Keizerpinguïn sterft niet uit, maar verhuist

Satellietbeelden werpen nieuw licht op verspreiding broedkolonies

De keizerpinguïn leek de dodo achterna te gaan, maar er is weer hoop. Wetenschappers vreesden dat de klimaatverandering de grootste onder de pinguïns de komende honderd jaar fataal zou worden. Dit vanwege hun hardnekkige gewoonte om elk jaar op dezelfde plaats hun nest te bouwen. Maar de ster uit de beroemde Franse documentaire 'March of the Penguins' blijkt flexibeler dan gedacht: als de omstandigheden daar om vragen, verkast dit dier.

Dat blijkt uit satellietopnamen van de University of Minnesota boven Antarctica, waarbij de wetenschappers zochten naar de kenmerkende bruine poepsporen in de witte sneeuw. Daaruit viel meermalen af te leiden dat keizerpinguïns niet terugkeerden naar hun eerdere broedkolonie, maar ergens anders een nest bouwden.

De satellietbeelden tonen broedkolonies die door de jaren heen groter of kleiner worden, en een enkele keer ook een nieuwe kolonie. "Dat is in strijd met wat we dachten te weten over keizerpinguïns", zei onderzoekster Michelle LaRue gisteren op een conferentie in Canada. "De pinguïns in die nieuwe kolonies komen niet uit de lucht vallen, ze moeten ergens anders vandaan komen. We moeten dus opnieuw gaan nadenken over de betekenis van krimpende kolonies."

De broedkolonie in 'March of the Penguins' heet Pointe Géologie en is al zestig jaar onderwerp van studie. De laatste paar decennia maken de pinguïnonderzoekers zich zorgen over de opwarming van de aarde, die in het Zuidpoolgebied het hardst gaat. Dat heeft grote gevolgen voor het zee- en landijs en dus voor het leefgebied van de keizerpinguïns. Die broeden op het ijs, midden in de Antarctische winter.

Vanaf de late jaren zeventig halveerde Pointe Géologie in vijf jaar van 6000 naar 3000 broedparen. Onderzoekers schreven dat toe aan de klimaatverandering. Volgens het onderzoeksteam van LaRue was die conclusie te kort door de bocht. De oude theorie ging ervan uit dat Pointe Géologie geïsoleerd lag en de pinguïns dus nergens anders heen konden. Op de satellietbeelden zijn nu echter verschillende kolonies te zien die de keizerpinguïns makkelijk kunnen bereiken. Het is dus mogelijk dat de Pointe Géologie-pinguïns niet zijn gestorven maar verhuisd, aldus LaRue.

Eerder dit jaar onthulde een Brits-Australisch-Amerikaans onderzoeksteam eveneens dat de keizerpinguïn zich kan aanpassen. In jaren waarin het zeeijs pas werd gevormd na aanvang van het broedseizoen, weken de pinguïns uit naar drijvende ijsplaten. Dat vergde soms een klauterpartij van dertig meter langs steile wanden. Dit terwijl deze goede zwemmers bekendstaan als klungelig op het droge.

Ook naar andere pinguïnsoorten wordt veel onderzoek gedaan, met sterk wisselende uitkomsten. De kleine Adéliepinguin, eveneens inwoner van Antarctica, lijkt wel te varen bij de opwarming van de aarde. Minder goed gaat het met de Magelhaenpinguïn in Argentië. Die wordt niet alleen bedreigd door voedseltekort maar ook door slagregens, meldde de University of Washington. Kuikens waarvan de veren nog niet waterproof zijn, sterven daardoor aan onderkoeling.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden