Keiharde klap voor het koor

klassiek | Cappella Amsterdam dreigt te sneuvelen door een weeffout in het subsidiesysteem. En dat is erg, vinden zelfs de directe concurrenten.

Er is net een nieuwe cd uit van kamerkoor Cappella Amsterdam, met het bijzondere werk 'Kanon Pokajanen' van de Estse componist Arvo Pärt. In het Orgelpark in Amsterdam hoorde een uitverkochte zaal woensdag de allereerste uitvoering ervan. Na afloop werd dirigent Daniel Reuss geridderd, omdat hij al meer dan 25 jaar Cappella Amsterdam leidt en voor zulke prachtige muziek zorgt.

Je zou zeggen dat het goed gaat met dit koor, dat een trouwe schare fans heeft in binnen- en buitenland en keer op keer prijzen wint voor cd's. Het lintje voor Reuss bewijst nog maar eens de waardering voor zijn werk.

Maar niets is minder waar. Cappella Amsterdam staat op de rand van de afgrond, sinds het in augustus hoorde dat het vanaf januari geen subsidie meer krijgt van het Fonds Podiumkunsten. Op grond van hun plan concludeert het fonds: zwak ondernemerschap, geen duidelijk profiel, geen goede ideeën om nieuw publiek aan te boren. En weg is de ruim een half miljoen euro waar het koor voor een groot deel van moet bestaan. Overigens heeft het Amsterdamse Fonds voor de Kunst hetzelfde plan van Cappella Amsterdam wel positief beoordeeld. Dat geeft dus nog wel subsidie.

Het wellicht letterlijk vernietigende oordeel van het Fonds Podiumkunsten kwam als een totale verrassing. "Een enorme klap in ons gezicht," vertelt zakelijk leider Anne Becker. "Een afwijzing van al ons werk. Natuurlijk zoeken we naar andere geldbronnen - het Prins Bernard Cultuurfonds gaat ons steunen, we krijgen geld uit het Amsterdamse fonds en deze cd is via crowdfunding door het publiek betaald - maar voortbestaan zal moeilijk worden. De helft van de inkomsten valt weg. Met minder concerten kun je minder aan de klank werken. Zangers gaan andere prioriteiten leggen. Ze hebben immers hypotheken en kinderen die moeten eten."

Aan de kwaliteit ligt het trouwens niet, zo blijkt uit het oordeel van het Fonds Podiumkunsten. Becker: "We zijn niet innoverend genoeg. Maar wij zingen nu eenmaal bestaand repertoire. Onze trouwe bezoeker Herman Finkers zei het zo: 'het ontbreekt aan een rapper en een drummer bij de concerten'. Maar wij gaan geen concessies doen aan de artistieke kwaliteit. We hebben gemiddeld 600 man publiek per concert, we verdienen vrijwel de helft van de inkomsten zelf. Dus wat is er mis?"

Er zijn meer gezelschappen ongelukkig over het uitblijven van subsidie, maar bij Cappella Amsterdam is wel wat bijzonders aan de hand. Talloze muziekorganisaties, zelfs de directe concurrent het Nederlands Kamerkoor, stuurden een brandbrief naar minister Bussemaker van OCW. Enerzijds omdat de koorsector wel heel mager wordt als een van de slechts twee professionele kamerkoren wegvalt, anderzijds omdat Cappella Amsterdam het slachtoffer lijkt van een weeffout in het subsidiesysteem dat nog maar kort bestaat.

Yolande Melsert, directeur van de branchevereniging Nederlandse Associatie voor Podiumkunsten, licht het toe. "In Nederland hebben we sinds 2009 de Basis Infrastructuur (BIS) waarin organisaties die al lang bestaan en een lange adem hebben, kunnen rekenen op rijkssubsidie. Dat zijn bijvoorbeeld de grote theater- en dansgezelschappen en orkesten. Daarnaast is er het Fonds Podiumkunsten. Gezelschappen, ensembles en koren als Cappella Amsterdam, die al decennia bestaan, zitten ingedeeld bij dit fonds. Daar is het fonds niet op ingericht, want zijn opdracht is te zorgen voor innovatie, doorstroming en dynamiek in de podiumkunsten en nieuwkomers een kans te geven. Dat is prima, maar daardoor valt het middenveld van gevestigde clubs met een trouw publiek eruit. Hoe moet Cappella Amsterdam nu door met een half koor? Dat is kapitaalvernietiging. Natuurlijk kan een plan een keer slecht zijn. Maar geef dan een herkansing, net als in de BIS gebeurt."

Vele andere organisaties - onder meer Aya, Suburbia, Orkater, Dood Paard - zijn de dupe van deze oneigenlijke tweedeling. Maar ook de organisaties waarmee co-producties worden gemaakt, zoals orkesten, benadrukt Melsert.

Dat het stelsel voor problemen zorgt, wordt inmiddels erkend. De Raad voor Cultuur gaat de komende twee jaar de problemen analyseren en onderzoeken hoe de wereld van muziek, dans en theater eruit moet gaan zien. Maar dat duurt te lang voor Cappella Amsterdam. Melsert: "Hier zou de politiek nu moeten ingrijpen."

Cappella Amsterdam toert tot 11 november met 'Kanon Pokajanen' van Arvo Pärt door het land. www.cappellaamsterdam.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden