Keizer / Op de maan moet je steeds tegen jezelf zeggen: ’Let nou op, dit is uniek’

Collega S. heeft boven zijn bureau een poster hangen waarop een foto staat die genomen is tijdens een van de Apollomissies. Je ziet op de voorgrond het grijze maanoppervlak en in de diepzwarte hemel daarboven de opkomst van de aarde.

Earthrise of aardopgang.

Ik geloof dat dat beeld het belangrijkste is wat de ruimtevaart totnogtoe heeft opgeleverd, maar kon dat alleen door een bemande vlucht worden bemachtigd?

Domme vraag vindt S., en voor straf gaf hij mij het boek dat Andrew Chaikin erover had geschreven: ’A Man on the Moon’, uit 1994.

Ik dacht dat astronauten uitgekozen werden wegens hun vermogen om bij bewustzijn te blijven terwijl ze op abnormaal grove wijze dooreengeschud, rondgeslingerd en in elkaar gedrukt werden. Wie na al dat slingeren, draaien en pletten nog bij kennis was, werd vervolgens onderzocht op restjes filosofie, dichterlijkheid en verbeeldingskracht, en als het daar vrijwel volledig aan ontbrak dan was je erdoorheen en kon je als goed aanstuurbare robot de ruimte in geschoten worden.

In de jaren dertig van de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er aan weerskanten van de aan te leggen spoorwegen een schutting geplaatst zou moeten worden om de voortrazende trein aan het oog van mens en vee te onttrekken. De gedachte was dat sommige mensen, maar in ieder geval alle koeien, ter plekke buiten zichzelf zouden raken bij de aanblik van een zo groot gevaarte dat zich met die snelheid voortbewoog. Extrapolerend kwam ik op een vergelijkbare slotsom voor de eerste aanschouwer van een aardopgang. Wie zou een dergelijke afstandelijkheid van al het aardse kunnen doorstaan zonder wanhopig te worden, of cynisch, over voetbal, honger, parkeerruimte, gebed, filosofie?

Onzin, zo blijkt uit Chaikin’s boek. De Apollo-astronauten waren dichters noch robots. Het waren vrijwel allemaal geharde testpiloten met een ongelooflijk doorzettingsvermogen, want voordat je als astronaut omhooggeschoten werd, stond je meestal jaren en jaren in de rij.

Behalve met de welhaast metafysische impact van een aardopgang zat ik met drie praktische vragen waarop Chaikin duidelijk antwoord geeft.

Hoe plas je in gewichtloosheid? Men plaatst het lid in een condoom waaraan een katheter zit die naar een vacuüm leidt. Probleem is dat je de lozing in gang moet hebben voordat je een palletje overhaalt dat het vacuüm aanzet. Timing is precair. Als je eerst plast en dan het vacuüm aanzet vliegt er onvermijdelijk een flinke slok urine naast, die het ruimteschip in drijft. Zet je het vacuüm te vroeg aan dan wordt je mannelijkheid met een plop strak in het condoom vastgezogen, waarmee de lozingsreflex onmiddellijk dooft. Goede raad is duur.

De andere evacuatie geschiedt door plaatsing van een aankleefzakje rond de relevante opening. Bij een min of meer vaste substantie geen probleem, maar in geval van diarree, zoals Frank Borman overkwam in Apollo 8, is het onvermijdelijk dat er wat gelekt wordt, zodat ook deze druppels gaan rondzweven. Wie daarbij ook nog gaat braken, zoals Borman deed, die vult het hele ruimteschip met een gore mist en niet aflatende stank. De eerste reactie van duikers die in de oceaan het luik openenden van de pas gestrande capsules was steevast een in walging afgewend gelaat wegens de doordringende stank daarbinnen.

Mijn derde vraag betrof een zelfmoordpil in geval van uitzichtloze stranding ergens in de ruimte of op de maan. James Lovell zei: „Onnodig. Als ik dood wil, doe ik het luik wel open”.

Bijna allemaal vertellen ze hetzelfde over de beleving van op de maan zijn: het lukt niet echt om mentaal mee te reizen met de raket, zodat je, rondlopend op de maan, steeds tegen jezelf moet zeggen: ’je bent nu echt op de maan, let nou op, dit is uniek’, maar het dringt niet echt door tot later.

Buzz Aldrin constateerde dit op onnavolgbare wijze toen hij terug was op aarde met Neil Armstrong. Samen bekeken ze de tv-uitzending van hun landing, de extatische reacties in alle hoofdsteden, kortom de hele wereldwijde poppenkast rond hun maanlanding waarop Aldrin tegen Armstrong zei: ’Neil, we missed the whole thing!’

Naast de bijna-rampen vond ik een droom die Charley Duke had zes maanden voordat hij opsteeg het engste. Hij rijdt met Edward Young op de maan in de Moon Rover en ze stuiten op sporen van een ander vierwielig voertuig. Na toestemming van Houston volgen ze de sporen en stuiten een paar mijl verder op een voertuig dat op de Rover lijkt. Er zitten twee doodstille figuren in, gekleed in ruimtepakken. Langzaam nadert hij de man die rechts zit, maar hij kan niet achter het spiegelende glas kijken van diens zonneklep. Als hij die omhoog duwt kijkt hij in zijn eigen gezicht. Ze nemen fragmenten van het voertuig mee terug naar de aarde, waar blijkt dat het 100.000 jaar oud is.

Er zit ergens een zwart gat in deze droom, maar ik weet niet precies waar. Het is misschien de uitdrukkelijke verlatenheid van een dode op de maan waaruit geen verlossing mogelijk is.

Met de absurde conclusie dat de doden op aarde beter af zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden