KEES KIKKERT, MILIEUBOER EN JUTTER OP TEXEL

Kippen scharrelen rond bij een schapenboet van gejutte planken met een rood pannendak midden in het boerenland. Witte poepstrepen melden dat het gat bij de nok in de gevel bewoond moet zijn. Door torenvalken, kauwen, een kerkuil? Kauwen, blijkt achteraf.

Watermolenweg heet het hier, maar de molen kan ik niet ontdekken. Of het moest het simpele bakstenen gebouwtje zijn, dat met lege vensters verwezen verderop in het land staat, een afgedankt gemaaltje, dat het water van een deel van het Hoornder Nieuwland op een voor de boeren aanvaardbaar peil hield.

Veel te laag, vindt Kees Kikkert, de milieuboer, zoals de Texelaars hem smalend noemen. Pachter van een groot stuk van het Nieuwland die de mogelijkheden van de grond niet uitbuit, maar orchideeën belangrijker acht en het liefst als produkt alleen maar natuur zou voortbrengen. Daar vaart de natuur wel bij, want zijn land grenst aan Drijvers Vogelreservaat 't Stoar, waarvan hij tevens het grootste deel onder voorwaarden pacht.

Stoar is ook de Texelse naam voor stern. Dat klopt, want visdieven broeden hier even veel als in het ernaast gelegen natuurmonument De Petten. Vroeger was het terrein van Vogelbescherming, die het aan Natuurmonumenten heeft overgedaan, zodat het Stoar nu een geheel vormt met de Petten.

Overal lopen kippen rond op Kikkerts erf. “Af en toe zie ik een koppeltje, dat ik nooit eerder gezien heb. Dan heeft iemand, die zijn kippen kwijt wilde, die bij de mijne gezet.”

Hij haalt een ei uit een nest tussen de brandnetels. Die groeien welig in het bosje achter het huis. Dat bestaat uit een paar iepen, wat esdoorns en vooral uit spontaan opgeschoten vlieren. Overal staat juthout rechtop, oude balken in lange rijen als een verweerde schutting. ''Kijk, deze is nog van een V.O.C.-schip, dat bij Texel is vergaan. Soms komen ze zo'n oude eiken balk halen als er een huis gerestaureerd moet worden.''

In een kurkiep direct achter het huis is het nest van een ransuil. Hij zat eerst in een eksternest, maar dat is bij een storm uit elkaar gevallen. Kees zorgde voor een degelijke vervanging: een oude fruitmand met als dak daarover heen twee oude bezems gebonden. Uit het legsel van vier ronde witte eieren kwamen twee jongen, die al een beetje door de boom scharrelen en bij het onhandige klauteren als een papegaai de snavel gebruiken. Een zit op ooghoogte, een lichtbruine donzen bal met sprankelende oranje ogen in een zwart gezicht. Af en toe knippert hij zenuwachtig, soms alleen met het half doorzichtige knipvlies, het extra ooglid, waarvan wij mensen alleen nog een driehoekje in onze binnenooghoek over hebben. Een van de oude vogels houdt ons scherp in de gaten. Hij vliegt van boom tot boom, knapt met de snavel en maakt soms keffende alarmgeluiden.

In het bosje bloeit look-zonder-look met witte kruisbloemen in een dichte tuil. Net als in bijna elk Texels bosje vind ik de witte leliebloemen van de gewone vogelmelk en de blauwe hangende klokjes van de wilde hyacint, bolgewasjes die op het eiland worden gekweekt en naar hartelust verwilderen. Het speenkruid is al meer dan een maand uitgebloeid en de enige getuigen van zijn voorkomen vormen de verwelkte slappe bladeren op de grond. Daslook is er door Kees gebracht, de fijne kervel hoort thuis op Texel, een onkruid op de bollenvelden. Fijne kervel is een lichtgroene, tamelijk tere en aanmerkelijk kleinere verwant van het fluitekruid.

Trots toont Kees een brede orchis in een weide, die hij al een hele tijd als hooiland beheert. Geel door kruipende en scherpe boterbloem, roestrood door bloeiende veldzuring, met plekken vol witte klaver. Het gras is vooral reukgras, dat de volle zoete geur aan het ouderwetse hooi geeft. In de overbemeste weilanden komt het niet meer voor. Even talrijk is de smalle weegbree, die in tegenstelling tot de grote weegbree geen tredplant is, maar een graslandplant.

We lopen naar het dijkje bij het oude gemaal. Twee oeverlopers vliegen roepend op uit de slootoever. “Die akker met rijen plantjes? Dat is zeeaster. Die kweekt Sint-Donatus voor Albert Hein. Een nieuwe groente. Ze hoeven hier alleen maar het brakke water uit de sloot over de akker te pompen.”

Ruisend stort water uit 't Stoar zich door een duiker in de sloot. Kees licht een steen uit het water en wijst me twee oranje slijmkloddertjes, die ik herken als zeeanjelieren. Zeeanemonen in een poldersloot, dat kun je alleen hier verwachten.

Zoute kwel komt in de Petten en 't Stoar omhoog. Op de zware zuurstofarme bodem met uitgestrekte schelpenbanken onder het maaiveld groeien voornamelijk planten die zout verdragen. Melkkruid en hertshoornweegbree op de rand van ondiepe plasjes met lage, schelpenrijke eilandjes. Massa's kiemplantjes van de kortarige zeekraal op het hard opgedroogde slik lijken op muurpeper. “Het water is hier net zo zout als de Waddenzee. Kijk maar, dat kun je ook al zien aan de wadpieren.”

De bodem onder water is bultig door vulkaantjes met ernaast steeds een trechtervormig kuiltje. Onder elk hoopje zit een vingerdikke pier het grijze slik te eten. De wadpieren vormen het stapelvoedsel van tal van steltlopers.

De voornaamste begroeiing van de zilte weiden is gewoon kweldergras. Daarin zijn plekken met gewone rolklaver, voorjaarszegge met gele mannelijke aartjes, slanke waterbies, nog veel meer smalle weegbree en reukgras, met grote ratelaar en rode ogentroost. Ratelaar en rode ogentroost zijn vrij nauw verwante eenjarige halfparasieten, die op gras woekeren. De grote ratelaars bloeien met gele leeuwebekachtige bloemen met een donkerblauwe tand aan de bovenlip, plantjes van maar een paar centimeter hoog, die van dezelfde soort in de laagveengebieden gemakkelijk een halve meter halen. De rode ogentroost bloeit op zijn vroegst een maand later, met donkerrode bloemen. Ik heb deze ogentroost altijd op zilte gronden gevonden, op Terschelling op paardeweiden op het Groene Strand en de Grieën bijvoorbeeld. De soort gaat hard achteruit en is daarom op de rode lijst van bedreigde plantesoorten geplaatst.

In een mat van afgegraasd kweldergras zijn eilandjes van onaangetaste vegetatie uitgespaard. Op 't Stoar zaten de hele maand mei nog een paar honderd rotganzen. Een week geleden vertrokken de laatste naar het noorden. Ze mijden de plekken met ratelaar. De begraasde plekken worden flink door de ganzen bemest, merken we. Op een heel andere plek staan honderden lichtgroene ovale blaadjes, die ik even voor jonge lamsoren houd. Het zijn addertongvarens, elk plantje met een ovaal blad en een aartje van twee rijen pilvormige sporendoosjes. Elders spikkelen de oudroze bloemen van het Engels gras de wei.

Een tureluur spat van het nest. Onder omgebogen grashalmen liggen vier tolvormige gespikkelde eieren, keurig met de punt naar elkaar toe. Rauw roepend vliegen af en toe kuifeenden over. Een zwak fluitgeluid maken de bonte bergeenden bij het overvliegen. Een paar waden door een nabij plasje. Kluten vliegen zenuwachtig alarmerend o p van een laag eilandje. Tussen de schelpen drie nesten, een met vier, een met drie en een met twee eieren. Een kleine kolonie visdieven en wat kokmeeuwen broeden op de eilandjes verder weg.

Tussen het kweldergras op de eilandjes vond botanicus Westhoff in 1988 de gesteelde zoutmelde. Een even fameuze plantenkenner, Eddy Weeda, zegt dat deze zeldzaamste van alle Nederlandse zoutplanten nooit op Texel is gevonden. We hebben het niet gecontroleerd, omdat we de broedvogels niet meer wilden storen dan we al deden. Maar de verleiding was ook al niet groot, omdat de plant buiten de bloeitijd, augustus en september, niet te herkennen is.

NATUUR DEZE WEEK

De pas uitgevlogen jonge spreeuwen maken veel misbaar in de bomen. Ze hebben zich verzameld in troepen en overvallen de eiken, waar ze de schadelijke rupsen van de bladrollers eten. - De grote wolfspin maakt geen web, maar overmeestert rennend zijn prooi. Het prachtig getekende mannetje vangt een vlieg, die hij in spinnezijde gewikkeld een vrouwtje aanbiedt. Als ze met het presentje tussen de kaken zit, paart hij met haar. Ik heb wel gezien dat hij na afloop zijn cadeautje terugpikte. - Er vliegen nu veel boomblauwtjes, vooral in steden en dorpen. De vlindertjes leggen hun eieren op hulst, klimop, vuilboom, rode kornoelje, kardinaalsmuts, sneeuwbes en bruidssluier, buiten de bebouwing ook op struikheide en gaspeldoorn.

- Veel insekten komen af op de eerste roodpaarse bloemhoofdjes van de akkerdistels. De kruldistels bloeien al langer. De speerdistels moeten nog helemaal met bloeien beginnen. - In de wegbermen zijn nieuwe planten in bloei gekomen: hegge- en vogelwikke, akkerhoningklaver, glanshaver, kropaar, vossestaart, kleine, bleke en gewone klaproos, glad walstro en zeepkruid. - Waar in veenweiden de gele ratelaars bloeien, kan men uitkijken naar de rietorchis, die nu in volle paarse bloei staat en voor een orchidee eigenlijk helemaal niet zeldzaam is. Voornamelijk in vochtige duinvalleien bloeien nu de eerste vleeskleurige orchissen met roze bloemen. - Vlier, rode kornoelje en Gelderse roos bloeien volop. De platte witte schermen van vlier en Gelderse roos ontvangen vooral bezoek van zweefvliegen en boktorren. Ook de kornoelje trekt veel zweefvliegen en tevens nogal wat hommels. - Sommige poldersloten zijn nu bedekt met de witte bloempjes van de waterranonkel, een familielid van de boterbloemen. Waterranonkel groeit als een van de eerste waterplanten in nieuw gegraven wateren. - Verder zijn aan de slootkant naast de gele lissen kalmoes en bitterzoet in bloei gekomen. - De wilgen pluizen: hun zaad is rijp en ontsnapt uit de vergelende zaaddozen. Als sneeuw hoopt het zich op bij stoepranden en in het gras.

EN VERDER

Dit weekend viert de Heimanshof in Hoofddorp (Wieger Bruinlaan 1) zijn 20-jarig bestaan met een ambachtelijke en milieumarkt en rondleidingen door de wildeplantentuin.

- Morgen zullen vier excursieleiders van de Amsterdamse vereniging 'De Oeverlanden Blijven' de deelnemers aan een plantenexcursie wegwijs maken in de beginselen van het determineren. De excursie begint om 11 uur bij het veldstudiecentrum 'De Waterkant' aan het Anton Schleperspad (vanaf het viaduct na de Schinkelsluizen bordjes met pijlen volgen naar het verzamelpunt). De activiteit is gratis voor leden en donateurs en kost ¿ 2,50 voor alle anderen. - Publieksactiviteiten van het IVN (gratis): morgen activiteitenmiddag van 12 tot 16 uur in het Amsterdamse Amstelpark in en om de IVN- gebouwtjes met rondleidingen om 13, 14 en 15 uur; wandeling bij de kasteelruïne van Asten (NB), om 14 uur van de Kasteellaan; wandeling in het Jac.P. Thijssepark in Amstelveen, om 14 uur van de ingang Prins Bernhardlaan; tweede pinksterdag vertrekt om 09.39 uur vanaf station Apeldoorn de trein naar Klarenbeek, vanwaar gewandeld wordt naar Twello. Per bus terug naar Apeldoorn, omstreeks 17.00 uur. Informatie: Elise Frieling, tel. 055-557247. Dinsdagavond excursie in de Blauwe Hel bij Veenendaal om 19 uur, maximaal 16 personen, dus zo spoedig mogelijk opgeven bij Johan van de Wegen, 08385-26888.

- Op Tweede Pinksterdag is er gelegenheid het ecologisch bos te bezichtigen aan de Hulsterweg 65 (Kijkuit) in Axel, waarvan de ontwikkeling in 1992 is begonnen. - De Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie houdt van 16 tot 18 juni een weekendkamp in het Savelsbos in Zuid-Limburg, waar naar bomen zal worden gekeken en de prehistorische vuursteenmijn zal worden bezocht. Informatie geeft Annica van Rij, 050-413024. - De schoonheid van inlands hout kan men ontdekken in kasteel Coevorden, waar de hele maand juni houtbewerkers, leden van de Vereniging Houtrijk Nederland, tonen wat je kunt doen met eik, iep, berk, populier, els, beuk, peer, appel, goudenregen, robinia en andere houtsoorten, die in onze bossen en parken groeien. Open van maandag tot en met donderdag van 10 tot 12 en van 13.30 tot 17 uur en op vrijdag van 10 tot 12 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden