Opinie

Kees Torn zoekt humor in de dood

’Dood en verderf’ door Kees Torn, regie: Onno Innemee. Te zien: vanavond in Arnhem (Posttheater), dinsdag in Capelle a/d IJssel (Isala Theater). Tournee t/m eind mei 2007. Informatie: www.harrykies.nl

Voor de verandering is Kees Torn in het zwart gekleed, zijn beste pak, dat hij altijd draagt naar begrafenissen. Hij heeft het de laatste tijd zo vaak nodig gehad dat hij het ook maar in het theater is gaan dragen. Dat scheelt weer een verkleedsessie.

Het thema van de zevende voorstelling van cabaretier Torn, ’Dood en verderf’ is dus de dood. Dat zou makkelijk zwaarmoedig kunnen worden, zo niet in de handen van de taalkunstenaar die Torn (nog steeds) is. Moeiteloos laat hij ’cult’, ’tumult’, ’geduld’ en ’uitgeluld’ op elkaar rijmen in mooie volzinnen, zonder dat je voelt welk rijmwoord er nu weer aan komt zetten. Enjambementen als „...petrolchemie/het ligt aan mij maar ik zie/allemaal dood en verderf om me heen.”

Dat titellied overigens is een van de juweeltjes uit het programma. Torn bezingt de ellende die de aarde teistert, legt daar af en toe het vrolijke deuntje van ’My favorite things’ uit ’The Sound of Music’ onder. Omdat er nogal veel wapens voorkomen in het nummer, heeft Torn terzijdes nodig om gedetailleerd uitleg te geven over de VAL, de M1, de uzi of de bazooka. Hilarisch.

Tussen de liedjes door vertelt Kees Torn verhaaltjes – over zijn figurantenrol in de film ’Zwartboek’ van Paul Verhoeven – of hij leest zelfgemaakte, spitsvondige grafschriften voor. Daarbij wandelt hij over het podium dat prachtig uitgelicht is als een begraafplaats vol met zerken. De grafschriften – afgekeken van Fons Jansen – variëren van dode tot levende personen: Steve Irwin, Theo van Gogh, Sonja Barend, politici als Balkenende en Verdonk – „Ik was al niet zo’n soepel wijf/maar nu ben ik helemaal stijf” – en collega’s als Erik van Muiswinkel en Jochem Myjer.

Het handelsmerk van Kees Torn is virtuoos rijm en muzikaliteit, zijn verschijning even nonchalant en slungelig als altijd. Hier en daar zitten in ’Dood en verderf’ wat slordigheden, maar omdat Torn meestal al erg onhandig overkomt, is niet precies te zeggen wat ingestudeerd is en er bijhoort en wat juist niet.

De dood is een mooi thema om over te zingen, blijkt. Zoals in het lied ’Lullige dood’ waarin Torn een fraaie opsomming maakt van manieren om lullig dood te gaan. Het wordt allengs absurder. Een losgeslagen pianosnaar, een biologisch brood of dagen op zee liggen dobberen totdat je gered wordt door de Titanic. Verder een hommage aan de overleden cabaretier Bert Klunder, recensies schrijven over begrafenissen en een oproep om vooral nu van het leven te genieten. Iets dat Harrie Jekkers eigenlijk weergalozer bezong in zijn ’Nu ik nog leef’.

’Dood en verderf’ eindigt met een ontroerend en poëtisch lied over het overleden kindje Jozefien. Muisstil is de zaal als langzaam, heel langzaam het licht dooft. Zingen over de dood biedt bij Kees Torn een lach en een traan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden