keizer / Denk eens aan de leegte van de allerlaatste mens

Multatuli vroeg zich eens af of er ethiek is op een onbewoond eiland. Zo gesteld is het een rare vraag die lijkt op ‘zijn er parkeerproblemen op de maan?’ Maar hij doelde op de vraag of één geïsoleerd levende mens op een verder mensenvrij eiland eigenlijk nog wel iets met iemand te maken heeft.

Moet zo iemand zich nog ergens iets van aantrekken? En waarom dan? Wij sluiten alle flessenpost uit, eveneens per ongeluk laag overkomende vliegtuigjes, of langsvarende schepen.

Om alle flessen, vliegtuigjes en schepen voor te wezen kun je deze benauwenis beter op een eiland in de tijd plaatsen, dan in de ruimte. Denk eens aan de allerlaatste mens, aan wat of wie zou die zich nog iets gelegen moeten laten liggen? In die verpletterende leegte zou het niet eens zin hebben om je wanhoop uit te schreeuwen. Eén mens is geen mens. Hoewel wij erg hechten aan onze autonomie, individualiteit, zelfstandigheid, privacy, persoonlijke levenssfeer, eigendommen et cetera, vergeten we vaak dat deze noties zich alleen binnen een gemeenschap kunnen ontwikkelen. Iemand die als enige op een eiland woont zal nooit met zinvolle nadruk kunnen zeggen: ‘Maar dit is mijn fiets!’ En dat is niet het enige dat hij nooit zal hoeven zeggen. Als je er even bij stilstaat zul je tot de conclusie komen dat hij helemaal nooit iets zal hoeven zeggen, want taal is er voor om anderen te bereiken, niet om met jezelf in gesprek te gaan.

Wie een huisgenoot heeft die moeilijk uit bed komt die zal haar ’s morgens van onderaan de trap toeroepen ‘kom er nou eens uit’, maar het is niet voorstelbaar dat iemand zichzelf op die manier met vrucht zou benaderen. Stel u de vrouw voor die dit toch probeert. U komt toevallig langs de slaapkamer en hoort hoe zij zichzelf op luide toon toespreekt: ‘kom er nou eens uit!’ Da’s raar.

Mens-zijn is een hoedanigheid die alleen mogelijk is in samenhang met andere mensen. De kwaliteit van dit samenhangen kan sterk wisselen. De bijzondere pijn die de omgang met een autistisch kind oplevert voor de ouders is een voorbeeld van samenhang waarin de uitwisseling niet goed in balans valt te krijgen.

Een ander voorbeeld, ditmaal van verdwijnende samenhang tussen mensen, tref je in dementerenden. En ook hier is er een heel specifieke pijn in de omstanders bij het tafereel van een medemens die langzaam wegzakt uit de kring en die qua geestelijk functioneren zelfs helemaal buiten de kring terecht dreigt te komen.

Boudewijn Chabot schreef een prachtig proefschrift over een heel bijzondere manier van het verbreken van menselijke samenhang onder de titel ’Auto-euthanasie, verborgen stervenswegen in gesprek met naasten’. Het bijzondere aan deze zelfgekozen stervenswegen is het voortgezette gesprek met de naasten. Het menselijke samenhangen blijft gehandhaafd bij onderhandelingen over een koers die de samenhang onherroepelijk gaat verbreken: de dood. Er vindt overleg plaats in de trant van ‘we houden van elkaar en vinden jullie het goed dat ik voor altijd vertrek?’

Deze mensen maken zichzelf op liefdevolle wijze los uit de menselijke kring wegens ernstige lichamelijke achteruitgang.

Deze manier van doen contrasteert scherp met de stervensweg die Jean Amery beschrijft in zijn boek ‘De hand aan zichzelf slaan’. Amery pleit nergens voor maar hij constateert dat het een mens gegeven is een stap opzij te doen, zich buiten alle rijen van opgestelde mensen te plaatsen. De zelfdoding waar hij over spreekt (en die hij ook daadwerkelijk voltrok) speelt zich juist af buiten alle gesprek. Jean Amery (1912-1978, eigenlijk Hans Maier) was een Oostenrijkse jood. Oostenrijker door geboorte. Jood door Hitler. In zekere zin lijkt de oorlog het gesprek tussen hem en zijn medemensen voorgoed te hebben onderbroken. Hij werd ernstig mishandeld door de SS en verbleef daarna in Auschwitz, Buchenwald en Bergen-Belsen.

Zijn zelfdodingsruimte is een heel ander optrekje dan de warme huiskamer waarin Chabots auto-euthanasie zich voltrekt. Het is er killer en grimmiger. Geen antichambre maar een na-kamer vanwaar de enige aanwezige een heldere blik werpt op het achterliggende leven in de verlossende zekerheid daar nooit meer in terug te hoeven keren en de opluchting dat met niemand te hoeven bespreken.

Daar komt nog de extra bonus bij dat deze mens niet in doodsangst hoeft te sidderen voor de zware stap van het naderend einde. Hij regelt het zelf.

De positie waarin zijn joodzijn en de kampen hem hebben geplaatst verklaart veel van Amery’s standpunt. Maar ook voor mensen die niet door de Holocaust getekend zijn is hij begrijpelijk. Je kunt hem emotioneel volgen. Hij schuift het gangbare psychologische denken over zelfdoding terzijde, omdat het voorbij gaat aan ‘het principiële feit dat de mens in de grond van de zaak zichzelf toebehoort – en wel buiten het net van maatschappelijke mazen, buiten overeenkomstige factoren als een biologisch noodlot en een vooroordeel dat hem tot leven veroordeelt’.

Ik kan hem wel volgen, maar hoop tegelijkertijd dat ik die na-kamer nooit anders hoef te benaderen dan als een sussende gedachte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden