de finale 800 meter.

Al voor Moskou waren er zorgen, zelfs paniek. Tijdens de Olympische Spelen presteerden veel Kenianen onder hun niveau. Ofschoon de federatie Atletiek Kenia voor Londen twaalf gouden medailles als doel had gesteld, werden er slechts twee gewonnen. Daar zat wel de spectaculairste van het toernooi bij, die van David Rudisha die de 800 meter won in een ongedachte wereldrecord van 1.40,91.

Twee oorzaken werden voor het falen aangewezen. Zoals in het verleden wel vaker gebeurde, hadden de westerse managers het gedaan. Hen wordt verweten dat ze de atleten uitputten in de lucratieve wedstrijden van de Diamond League. In Londen zouden ze te vermoeid zijn geweest om in topvorm te kunnen zijn. Vlak voor Moskou werd het een aantal Keniaanse atleten verboden te starten in de Diamond League van Londen, twee weken voor de WK.

Maar niet alleen daarin lag de oorzaak van het falen. Decennialang hebben Kenianen zich van middellange tot lange afstanden moeiteloos kunnen handhaven op basis van hun natuurlijke looptalent en het feit dat ze op hoogte leven en trainen. Nu worden ze ingehaald door de (medische) wetenschap en de betere faciliteiten waarmee westerse atleten zich omringen. Een bijkomend probleem is, dat Keniaanse atleten daarom steeds vaker hun toevlucht nemen tot doping, al zijn tot dusverre slechts sporters van de tweede garnituur betrapt.

Isaiah Kiplagat, voorzitter van Atletiek Kenia, staat bekend om zijn impulsieve acties. Nog tijdens de WK heeft hij verkondigd dat Kenia een buitenlandse technisch directeur nodig heeft. Deze zou de Keniaanse trainers moeten bijscholen op tactische een fysieke aspecten. Er moet volgens hem worden ingespeeld op een nieuwe wijze van lopen, waarin niet alleen het uithoudingsvermogen maar vooral de sprintsnelheid in de laatste ronde beslissend is. Daarmee wijst Kiplagat op de Brit Mo Farah, die daarmee triomfen viert. Alsof Haile Gebrselassie en Kenenise Bekele van aartsrivaal Ethiopië dat nooit hadden gedaan.

De theorie van Kiplagat is niet nieuw. Een reeds 37 jaar in Kenia ingeburgerde Ier is al jaren bezig nieuwe trainingstheorieën in de praktijk te brengen. Het gaat om de vermaarde broeder Colm O'Connell, die op zijn school in Iten 25 wereldkampioenen en vijf olympische kampioenen voortbracht.

O'Connell is teruggekomen op de traditionele methode die lang goed werkte: lopers dwingen tot het maken van veel kilometers en trainingen van hoge intensiteit op de baan. "We slaan een gebied aan dat al dicht bij de 100 procent ligt, de loper stoot zijn hoofd tegen het plafond door meer en meer en meer van hetzelfde te doen", aldus O'Connell in een interview met Reuters.

Zeven jaar geleden kreeg de illustere broeder Rudisha onder zijn hoede. Met hem weefde O'Connell veel gymnastische oefeningen in trainingen, met de nadruk op lichaamshouding, een krachtige romp en de juiste afzet op de baan. De omvang werd gereduceerd, daarvoor in de plaats zijn korte, gevarieerde intervaltrainingen van hoge kwaliteit gekomen. De atleet moet zich fit blijven voelen, niet uitgeput. "Dit heeft geresulteerd in de wijze waarop Rudisha loopt: zeer gecontroleerd en vloeiend."

Kemboi vindt enerzijds dat de komst van een buitenlandse trainer een goede zaak kan zijn, maar heeft ook zijn vraagtekens. "Er is niets mis met de Keniaanse atletiek. En iedereen kan een trainer overal vandaan halen, maar alles hangt van de atleet af. Iedereen heeft nu eenmaal een andere wijze van lopen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden