Keert menselijke maat terug in Rotterdam?

Een mbo'er moet, als hij zijn gebouw binnenkomt, bij wijze van spreken voelen: hier gaat het om techniek

Er klonk een zeker heimwee in door. De mts en de meao komen terug, zo werd her en der het plan samengevat van twee grote Rotterdamse roc's, het Albeda College en ROC Zadkine. Zij willen zich opheffen en hun opleidingen verdelen in vijf tot acht zelfstandige 'mbo-colleges', die zich elk op één vakgebied richten. Ongeveer zoals de mts en de meao van vroeger, de mbo-scholen voor de techniek en voor economie en administratie.

Luidt dit het einde van de schaalvergroting in? Komen de mts en de meao inderdaad terug? Die wens wordt vooral ingegeven door heimwee naar wat vaak bijna liefkozend de 'menselijke maat' wordt genoemd. Die scholen van vroeger waren kleinschalig, weet men zich te herinneren, met elk een eigen gebouw waar iedereen iedereen kende. Maar sinds halverwege de jaren negentig sloeg het spook van de schaalvergroting toe: al die kleine scholen werden opgeslokt door grote roc's, onderwijsgiganten waar tienduizenden mbo'ers anoniem door de leslokalen trekken.

Op dat beeld valt wel iets af te dingen, zoals ook blijkt uit de gang van zaken in Rotterdam. Ooit telde de stad zo'n honderd mbo-scholen. Die zijn grotendeels opgegaan in de kolossen Albeda en Zadkine, met samen 40.000 studenten. Die schaalvergroting deed zich vooral voor op het niveau van het bestuur: dat kreeg steeds meer opleidingen onder zich. Binnen elk roc worden nu heel verschillende groepen jongeren opgeleid voor heel verschillende beroepen - van banketbakker tot procestechnoloog - en dat maakt het besturen van zo'n moloch erg ingewikkeld. Té ingewikkeld, vindt men nu in Rotterdam.

Maar op het niveau van de mbo'ers zelf en ook van hun leraren ziet het er anders uit. Nog steeds wordt het onderwijs van het Albeda en het Zadkine gegeven op zo'n tachtig plekken - niet veel minder dan de honderd van destijds. Daar zitten gebouwen bij waar duizenden studenten les krijgen, maar ook schooltjes voor slechts een paar honderd mbo'ers. Gemiddeld genomen valt het met die grootschaligheid dus nogal mee, en daarin verschilt het Rotterdamse middelbaar beroepsonderwijs nauwelijks van veel grote roc's elders.

Dat betekent niet dat er in de tussentijd niets veranderd is voor Rotterdamse mbo'ers. Veel opleidingen zijn in de loop der tijd verhuisd en vaak zijn ze terechtgekomen in gebouwen waar ook voor heel andere vakgebieden wordt opgeleid: elektrotechniek bij bedrijfsadministratie, horeca bij apothekersassistent. Daardoor is het mbo inderdaad minder herkenbaar geworden. Ook dat geldt niet alleen in Rotterdam.

Het Albeda College en ROC Zadkine overwegen nu om het anders aan te pakken. Niet alleen willen zij hun opleidingen opdelen, het streven is ook dat de nieuwe mbo-colleges hun gebouwen niet hoeven te delen met opleidingen die op een ander vakgebied liggen. Een mbo'er moet, als hij zijn gebouw binnenkomt, bij wijze van spreken voelen: hier gaat het om techniek. Ook voor het bedrijfsleven moeten de vakgebieden binnen het mbo daardoor weer herkenbaar worden.

Opmerkelijk genoeg betekent dat voor de studenten geen terugkeer naar een kleinere schaal, eerder het tegendeel. Nu nog zijn bijvoorbeeld de techniekopleidingen in het Rotterdamse middelbaar beroepsonderwijs verspreid over tien à vijftien locaties, straks worden dat er misschien vier. Per gebouw zullen er straks dus veel meer techniekstudenten rondlopen. Op de oude mts lijkt dat nog steeds slechts in de verte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden