Keer om, Halbe!

Rob Schouten

Onlangs bezocht ik in New York de Frick-collectie. Prachtig, alles door elkaar, zestiende eeuw naast achttiende eeuw, Hollanders naast Italianen, zoals u en ik het zouden ophangen. Ik kwam vooral voor die paar Vermeers die ik nog nooit in het echt had gezien. En ook verbeeldde ik me dat anderen daar net iets langer en aandachtiger voor bleven staan dan bij de andere schilderijen. In het Metropolitan was het al niet anders. Ik naderde het zaaltje met de Van Goghs en ja hoor, daar zag ik het klontje Japanners reeds, vol bewondering voor het werk van hun afgod. De Gauguins en Cézannes, heus heel aardig gedaan hoor, maar ze kwamen voor Vincent. Naast die Japanners stond nog iemand. Hij glunderde trots en wreef tevreden in zijn handen. Het was staatssecretaris Halbe Zijlstra. Zo moest het immers: Nederlandse kunst als publiekstrekker, als heerlijk exportprodukt. Straks vloog hij door naar een concert van het Concertgebouworkest in Zuid-Amerika, waarna de oplevering van een gebouw van Rem Koolhaas in het Verre Oosten wachtte. Want staats Halbe heeft aangekondigd dat voortaan alleen publiekstrekkers, liefst met succes in het buitenland, nog geld van de staat krijgen. De rest moet het maar bij particuliere maecenassen zoeken. Het klinkt zo logisch: geen publiek, geen subsidie. Ik wil hem ter ondersteuning van zijn beleid zelfs wel een bijbeltekst meegeven, Mattheus 25:29: Want aan een ieder die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. Gelijkenis van de talenten. Kent-ie vast wel. Maar is het wel zo logisch? Moet de staat niet, nu het moeilijk gaat, juist op de kleintjes letten. De groten redden zich immers zelf wel? Van Halbe moeten de kunsten succes hebben en mensen trekken voordat-ie ze wat geeft. Succes garandeert in zijn ogen kwaliteit. Maar hoe moet het dan met de moeizame kunstenaars, de obscure vernieuwers, de experimentelen, de hooggestemde projecten waarvoor je slechts een handvol belangstellenden weet te porren maar waar wie weet de kiem van iets bijzonders en nieuws wordt geboren? De stelling van staats Halbe ’geen publiek, geen subsidie’ is niet alleen kortzichtig, het is ook slecht voor de kunst. Kunst is piramidaal en bestaat niet uit louter topstukken voor idolate Japanners. Ergens in die piramide moet ook de draaiorgelman gevoed worden, naast het onbegrepen genie dat in een schuur aan een publieksonvriendelijk werk prutst of de dichter die voor een halfleeg zaaltje staat voor te dragen. Het Fonds voor de Letteren waar ik zelf mee te maken heb is ooit opgericht om interessante schrijvers die van zichzelf niet genoeg met schrijven verdienen uit de wind te houden en in de gelegenheid te stellen toch te scheppen. Maarten ’t Hart en Connie Palmen komen er niet langs. Als de staatssecretaris doet wat hij zegt, draait hij juist bij zulke instituten de kraan dicht want: geen bestsellers, geen buitenlands succes. Dan hoeft hij alleen nog maar naar het buitenland om daar te zien wat Nederlandse kunst eigenlijk voorstelt. Foei Halbe, keer om!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden