Kees Brusse, altijd de gewone man

Hij was geliefd om de gewone mannen die hij speelde in het theater, films en op tv. Kees Brusse belichaamde ook de zorgeloze pensionado door de Zwitserleven-spotjes. Zijn persoonlijke leven was niet altijd zonnig.

Tot zijn vroegste herinneringen behoren de benen van zijn moeder, vertelde Kees Brusse afgelopen zomer in een uitgebreid gesprek met Radio Rijmond. Ging operazangeres Antje Ebes aan de piano zitten, dan kroop de kleine Kees onder het instrument. "Dan was ik heel gelukkig." Zijn naam had de in 1925 in Rotterdam geboren acteur van zijn vader gekregen, schrijver-journalist M.J. Brusse ('Boefje'). Of liever: van de verlossende arts. "Het verhaal wil dat mijn vader aan de arts vroeg: weet u nog een leuke naam voor die jongen? Kees, dat is een goeie Hollandse naam, was het antwoord." Het leverde wel eens gedoe op bij officiële instanties. "'Cornelis?', was het dan. Neenee, Kéés." Het zegt iets over Brusse, die zichzelf altijd als een 'gewone Rotterdamse jongen' zou blijven zien.

Op de radio klonk de 88-jarige, die gisteren overleed, fragiel. Brusse, vrijwel blind, leed aan longemfyseem, wat hem afhankelijk maakte van een zuurstoffles. Zijn ooit zo kenmerkende warme, kastanjebruine stem, een onmiskenaar aspect van zijn charme, klonk levendig maar gehavend.

Na de scheiding van zijn ouders, waarbij Brusse het contact met zijn vader en broertjes vrijwel verloor, brak een ellendige tijd aan. Zijn moeder ontmoette "een burgerkwal, een werkelijk verschrikkelijke man". Reden voor Brusse om al op z'n zestiende zijn heil te zoeken in de wereld van het theater, tussen artiesten als Cees Laseur, Wim Ibo, Wim Sonneveld en Wim Kan. Brusse, die van een ingetogen acteerstijl zijn persoonlijke kenmerk zou maken, was verbonden aan gezelschappen als de Haagse Comedie en het Amsterdams Toneel.

Persoonlijk leed
Brusse vatte zijn jeugd later kernachtig samen: 'niet leuk', zei hij in Trouw ter gelegenheid van zijn in 2011 verschenen, positief getitelde autobiografie 'Ovatie aan het leven'. Brusse zag een positieve kant aan persoonlijk leed. "Het is voor een acteur goed om veel mee te maken. Je leert je emoties kennen, en die zijn je basis. Het aantal emoties waar je bij het spelen doorheen moet, is oeverloos."

Bij het grote publiek kreeg Kees Brusse vooral bekendheid door zijn werk voor televisie en film. Halverwege de jaren zestig speelde hij het titelpersonage in de detectiveserie 'Maigret'. Ook was hij de stem van de Engelbewaarder in de immens populaire, door Joop van den Ende geproduceerde zestiendelige dramaserie 'Dagboek van een Herdershond' (1978-1980) over een jonge, naïeve kapelaan (Jo de Meyere) in Limburg.

Begin jaren tachtig kreeg Brusse zelfs een 'eigen' serie: 'Mensen zoals jij en ik' (met een titelsong van André Hazes), een reeks van tweeëndertig korte verhalen die steeds in een drieluik werden uitgezonden. Brusse speelde verschillende personages, zoals een taxichauffeur met twee kibbelende passagiers op de achterbank, of een trambestuurder die zich ontfermt over een reizigster die tot het eindpunt is blijven zitten. Veelal vriendelijke, gewone mannen die Brusse zich met kleine gebaren en bescheiden mimiek eigen maakte. In 1982 kreeg Brusse een Gouden Televizier Ring voor het project.

In films was Brusse ook te zien. In Wim Verstappens scandaleuze 'Blue Movie' (1971) was Brusse de degelijke buurman van de seksueel losbandige ex-gevangene Hugo Metsers, in 'Rooie Sien' (1975) van Frans Weisz speelde hij de vader van animeermeisje Sien (Willeke Alberti).

Vooral televisie zorgde ervoor dat Brusse een heuse BN'er werd: zat hij niet in het spelletjesprogramma 'Wie van de Drie', dan was hij wel te zien in spotjes van Shell of van Zwitserleven. In de filmpjes van de pensioenverzekeraar (1988-1995) was hij steevast te zien in open sportauto of met blote voeten in een turquoise zee. Aan de samenwerking met Zwitserleven kwam een einde toen Brusse, die eerder getrouwd was geweest met actrice Mieke Verstraete, door de in de roddelbladen nadrukkelijk geëtaleerde scheiding van zijn vierde echtgenote negatief in het nieuws kwam.

Dat Brusse voor een generatie televisiekijkers het symbool werd van de pensionado die na gedane arbeid de wereld in trok naar warme oorden zal geen toeval zijn. Brusse bracht na zijn zestigste zelf zijn tijd door op Bonaire, in Frankrijk en Australië.

Vanuit Down Under verhuisde hij begin dit jaar terug naar zijn vaderland en nam hij zijn intrek in het Rosa Spier Huis in Laren, een ouderenhuis voor kunstenaars waar hij gisteren overleed.

'Graven aan de onderkant'
Acteren betekende voor Brusse 'graven aan de onderkant', de verschillende uitingsvormen van emoties aftasten. "Het leven is niet 1, 2, 3 of a, b, c. Boos zijn betekent niet altijd schreeuwen. Sommige mensen gaan op de grond liggen." Hij omschreef zijn vak als 'de geheimzinnige dingen zichtbaar maken, gevoelens die voor ons allemaal gelden herkenbaar laten zien'. Het mooiste compliment dat hij kon krijgen was zoiets als 'als jij alleen maar op het toneel staat, dan gebeurt er al wat'.

Dat Brusse in zijn loopbaan daarmee veel mensen heeft geraakt blijkt wel uit het feit dat hij tot op het laatste moment brieven ontving van bewonderaars die hem bedankten voor zijn werk. "Dat ontroert me."

In de rustige omgeving van zijn laatste woonplaats kwam hij er aan toe om terug te blikken op alle personages die hij had gespeeld en vooral, zo zei hij: om ze los te laten. Gemakkelijk vond hij dat niet. Maar nu was het tijd voor Kees Brusse.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden