Kees van Kootens verlangen naar de tussentijd

,,Ik breek hier geen lans voor een terugkeer naar de postkoets, maar pleit wel voor het blijven schrijven van brieven. Omdat e-mail geen reis kent, maar een brief onderweg is en omdat wij, zolang iets onderweg is, ons de tussentijd bewust zijn.'

In de Oude Lutherse kerk aan het Spui sprak gisteren Kees van Kooten. Het was de dertiende lezing in de serie tijdredes over deugden, georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam, uitgeverij Meulenhoff en Trouw.

In achterwerk, de brievenrubriek voor jongeren achterop de VPRO-gids, schreef een maand geleden een anoniem meisje van achttien, onder het kopje 'blow eens niet':

,,Zelf blow ik heel zelden, maar ik slik en snuif regelmatig. Twee jaar geleden slikte ik bij elke gelegenheid, bij vrienden en zelfs op school. Maar op een gegeven moment weet je dat het slecht is. Dat je zoveel blowt omdat je niets anders weet te doen (dus gewoon uit verveling) vind ik een beetje onzin. Blow eens niet als je vrienden het wel doen, of spreek eens af om weer eens lekker ouderwets dronken te worden met z'n allen. Ik vind dat je andere drugs, zoals jij noemt paddo's en cocaïne best mag gebruiken, maar hou het speciaal. Als je bijvoorbeeld naar een groot feest gaat. Of als je een keer met een hele goeie vriend of vriendin thuis zit. Hou het speciaal, zo blijft het leuk en word je ook niet verslaafd.'

Ik vind dit een mooi pleidooi voor de terugkeer naar de deugd van de Spaarzaamheid.

De briefschrijfster maakt ons duidelijk dat de gewoonteblower zich al deugdzaam kan voelen wanneer hij eens een dagje overslaat. Wanneer wij deugd omschrijven als 'de voortdurende gezindheid om het goede te doen en te bevorderen en het slechte na te laten', dan zit de handige rekbaarheid in het woord 'gezindheid'.

Wie maar af en toe níet gezind is in het doen van het goede, die vervalt, in een postmodernistische, pluralistische, hedonistische samenleving als de onze bijgevolg maar spaarzaam tot het slechte en behaalt uiteindelijk een deugdelijk rapportcijfer.

In een deugdzaam leven legt de Spaarzaamheid een heen- en terugweg af. Men spaart op en men spaart af. Eerst spaart men voor iets en later spaart men op het gebruik van het verworvene. Men bespaart en ontspaart.

De deugd van de Hollandse Spaarzaamheid is nooit schrijnender beschreven dan door Nicolaas Beets:

Ik had geld, ik had veul geld, ik had twaalf gulden!

En hoe kwam je daaraan, Keesje?

Met God en met ere. Ik had et gespaard en toen ik in de apteek was, somwijlen, als ik een drankje buiten de stad brocht, op een buitenplaats of in een theetuin, zei de meheer of de mevrouw: geef de looper een dubbeltje, 't is slecht weer. Zoo had ik twaalf gulden bij mekaar. Ik mocht die in 't huis niet hebben. Maar ik bewaarde ze; op me hart.

Iedere cent opzij leggen om maar begraven te kunnen worden in een eigen doodshemd - zo hartverscheurend heeft geen Hollander meer hoeven sparen sinds in 1839 de Camera Obscura verscheen.

Honderd jaar later schrijft Theo Thijssen in 'Het Taaie Ongerief':

,,Ik gevoel een geweldig stuk emancipatie in 't kopen van bottines met elastiek; staan ze ook niet in alle winkels geproclameerd als heren-bottines, vanaf vier gulden? En ik ben van plan, niet eens die van vier gulden te nemen; of ze moeten me al buitengewoon goed toelijken; ik ga desnoods, neen waarschijnlijk tot vijf gulden, voor prima schoenen, hérenschoenen, lérarenschoenen heb ik wel een maand kromliggen over.'

Kromliggen, elke cent in tweeën bijten, wie tot een stuiver geboren is, zal nooit tot een dubbeltje komen - het zijn schriele zegswijzen die de traag lonende Spaarzaamheid van de kleine man schetsen.

Als die Spaarzaamheid ten slotte haar vruchten afwerpt, wordt die door de reet in de schutting waargenomen welstand beschreven in jaloerse, koekeloerende verkleinwoorden: die houdt het huisje bij het schuurtje, heeft zijn schaapjes op het droge, bezit een lief dubbeltje en een aardig centje, gaat met het spek onder zijn bedje, een stuivertje gespaard is een stuivertje gewonnen.

Dan is het alles botertje tot de boom en karnemelk zonder end. Het zal nog niet meevallen om datzelfde gevoel van er warmpjes bijzitten met het woordje Euro te munten.

Grof gemeten kent deze eeuw vier grote vlagen Spaarzaamheid. Van 1900 tot 1930 werd zij met ere en grote inzet beleden door heel Nederland; tussen 1930 en 1950 verdiepte zij zich in zo'n mate dat wij het brood uit de mond moesten sparen; vanaf 1950 (toen velen na de avondmaaltijd nog altijd gewoontegetrouw hun bord aflikten) tot aan 1980 beleefde de Spaarzaamheid haar hoogtijdagen en vanaf 1980 tot nu ontspoorde de deugd tot een platte volkssport, die haar decadente hoogtepunt bereikte toen de AEX-index, dankzij het mobiele bellen vanaf de camping, op 23 juli 1997 de magische grens van duizend punten doorbrak.

De fiscale aftrekbaarheid van de hypotheekrente heeft ons behaaglijk leren leven met schuld en wie niet inging op de bancaire invitatie om rood te staan, die was de dief van zijn eigen portemonnee. Zodat twee procent van de Nederlandse huishoudens zesendertig procent van de privé-vermogens bezit en driekwart van onze bevolking de beschikking heeft over dertien procent van het nationale vermogen. Er suddert wel een goede wil om deze ongelijkheid te ontschrijnen - er bestaat een vereniging van beleggers die ervoor pleit de inkomsten uit koerswinst net zo zwaar te belasten als de vruchten van arbeid en er is een integer blad als Genoeg, het non-glossy magazine voor minima en maxima - maar de vaststelling dat er nu wel genoeg is gespaard en verzameld, blijft gelukkig voorbehouden aan iedere hebberd persoonlijk. Die van al dat spek onder zijn bedje maar één biefstuk tegelijk kan eten.

Onze Spaarzaamheid heeft geleid tot publieke armoede, private overvloed en afkeerwekkende openhartigheid.

De neo-miljonair is allesbehalve spaarzaam met mededelingen over de manier waarop, het ideetje waarmee en de termijn waarbinnen hij zijn zesnullen status heeft bereikt. De kiem voor deze openpatsigheid werd hier te lande gelegd door Willem O. Duys die, ergens in de jaren zestig, de heer Reinder Zwolsman op de televisie liet demonstreren hoe rijk hij wel niet was. Hiertoe had Willem Duys een schoolbord in de studio opgesteld, waarop de heer Zwolsman in cijfers zijn vermogen begon op te schrijven. Het werden almaar meer nullen en de grap was nu dat het kapitaal er ten leste niet meer op paste en dat Willem Duys de heer Zwolsman te hulp schoot door het bord uit te klappen; zodat Zwolsman, onder daverend applaus van het eerbiedige publiek, op het laatste deel van het drieluik zijn slotnullen kwijt kon.

Nu had de heer Zwolsman nog keihard en jarenlang aan de opbouw van zijn vermogen moeten werken (vooral tussen 1940 en 1945 schijnt het buffelen te zijn geweest), maar heden ten dage krijg je niet de indruk dat de tweehonderdduizend Nederlandse miljonairs zich veel hebben moeten ontzeggen om hun schatten te vergaren. Om te benadrukken dat hij nog wel degelijk tot smaakvolle onthechting in staat is, vertelt de nieuwe weeldebader dat hij, als hij voor een weekje zijn Privatopia zou moeten ontvluchten, naar het door de krant verzonnen onbewoonde eiland de Matthaus Passion zou meenemen en Het Bureau van J.J. Voskuil en een boek met alle reproducties van Karel Appel.

Wat doen de overige Nederlanders in de tussentijd?

Wij sparen alle zegeltjes, maar liever geen punten die op onze golden plasticard worden bijgeschreven. Dat systeem kan onverhoeds crashen en ten tweede genieten wij van weinig zaken zo intens als van het zegeltjes inplakken in onze spaarboekjes. Niets ontspant ons zo. Wij sparen sowieso alle zegeltjes, maar soms sparen wij ze zelfs met opzet óp, dat we een voorraadje hebben, want dan hebben wij ook lekker veel te plakken. Elke keer zo'n klein strookje van zes zegeltjes plakken, dat geeft niet echt voldoening. Dat ontspant ons niet genoeg. Nee, lekker aan de grote tafel zitten met zo'n hele berg en een potje thee en dan tellen hoeveel boekjes wij al vol hebben en de catalogi bekijken, want die hebben wij allemaal gespaard om goed te kunnen vergelijken en dan tussen die geschenkenlijsten niets zien wat je zoudt willen hebben en niks wat je al niet hebt, maar dat doet er niet toe. Dan stellen wij ons gewoon voor dat wij niks hebben en dat wij dit allemaal kunnen krijgen voor onze gespaarde zegeltjes. Daar worden wij heel blij en rustig van, van op die manier sparen. Trouwens thuis hebben wij overal wat overheen gedaan mijn vrouw en ik, anders heb je elk jaar nieuwe bulletjes nodig als je niet uitkijkt. Wij vonden de nieuwe stoelen ontzettend zonde om open en bloot te laten staan, dus daar hebben wij stevig plastic overheen gespannen om ze te sparen; maar transparant van kleur, zodat het je niet je motief kost. En over de tafel hebben wij vanzelf altijd een kleed liggen. Maar omdat dit kleed een dure pers is, hebben wij daar permanent een papieren wegwerpkleed overheen liggen. Over de toetsen van de piano hebben wij dan een pianoloper overheen en met vakanties doen wij over de eigenlijke piano zelf een oude parkeerhoes van mijn auto helemaal overheen. Plus in de weekends. Omdat onze auto net nieuw is en wij toch nog over hadden van over de nieuwe stoelen heen, heb ik ook over de autostoelen heen daar plastic overheen gedaan, omheen. En cocosmatten over de rubberen vloermatten heen, wat net zo aanvoelt aan je handen als de brilovertrek aan je achterdijbenen, op ons toilet. In ons bed hebben wij hoeslakens over onze gewone lakens heen, dus dat je alle bedbeleg in één keer beslaat en dat de eigenlijke lakens een beetje knap blijven, dat we die sparen. De oude lakens hebben we op zolder over alles heen liggen, dat ook op zolder alles een beetje knap blijft, dat we dat sparen. Nou hadden wij waar we slapen nog Jabo liggen maar daar hebben we vaste vloerbedekking overheen laten liggen leggen. En om die te sparen hebben we daar strategische bijzetkleedjes op gelegd, op plekken waar wij vaker dan ons gemiddelde lopen en staan. Vrij prijzige bijzetkleedjes als dit zijn, leg ik daar altijd voor zolang een paar oude kranten overheen. Wij doen ook altijd een krant van gisteren over de fruitschaal heen leggen, want anders dan hebben wij net de appeltjes opgewreven en dan zit er alwéér een stoffilm overheen op. Appels gaan trouwens prima met mijn nieuwe jackets. En daarna hoef je geen tanden meer te poetsen. Dus dan gaan wij slapen op die nieuwe satijnen kussensloopovertrekken die zorgen dat je haar niet in de war raakt. Dat je 's ochtends niet met van die rare pieken overeind komt of ineens met drie kruinen. Mijn vrouw doet voor de zekerheid dan nog een nylon netje over haar haar heen, dat alles goed in model blijft. Ik denk dat het komt door mijn moeder. Die wist nog wat sparen was, in haar eentje. ,,Ik zal toch zeker wel stapelgek zijn als ik hier bij Van der Hoek een gulden zevenendertig ga betalen voor een ons sperziebonen en ik hoef maar een paar kilometer te lopen en dan heb ik bij de Graaimaar hetzelfde voor een heel dubbeltje goedkoper?'

Zo hebben onze moeders van een klein pensioentje en hun AOW een ton bijeen weten te sparen en gaan de Douwe Egberts-punten desondanks nog altijd over van oma op moeder op dochter.

En onze vaders werden door de firma Bols aangespoord tot het drinken van Elken Dag Een Glaasjen - een kreet die op ons kinderen overkwam als een oproep tot losbandigheid, hoewel natuurlijk gepleit werd voor een spaarzaam gebruik van jenever.

In haar boek 'The Human Condition', uit 1959, wees Hannah Arendt er al op dat de realiteit en betrouwbaarheid van de mensenwereld in de eerste plaats berust op het feit dat wij zijn omringd door dingen die duurzamer zijn dan de activiteit waarmee zij worden geproduceerd. Op de dag voor Koninginnedag van dit jaar werd de uitslag gepubliceerd van een onderzoek naar de Nederlander en zijn opgespaarde bezit. In drieënveertig procent van de gevallen dacht men toe te kunnen met de helft van zijn meubelen, boeken en cd's. En bovendien had men de indruk dat al dit bezit niet bepalend was voor het algeheel welbevinden. Het is uit de hand gelopen, omdat wij in onze Spaarzaamheid geen spaarzaamheid hebben betracht.

Het is dus niet verwonderlijk dat er in de kranten van gisteren een halve paginagrote advertentie stond van Pleurop; een nieuwe organisatie, die de Nederlanders haar hulp aanbiedt bij het bestrijden van de vaak verlammende gevolgen van een jarenlange, kritiekloze Spaarzaamheid.

Ik citeer:

Wilt u tienmaal zo intens, vijfmaal zo goedkoop en anderhalf maal langer leven?

Dood! Dat gaan we allemaal. Maar wanneer en hoe? Dat weet niemand. Maar in elk geval nog lang niet...

Hoelang is dat: nog lang niet?

Wat is de maat van ons Later?

Dat Later waarin wij al die leuke dingen gingen doen, die wij inmiddels hebben opgespaard? De boeken die wij door tijdgebrek nog steeds niet hebben kunnen lezen? Alle platen, cassettes en cd's die wij nooit voor een tweede keer beluisterden?

De onbekeken videobanden, de postzegels die nog in ons album moeten worden geplakt. En wanneer gaan we die sterrenkijker nu eens serieus gebruiken, aan de hand van dat prachtige astronomieboek? En de vogelkijker naast onze grote vogelgids?

Rozen! Die zoudt u toch ook nog gaan kweken? Om er dan dia's van te maken, die u zelf zoudt inramen en vertonen aan een stel goede vrienden, tijdens avondjes waarop u zelf zoudt koken, want dat ging u toch ook nog leren?

En is het nog wat geworden met dat wijnkeldertje? Nee, want u had het te druk met de oude auto die u eigenhandig zoudt gaan opknappen. Wanneer dacht u trouwens dat fraaie gereedschap van u eens overzichtelijk op te hangen in het schuurtje dat u helemaal zelf in elkaar ging zetten?

En dan zou het toch komen te staan naast het vijvertje, dat er ook nog niet ligt en waarin u zelf een fonteintje ging aanbrengen, tot plezier van de vissen die u persoonlijk gaat kweken omdat u deze week dat schitterende boek over Vissen En Hun Vijver heeft aangeschaft?

Laat ons toch niet lachen!

Hoeveel van die opgespaarde plannen zult u tijdens de rest van uw leven nog ten uitvoer kunnen brengen? Gemiddeld krijgt de Nederlander nog maar een kwart afgerond van alles wat hij zich had voorgenomen en in de eerste helft van zijn leven op stapel zette.

En u krijgt een herkansing!

Maar nu is er Pleurop!

Pleurop is een splinternieuwe unieke Europese organisatie, opgericht om alles uit uw leven te halen wat er in zit. Pleurop wil nauwkeurig calculeren hoe u, op basis van uw interesses, capaciteiten en lichamelijke en financiële vermogens tot de bodem kunt gaan. Pleurop zet zich in voor het schonen, opruimen en wegpleuren van alle zaken die als mosselen aan uw levensboot zijn vastgekoekt, waardoor de vaart uit uw bestaan is geraakt en u moeite heeft met het bepalen en vasthouden van de juiste koers.

U wou toch niet beweren dat u de Beethoven-doos met veertig cd's van Het Kruidvat al helemaal heeft beluisterd? En dan toch vast van plan zijn om bij dezelfde drogist het complete werk van Bach aan te schaffen, op honderdvijfenvijftig cd's? Terwijl uw verzameling eenden staat te verpieteren? Enzovoort. De telefoon bij Pleurop staat roodgloeiend.

Gaan we naar een ontsparing op nationale schaal?

In welke mate hebben onze verzamelde bakstenen in de toiletstortbakken het waterverbruik teruggebracht? Hoeveel minder werd de dioxine-uitstoot dankzij al onze cruise-controls? Welk percentage van onze aardgasvoorraad hebben wij uiteindelijk bespaard door die Nationale Kierenjacht van twintig jaar geleden?

Er verschijnen geen eindrapporten van en niemand weet hoe hoog de thermostaat bij de buren staat. Toch valt er een verblijdende ontpotting waar te nemen. Onder het kopje 'Nederlanders in Straatsburg matigen zich' lazen wij op 15 mei in de Volkskrant:

,,Vrijwel alle Nederlandse europarlementariërs hebben vrijdag afspraken gemaakt over een gemeenschappelijke gedragscode. Alleen werkelijk gemaakte onkosten worden voortaan gedeclareerd.'

Dit klinkt geruststellend. Bravo europarlementariërs, voor het her-ijken van de Euronormen en Nederwaarden.

Over terugbetaling van die jarenlang getoucheerde, zogenaamd gemaakte onkosten wordt niet gesproken en tot zo'n nieuwe gedragscode wordt natuurlijk pas besloten wanneer men het zich financieel kan permitteren om voortaan alleen nog maar die werkelijk gemaakte onkosten te declareren. Met andere woorden: als je al binnen bent, met volop spek onder het bed, via een aan het Nederlandse pluche vastgeplakte Eurocarrière. Maar dit zou een signaal van de kentering kunnen zijn.

Sparen was in het Oudsaksisch 'Sparon' en sparon betekende uitstellen.

Can you spare me a moment?

Heeft u een stukje tijd voor mij te missen?

Nee, helaas, het spijt mij, geen minuut te verliezen.

Omdat alles draait om het besparen van tijd, zijn wij de kunst van het wachten, het uitstellen, het opsparen van tijd bijster geraakt. En juist in die spaarzaamheid, dat afwachten, lag het genieten besloten. De voorpret. Nu wij met z'n allen zoveel hebben gespaard dat wij niets meer te wensen overhebben, worden we geconfronteerd met het onvermogen om ten volle van onze bezittingen te genieten.

Door een nieuwe inhoud aan de oude, deugdzame Spaarzaamheid te geven, kunnen we deze anhedonia bestrijden. De vergelijking is bekend, maar zij gaat nog steeds op: de spaarzaam ontklede, in schaarse bladen verschijnende pin-ups uit onze jeugd wekten meer verlangen dan de zich dag en nacht starnakelnaakt op de helft van de televisienetten vertonende pornosterren.

Je hoeft niet meer als vroeger te wachten tot je veertien bent of genoeg geld hebt gespaard om door het sleutelgat te kunnen kijken, want alle deuren naar het begeerde genot staan wagenwijd open. De tussentijd is weg.

Ik breek hier geen lans voor een terugkeer naar de postkoets, maar pleit wel voor het blijven schrijven van brieven. Omdat e-mail geen reis kent, maar een brief onderweg is en omdat wij, zolang iets onderweg is, ons de tussentijd bewust zijn.

Op het moment dat ik, met mijn hand in de gleuf van de bus, mijn brief loslaat, verrijkt zich de tijd. Zodra iemand mij zegt: er is een brief naar je onderweg, maakt die wetenschap het warmer in mijn hoofd. Toen wij onze zinnen nog niet schermsgewijs schreven maar direct op papier tikten, moesten wij na een correctie wachten tot de Tipp-ex droog was. In die tien seconden tussentijd werden de beste ideeën geboren. Toen wij heel lang geleden met onze ouders op vakantie gingen, nam vader één zwart-wit rolletje mee en maakte hij twaalf weloverwogen foto's. Vanaf de dag van onze thuiskomst hadden wij er minstens twee weken een gratis opwindinkje bij. Met kloppend hart fietste je van school naar huis - misschien waren de vakantiefoto's al klaar!

Ook die tussentijd is opgeheven. Ze kunnen klaar zijn in een uur. Zelfs in zevenentwintig minuten.

En Internet maakte het spannende speuren naar dat ene artikel in al die etalages overbodig.

Allemaal prachtig en niets op tegen, maar wanneer de wachttijd die voorafgaat aan iedere bevrediging op elk gebied kan worden afgekocht met een telefoontje van 1 gulden per minuut, laten wij ons het genoegen van de opgespaarde spanning ontnemen.

Ik herinner mij hoe wij mijn schoonvader, na een met de hele familie in Frankrijk doorgebrachte vakantie, een albumpje met twintig in die veertien dagen gemaakte foto's hadden gegeven.

Dat boekje lag naast zijn leunstoel en hij bekeek het eens per week. ,,Ik kijk er niet te vaak naar', zei hij, ,,dan blijft het vers.' Toen herinnerde ik mij ook de uitdrukking 'ergens al het moois van afkijken'.

Hoe spaarzamer wij genieten en hoe zorgvuldiger wij uit het overdonderende aanbod een schrijver, een schilder, een componist, een filmer, een medemens, een dier, een boom of een bloem kiezen waarvan of van wie wij het leven, het werk of het simpele bestaan uit en te na savoureren, zonder ons te laten afleiden door de waan van de dag, de hype van de week of de mode van de maand; des te heviger zullen wij ons eigen leven beleven en des te nauwkeuriger zullen wij onze inhoudsmaat leren kennen. Mits wij de roede van de zelfdiscipline niet sparen. En wanneer wij onze honderden oppervlakkige flirts met de werkelijkheid hebben teruggebracht tot een paar wezenlijke fascinaties, verdient het aanbeveling die herwonnen spaarzaamheid te delen met één of meer medemensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden