Keith Bakker | Ik zie alleen die getormenteerde ziel

'Als God bestaat, dan hoop ik dat Hij in een hemel woont die lijkt op het hotel in Thailand waar ik ooit was en dat hij zegt: Well done, my good en faithfull servant.' ( FOTO MARK KOHN) Beeld
'Als God bestaat, dan hoop ik dat Hij in een hemel woont die lijkt op het hotel in Thailand waar ik ooit was en dat hij zegt: Well done, my good en faithfull servant.' ( FOTO MARK KOHN)

Keith Bakker (New York, 1960) is oprichter van Smith & Jones, een privékliniek voor verslaafden. Daarnaast is hij, onder andere, als tv-presentator te zien in het NCRV-programma ’Family Matters’. Over het leven van Bakker, ex-junk, schreef Leon Verdonschot in 2008 het boek ’Pushing the limits’.

arjan visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„God, zoals ik hem zie, lijkt op mijn vader: een soort dictator, veeleisend, straffend en afwijzend. Het is nooit goed genoeg, ik móet verbeteren – anders zal er geen vergiffenis voor mij zijn. Streng, ja. Ik ben christen, maar misschien zou ik wel een betere moslim zijn Ik had ook voor het plaatje kunnen kiezen van een God die mij een Mercedes Benz geeft, maar ik heb iemand nodig die mij alert houdt, iemand die me op mijn donder geeft. Het is een dagelijkse strijd: wie is hier de baas? Who’s driving the bus? Ik wil leven als een christen, maar ik kan het helemaal niet. Ik bid elke dag hetzelfde gebed: ’Please, dear God, don’t let me fuck this up’.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Het is elf jaar geleden: ik lag onder de brug, had weer een overdosis genomen en kreeg dit keer, als gevolg daarvan, een hartaanval. Het was geen zelfmoordpoging, het was ook geen ongeluk. Ik wilde waarschijnlijk kijken tot hoever ik kon gaan. Dat het fout zou kunnen aflopen leek me onmogelijk. Ik was onsterfelijk, dacht ik. Ineens kwam de dood heel dichtbij en ik zag wat voor een verschrikkelijke puinhoop ik van mijn leven had gemaakt. Ik merkte ook, voor het eerst, dat ik bang was zo bang was ik nog nooit geweest. Ik wíl helemaal niet dood!

Het werd het grote keerpunt in mijn leven; daar, op dat moment, heb ik definitief afscheid genomen van drank en drugs. Tot die dag dacht ik dat ik God was. Ik handelde er in ieder geval naar. Ik aanbad mezelf. Inmiddels weet ik dat ik het niet aan mijn eigen intelligentie te danken heb dat ik hier nu met jou zit te praten op een verwarmd terrasje in de P.C. Hooftstraat. God heeft mij hier gebracht en ik ben Hem daar heel erg dankbaar voor. Hier, zie je de tatoeage op mijn arm? Grace. Ik ben elke dag dankbaar. Alles wat ik doe, doe ik uit dankbaarheid.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Ik probeer geen vloeken te gebruiken waar het woordje God in zit. Ja, ik geloof dat Hij het hoort, al moet ik eerlijk zeggen dat ik verwacht dat hij zich meer zal storen aan wat er in Irak gebeurt dan aan het taalgebruik van ene Keith Bakker.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Soms krijg ik op zondag een sms’je van de dominee: ’Wanneer kom je weer eens naar de kerk?’ Ik herinner me dat hij tijdens een dienst een keer iets vroeg over een verhaal uit de Bijbel. Toen ik het juiste antwoord gaf, zei hij: ’Heel knap, voor iemand die hier zelden komt!’ Daarna ben ik, geloof ik, wel tien keer achter elkaar gegaan. Ik voelde me schuldig, natuurlijk. Man, ik heb zó snel last van mijn geweten! Daarom was ik ook zo’n waardeloze crimineel.”

V Eer uw vader en uw moeder

„Het is ongelooflijk hoeveel invloed mijn ouders nog altijd op mijn leven hebben. Mijn vader is dood, maar ik voel zijn aanwezigheid iedere dag. Mijn moeder leeft nog; het is heerlijk om elkaar af en toe op te zoeken. Toen mijn boek werd gepresenteerd kwam ze overgevlogen. Het was een grote dag. Vijfhonderd gasten, veel interviews en all that kind of shit, maar dit was het allerbelangrijkste moment: een vrouw vroeg mijn moeder of ze trots op mij was. Ja, antwoordde mijn moeder. Wilt u dat in mijn boek schrijven? Natuurlijk, zei ze. Vind je dat niet bijzonder? Dat het me gelukt is haar trots te maken? Na alles wat ik haar heb aangedaan?

Mijn ergste periode, qua verslaving, heb ik bij haar, in Amerika doorgemaakt. Ik vloog heen en weer naar Colombia om drugs te scoren, er waren vuurgevechten op de oprijlaan, er stonden regelmatig Hells Angels op de stoep, ik loog tegen haar, ik heb haar bestolen, ik heb haar opgezadeld met de woede van al de mensen die ik heb bedonderd. Ze smeekte me te stoppen, keer op keer op keer tot ze er op een dag genoeg van had en me het huis heeft uitgegooid. Ze koos voor zichzelf. Ik moest mij eigen boontjes maar doppen.

Het heeft me bijna mijn leven gekost – en het hare omdat ze moest toezien hoe ik mezelf de vernieling in hielp. Er was geen andere uitweg meer. Ik heb nu wel eens ouders op bezoek die zich afvragen hoe ze met hun verslaafde zoon of dochter om moeten gaan. Gooi uw kind het huis uit, zeg ik dan. Ze kunnen het niet, maar het is echt de enige oplossing.

Mijn vader dat is een heel ander verhaal. Als je mij vraagt onze relatie te omschrijven komen deze twee woorden in mij op: intensief en explosief. Mijn vader had een geweldig gevoel voor humor, hij kon heel gevoelig zijn, maar hij was vooral een verschrikkelijke alcoholist. Niet of nauwelijks aanspreekbaar. Onbetrouwbaar. Grillig.

Ik heb een verdrietig beeld van ons samen: hij is het baasje en ik ben de hond. Ik ren kwispelend achter hem aan en hij trapt me weg. Hij doet me zeer, maar ik blijf terugkomen. Na elke trap opnieuw Ik zie nu ook ineens voor me hoe ik op een dag achter hem aan holde door de tuin voor zijn huis. Hij was gescheiden, woonde ergens met een paar hoeren. We waren allebei stomdronken. Het was een uur of zes ’s ochtends. Ik wilde hem omhelzen, maar hij dacht dat ik hem wilde aanvallen. De buren hadden de politie gewaarschuwd en om een of andere reden riep mijn vader dat hij wapens in huis had. Aha, wapens, dacht ik met mijn zatte kop, en ik holde naar binnen om een pistool te pakken. Ik stond ermee te zwaaien in de deuropening. Het is een wonder dat ik niet werd doodgeschoten Ik weet niet wat me bezielde

Ik ben altijd die hond gebleven. Vlak voor hij stierf kreeg ik ineens de behoefte om hem te bellen. Hij zei: ’Ik ben zo blij dat je belt, ik moet je iets vertellen. Het is heel belangrijk’. Ik hoorde een piepje en begreep dat mijn geld bijna op was. Ik zei dat ik hem later terug zou bellen. ’Alsjeblieft, doe dat, bel me terug’, zei hij, ’het is heel belangrijk’. Ik heb het niet gedaan.

Hij vertrok naar de Canarische Eilanden waar hij onder verdachte omstandigheden is overleden. Ik heb nog steeds geen idee wat er precies met hem is gebeurd. Ik had hem zo graag willen redden. Daar ligt de kern van mijn strijd tegen verslaving, daarom ga ik zo tekeer: verslaving is the bastard that killed my father.”

VI Gij zult niet doodslaan

„Hoeveel doden ik op mijn geweten heb? God, wat een vreselijke vraag shocking zo heb ik er eigenlijk nog nooit over nagedacht, maar je hebt gelijk: als drugdealer heb ik, indirect, heel wat moorden gepleegd. Ik was de piloot van een gevechtsvliegtuig, een B52, die zijn bom afgooit en geen idee heeft hoeveel slachtoffers hij maakt. Ik heb niet alleen de verslaafden een wapen in handen gegeven, ik heb ook het leven van hun ouders en hun kinderen verwoest. Ik kom natuurlijk nooit van dat schuldgevoel af.

Ik zei net dat alles wat ik doe voortkomt uit dankbaarheid, maar misschien is dat helemaal niet waar misschien heeft het alleen maar met schuldgevoel te maken. Natuurlijk: ik wil goed doen, ik wil de wereld verbeteren, maar soms lijk ik wel zo’n katholiek van de Filippijnen die zichzelf de hele dag loopt af te rossen. Alle coaches en therapeuten die ik heb gesproken zeggen, keer op keer: wees nou toch eens wat aardiger voor jezelf. Ik behandel mezelf niet goed. Ik ben mijn ergste vijand.”

VII Gij zult niet echtbreken

„Ik ben een keer getrouwd geweest. Het is een van mijn grootste blunders. Zij wilde graag trouwen, ik helemaal niet. Toen ze begon te huilen heb ik uiteindelijk toch maar ja gezegd. Niet uit medelijden, maar omdat ik niet wist wie ik was of wat ik wilde. Ik was net clean, ik had – denk ik – een moeder nodig. Na een tijdje wilde ik er uit, weg, maar ik was te laf om tegen haar te zeggen dat ik haar zou verlaten. Ik werd verliefd op een ander en that was it. Ik ben niet geschikt voor het huwelijk, ik wil me niet binden.

Grappig: toen ik het er een keer met mijn coach over had, zei hij dat hij niemand kende die zich zo verbond met anderen als ik. Maar dat zijn mensen uit de kliniek. Met vrouwen ligt het anders. Er is al jaren iemand in mijn leven die hoe zal ik het zeggen? We hebben een moeilijke tijd achter de rug. We willen graag kinderen krijgen maar dat blijkt, tot nu toe, medisch niet mogelijk. Ze is mij zo dierbaar, echt, ik doe alles voor haar. Ik wil haar geen pijn doen. Ik wil het niet verprutsen door iets te beloven wat ik misschien niet na kan komen.

Weet je wat het probleem van verslaafden is? We zijn niet alleen verslaafd aan alcohol en drugs, maar aan alles wat verboden is. Er is een geweldig nummer van Living Colour, ’Love Rears Its Ugly Head’, dat gaat zo: ’And when I come home late you don’t complain or call. So as a consequence I don’t go out at all.’ Voor alle vrouwen die willen weten hoe ze met mij moeten omgaan: dat is het antwoord. Weet je, als ik met mannen over hun relatie praat, vraag ik altijd: ’Ben je een eend of ben je een adelaar?’ Eenden vinden het heerlijk om een leven lang samen te zijn, adelaars willen jagen. Ik kom veel adelaars tegen die denken dat ze eenden zijn. Ik? Ik denk als een adelaar, maar ik leef als een eend. Ik ga niet naar feesten, ik zit elke avond braaf op de bank.”

VIII Gij zult niet stelen

„Waar moet ik beginnen? Spullen, geld, ik heb voor duizenden euro’s gestolen, maar het ergst vind ik de diefstal van emotionele waarde: vertrouwen, geloof in de goedheid van mensen. Ik kan zeggen dat ik ziek was, maar that’s fucking crap! Ik moet mijn fouten herstellen. En ik vraag God om mij daarbij te helpen.

Natuurlijk heb ik me wel eens afgevraagd of Hij geen verzinsel is, of godsdienst, zoals Marx zei, de opium is van het volk. Is in God geloven niet het uit de weg gaan van vragen die ik mezelf zou moeten stellen? Het christelijk geloof is vaag Al die rare gebeurtenissen, neem de zondvloed: hoe komen al die duizenden diersoorten op één boot en – wow! Wat gebeurt er? Ik schrik me rot zeg! Zie je dat? Alles waait ineens van tafel! Kan jij dit verklaren? De wind? Ja, okay, maar de timing was toch griezelig? Ik geloof dat dit niet zomaar gebeurde. Er zijn zoveel dingen onverklaarbaar. Toen ik 21 was dacht ik dat ik alle antwoorden had, nu ben ik 48 and I don’t know shit.”

VIII Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Wat is eerlijk? Ik heb geen idee. Wat is betrouwbaar? Geen idee. Ik probeer het goed te doen. Niet omdat ik een moeder Theresa-complex heb, maar om zélf clean te blijven. Ik was een verslaafde voor wie zelfs de dealers bang waren. Destructief. Knettergek. Het is leuk hoor: met jongeren werken, interviews geven, tv-programma’s maken, maar het belangrijkst is dat ik geen drugs of alcohol gebruik. De rest is meegenomen. Als ik mijn energie niet op een positieve manier gebruik zou ik weer in die shit terechtkomen. Ik ben geen engel. Ik ben geen held. Ik ben een egoïst.

Kijk, ik heb de boel belazerd. Ik hing rond op het Centraal Station en troggelde duizenden toeristen geld af met zielige verhaaltjes. Toch heb ik altijd, echt waar, gedacht dat ik het op een dag terug zou betalen. Ik gaf ook vaak het adres van mijn moeder in Amerika. Zo zijn heel veel van die verhalen uiteindelijk weer bij mij terechtgekomen. ’Hoe kon je mij dit aandoen?’ ’Waar blijft mijn geld, klootzak?’ En wat die betrouwbaarheid betreft nog dit: dat ik niet precies op tijd was voor onze afspraak wil niet zeggen dat ik onbetrouwbaar ben. Het zegt vooral iets over het probleem dat ik heb met het goed invullen van mijn tijdschema. Dus als je me vraagt: ’Ben je betrouwbaar?’ Dan zeg ik: ’Ik hoop het’. Als je vraagt: ’Ben je een asshole?’ Dan zeg ik: ’Sure, de hele dag door’.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Zag je die vent net voorbijkomen in zijn Aston Martin? Good for him! Ik ben niet jaloers. Nooit. Op mensen die kinderen hebben? Ow nu heb je me ja, sorry, hier ga ik helemaal onderuit. Okay, ik ben dus wél jaloers. Ik sprak laatst met een oude man over de hel en de hemel en die man vertelde dat hij eens iemand had horen zeggen dat de hemel een plaats was zonder wensen. Die plek zal ik in mijn leven in ieder geval nooit bereiken, er is altijd wel iets wat ik nog voor elkaar wil krijgen.

Mijn bestaan lijkt op zo’n computerspel met steeds weer nieuwe levels. Er komt geen einde aan. Altijd in gevecht, altijd bezig. Alanis Morisette zingt in een van haar liedjes: ’How about me enjoying the moment for once’ Die zin kwam als een Bazooka binnen. Ik heb zoveel gedaan, zoveel bereikt. Ik heb op het gebied van afkickmethodes in mijn eentje het gezondheidsstelsel veranderd. Mensen zien me als een held, een verslavingsgoeroe maar ik zie alleen die getormenteerde ziel. Het is nooit genoeg. Nooit goed genoeg. Als God bestaat – en daar ga ik vanuit – dan hoop ik dat Hij in een hemel woont die lijkt op het hotel in Thailand waar ik ooit was en dat hij dit klinkt misschien heel melodramatisch, maar ik zeg het je toch, ik hoop dat hij zal zeggen: ’’Well done, my good en faithfull servant’.

Wanneer ik daar zal aankomen is lastig te zeggen. Ik heb twee dodelijke ziektes: hepatitis C en hiv. Toen ik er in 1989 achterkwam, kreeg ik te horen dat ik nog maximaal tien jaar te leven had. Het kon ook tien weken zijn. Ik ben er nog steeds, maar ik merk wel dat mijn energie afneemt. Ik ben zo moe. Ik ben doodop Ik hoop zo dat ik mijn werk afkrijg; dat ik herinnerd zal worden als iemand die zijn uiterste best heeft gedaan. Al moet ik toegeven dat ik ook een andere kant heb: soms interesseert het me allemaal geen ene moer. Dan stap ik in mijn Amerikaanse muscle car en rijd met opgestoken middelvinger door de P.C. Hooftstraat. Toen ze me een keer voor pig uitmaakten, heb ik in een feestwinkel een varkensmasker gekocht en dat tijdens mijn volgende autoritje opgezet: als ze vinden dat ik het ben, kan ik er maar net zo goed op lijken. Herrie schoppen, kabaal maken, ADHD! Rusteloos ja, man, tuurlijk, ik word gek van mezelf. Soms denk ik dat ik wel tot rust kom als ik op een dag die baby in mijn armen houd. Of het dan genoeg is? Fuck je zet me wel aan het denken Als goede verslaafde zal ik waarschijnlijk na die ene baby onmiddellijk een tweede willen. If one is good, two is better.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden