Column

Keine Experimente, liever open partijen

Hans GoslingaBeeld TR Beeld

De liberaal Bolkestein vergeleek D66-aanvoerder Van Mierlo een kwart eeuw geleden in de Kamer met een 'caudillo', een dictator naar Latijns-Amerikaans model, omdat deze meende dat personen in de politiek stilaan belangrijker werden dan programma's. Hoewel de vergelijking onzinnig was en zo beledigend dat hij zijn woorden moest terugnemen, legde Bolkestein zijn vinger wel bij een relevante kwestie.

In het ontzuilde Nederland geldt dat zonder twijfel nog meer dan begin jaren negentig, toen het politieke krachtenveld nog zijn vertrouwde aanzien bood. Van Mierlo zelf werd de held van de verkiezingen van 1994, toen hij 24 zetels veroverde en daarmee een sleutelpositie verwierf in de machtsvorming. In de jaren nadien zijn er meer politici geweest die tot dan toe ongekende doorbraken wisten te bewerken; beperkt tot de outsiders Fortuyn in 2002, Marijnissen in 2006, Wilders in 2010.

Van Mierlo gaf dus blijk van een voorspellende blik. Maar hij vond ook zelf dat de rol van de persoon in de politiek belangrijker moest worden, wilde de democratie vitaal blijven. Een jaar na de aanvaring met Bolkestein sprak hij het vermoeden uit dat er onder de burgers een verborgen verlangen leefde naar 'een persoonlijker, directer en emotioneler accent in de relatie met de politiek'.

Hij leidde dat af uit de betrokkenheid van de Nederlanders bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Die strijd bood in zijn ogen zoveel meer mogelijkheden tot identificatie en ruimte voor directe emoties dan ons 'onpersoonlijke systeem', waarin de macht van de traditionele partijen zich manifesteerde als 'één grote, onbeweeglijke bal in het midden'.

Of dat een goede analyse was na de tijd van Den Uyl, Van Agt, Wiegel, Nijpels en Lubbers laat ik even in het midden. De springende vraag is of Van Mierlo er nu nog zo over zou denken. Hij was tot twee keer toe aanvoerder van een partij die politiek wil opereren vanuit de rede en de redelijkheid. D66 had en heeft bijgevolg minder oog voor de irrationele factor die nu, meer dan ooit in de naoorlogse periode, weer zo sterk deel uitmaakt van de politieke werkelijkheid, niet alleen in de West-Europese maar zeker ook in de, dikwijls door Van Mierlo bezongen, Amerikaanse politiek.

De geschiedenis leert dat die irrationele factor in betekenis toeneemt in tijden van oorlogspaniek. Zo beleefde Amerika een van de vuilste campagnes voor de presidentsverkiezing van 1800 tussen John Adams en Thomas Jefferson, na een periode waarin het land half in oorlog verkeerde met Frankrijk en de natie hevig verdeeld raakte. De campagne Clinton-Trump, die zich afspeelt in een sfeer van terrorisme- en globaliseringsangst, is derhalve niet de ergste in zijn soort.

Het kan een geruststelling zijn dat de jonge republiek, in 1800 nog verkerend in een experimentele fase, de heftige polarisatie overleefde. Tegelijk laten de campagnes van toen en nu zien dat een persoonlijke, directe en emotionele strijd in moeilijke tijden gemakkelijk kan ontaarden.

Verhoudingen veranderen, niet de mensen

Interessant voor het huidige debat is ook dat zich bij die presidentsverkiezing voor het eerst partijvorming voordeed door de conflicten over de verhouding tussen het federale gezag en de macht van de afzonderlijke staten en de houding tegenover Frankrijk. Dat is leerzaam voor degenen die menen dat een partijloze democratie mogelijk is en anderen die veronderstellen dat zich in een volksvertegenwoordiging, geheel of gedeeltelijk bestaande uit ingelote burgers, geen machtsvorming zal voordoen.

Van de 'oude Donner' (de staatsrechtsgeleerde A.M.) is de waarneming dat in een democratie wel de verhoudingen kunnen worden veranderd, maar niet de mensen. Het machtsverschijnsel blijft dus altijd levensgroot aanwezig, zoals de stichters van de VS in 1800 tot hun verrassing bemerkten. Hun kersverse Constitutie, de Amerikaanse grondwet, was niet op partijvorming berekend met als gevolg dat een gevaarlijke impasse ontstond bij de (getrapte) verkiezing van de president en vicepresident (die pas na 36 stemrondes in het Huis van Afgevaardigden werd doorbroken).

Op partijen valt veel aan te merken, vooral het soms kleingeestige accent op het partijbelang, maar als zij open zijn over hun principes en program, bieden zij meer houvast voor de burgers dan ongebonden of partijloze politici. Het is meestal onduidelijk welke macht er achter de façade van deze figuren schuilgaat, hoe hun programma's en besluiten tot stand komen en welke figuren zij, eenmaal gekozen, in hun spoor meebrengen. De episode-Fortuyn en de ervaringen met de autocratische eenmanspartij van Wilders zijn leerzaam.

Van Mierlo was allesbehalve een caudillo, maar Bolkestein had los van die vergelijking wel een punt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden