Keltenboot wiebelt de fjord in

De Deense maritiem ingenieur Rasmussen besloot een boot te reconstrueren die zo'n 350 jaar voor Christus de wateren in het zuiden van zijn land onveilig maakte. De roeiers van nu kunnen zich dat amper voorstellen, ze zijn al blij als ze droge voeten houden.

Knud Skov Rasmussen heeft een naam die je onmiddellijk aan de Deense geschiedenis van Vikingen en Kelten doet terugdenken. Te weten dat hij tot aan zijn pensionering bij het Deense bedrijf Danfoss (producent van compressoren, hydraulica en allerlei soorten koel- en verwarmingsapparatuur) maritiem ingenieur is geweest en tegenwoordig een grote kennis van de maritieme geschiedenis van zijn land bezit, is in het licht van die naam niet eens zo vreemd.

Ongewoon is het ook niet dat Rasmussen jarenlang een droom heeft gekoesterd, waarvan hij van tevoren wist dat hij hem nooit in zijn eentje had kunnen verwezenlijken. Zelfs toen hij assistentie van een groep vrijwilligers van zo'n man of twaalf heeft gehad, duurde het nog zeven jaar voordat hij zijn plan had geconcretiseerd.

De oorspronkelijke boot bestaat nog steeds, zodat ze als voorbeeld voor de replica heeft kunnen dienen. De boot zelf kan allang niet meer varen, het is een echt piece of art geworden dat als een nationale schat wordt bewaard in het National Museet in Kopenhagen. Waar het na een overigens niet al te perfecte restauratie op de afdeling vaderlandse geschiedenis is te zien.

Een beetje verwarrend is dat wel, want de boot moet het opnemen tegen talloze stukken uit de tijd van de Vikingen en hoewel de boot als zodanig wel een beetje lijkt op de vaak met draken opgesierde open schepen van de Vikingen, hebben ze met deze tijd weinig te maken. De Vikingen komen uit een periode die deel uitmaakt van de Middeleeuwen. Met de samensmelting van de Deense stammen door de 'oer'-koning van Denemarken Gorm de Oude en de overgang naar het Christendom van zijn zoon Harald Blauwtand in de elfde eeuw, wordt de tijd van de Vikingen definitief afgesloten. Het onderdeel van de Vikinger maritieme geschiedenis is in tal van musea vrijwel op de voet te volgen, maar de nautische geschiedenis die eraan voorafgaat vertoont nog tal van lacunes.

Juist uit die periode dateert de boot van Rasmussen, die naar zijn oorsprong de Hjortspring-boot wordt genoemd. Hjortspring betekent zoveel als 'de hertenbron', een plek in de buurt van de plaats Guderup op het eiland Als in het zuid-oosten van Jutland die eeuwenlang 'woest en ledig' was. De boot lag daar, ver van het water, in de grond die in de 19de eeuw vanwege de turf was afgegraven. De boot kwam echter pas in 1921/1922 aan het daglicht.

Dat was een tijd dat de 'natte archeologie' nog in de kinderschoenen stond, iets dat de juiste conservering van de scheepsresten lang parten heeft gespeeld. De afkomst van de (geheel open) boot kon vrij gemakkelijk ge traceerd worden: de boot die uitsluitend uit (linden)hout bestaat en geen spoortje ijzer bevat, moet rond 350 voor Christus vanuit het zuiden de Deense wateren zijn opgevaren.

Dat jaargetal kan genoemd worden na dendrochronlogisch onderzoek van scheeps- en wapenresten die in 1987 andermaal bij de vindplaats op Als werden opgegraven. Waarschijnlijk ging het om drie schepen, want bij de vondst van de Hjortspringboot is de volledige bewapening van zestig krijgers gevonden.

De boot zelf biedt echter maar plaats aan twintig roeiers. Rasmussen: ,,Ik kan me voorstellen dat het om een heidens offer ging. De drie boten, bemand door een legertje Kelten dat met speren en schilden bewapend was, zijn bij de monding van het riviertje de Stolbro Baek aangehouden, de mannen vermoord en een van de boten op het droge getrokken om vervolgens als een geschenk aan de goden te worden gegeven.''

Rasmussen begon zo'n tien jaar geleden met de uitwerking van zijn droom. Hij vond in het dorp Holm onder Nordborg een werf dichtbij het water met een open verbinding met de Als-fjord en bracht een groep vrijwilligers bijeen, die zich behalve op de vervaardiging ook ging bezighouden met het bijeenbrengen van de nodige fondsen, de voorlichting en het volgen van de activiteiten voor de wetenschap. Alle bouwers, van onderwijzer, huisvrouw, boer tot kantoorbediende, hadden nog nooit een stuk gereedschap voor de bouw van een boot in handen gehad.

Dat bleek echter geen onoverwinbare handicap te zijn, want tegenwoordig acht de groep vrijwilligers zich in hoge mate geoefend in de historische scheepsbouw. Rasmussen vond namelijk dat de boot met authentieke gereedschappen gemaakt moest worden en dat betekende dat nog voordat de eerste planken geschaafd werden er primitief uitziende bijlen en zagen moesten worden vervaardigd. Om niet de kans te lopen aan een project te beginnen dat onverhoede problemen zou scheppen, werd besloten om allereerst twee proefstukken te bouwen, delen van de steven en de achterzijde.

Het was een ervaring die direct inzicht over de bouwwijze bood. De twee proefstukken werden aan de wetenschap getoond, niet alleen om er financiële steun mee te verwerven maar ook en vooral om er kennis mee los te maken. Rasmussen: ,,De oorspronkelijke boot is gemaakt van achttien meter planken van lindenhout, die bijeen worden gehouden door reepjes bast van dezelfde lindenboom. Lindenbomen komen in Denemarken niet voor, nu niet en waarschijnlijk vóór Christus ook niet. We kwamen uiteindelijk in Gdynia in Polen terecht, waar we zulke lange planken konden kopen.''

De boot meet nu 19 meter, inclusief de dubbele boegspriet, waarmee ze grote overeenkomst vertoont met de schepen die zijn te vinden op de rotstekeningen uit de IJzertijd, zoals die te zien zijn in het Zweedse Bohuslan op de grens met Noorwegen. Bij een breedte van twee meter steekt de boot slechts 40 centimeter (bij volle belading) wat duidt op een nagenoeg ronde kielloze rompbodem. Dat gegeven heeft de mannen van Rasmussen al de nodige problemen bij het varen gegeven. Want bij de proefvaarten die er tot nu toe in de afgelopen zomers zijn gehouden, blijkt de boot op een weinig stabiele wijze voortgang te maken.

Hoewel er een (veilige) snelheid van acht knopen mee te bereiken valt, hebben de roeiers niet echt het idee het voortdurend droog te kunnen houden. De boot maakte veel water, een probleem dat onlangs is bestreden door de kieren tussen de planken met schapenvet te vullen. Desalniettemin zal de boot binnenkort als ze opnieuw het water ingaat, door speciale roeiers, de Drakkar Klubben uit Kopenhagen genaamd, worden voortbewogen.

De leden van deze club leggen zich toe op het roeien van historische (Vikingen)schepen. Rasmussen spreekt overigens niet van roeien, maar van peddelen. ,,De roeiers hebben een losse riem of roeispaan in de hand waarmee ze zich vooruit bewegen. Voor riemen die in een dol in het gangboord rusten, is geen plaats.''

Nu de boot definitief zeewaardig is (beter gezegd binnenzeewaardig), wil Rasmussen niet wachten om een nieuw project aan te pakken. Met een aantal medewerkers heeft hij zich ten doel gesteld om in één zomer een replica te maken van de Nydamboot, genoemd naar het wrak dat bij de gelijknamige plaats op de kust van Jutland in 1863 werd opgegraven. Dat schip wordt geconserveerd in een Duits museum (het Gottorp museum in Schleswig) en is al van alle kanten door Rasmussen bestudeerd. ,,Toch komen er net als bij de Hjortspringboot eerst twee proefstukken. Maar omdat de boot van eiken is, een inlandse houtsoort, moet ze zeer snel, in slechts één zomer, worden gebouwd. Anders gaat het hout werken en zouden we elke keer overnieuw moeten beginnen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden