Kazernes voor jonge criminelen

De Nederlandse krijgsmacht is haar vijand kwijt, en daarmee ook haar doel. Een 'brede maatschappelijke discussie' moet de organisatie in een nieuwe richting duwen. De reclassering kreeg al een telefoontje: defensie wil samenwerken bij het tuchtigen van criminelen.

Het kan verkeren, zeggen ze bij de overkoepelende Stichting Reclassering Nederland. Een paar jaar geleden nog moest het ministerie van defensie een punt zetten achter de gesprekken die op initiatief van de reclassering werden gevoerd over de mogelijke samenwerking bij het heropvoeden van criminele jongeren. De Tweede Kamer verklaarde zich in een motie tegen zulke plannen, waarop de partijen elkaar de hand moesten geven.

Maar zie, er wordt opnieuw gepraat. En dit keer zelfs op initiatief van defensie.

Directeur T. van der Valk van de landelijke reclassering denkt dat de gesprekken deze keer meer kans van slagen hebben. “De tijd was er destijds blijkbaar niet rijp voor. Maar nu hebben we langer en beter over de problematiek kunnen nadenken, en defensie is op zoek naar nieuwe taken en functies.” Die ontwikkeling zou de vroegere argwaan kunnen ombuigen in lef, is de achterliggende gedachte.

Het plan van de reclassering lijkt even eenvoudig als effectief. Defensie moet inkrimpen en zit in de maag met overtollig personeel en lege kazernes. De maatschappij, en de reclassering vanuit haar vakgebied in het bijzonder, wordt geconfronteerd met een groep jongeren, veelal van buitenlandse afkomst, die de aansluiting is kwijtgeraakt en verantwoordelijk is voor een relatief groot aantal delicten.

“Simpel gezegd heeft defensie de mensen die deze jongeren op het rechte pad kunnen brengen, en ook de gebouwen waarin deze resocialisatie kan plaatsvinden”, aldus Van der Valk. “Als reclassering hebben we de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met werkstraffen voor criminele jongeren. Zo knappen ze bijvoorbeeld de forten van de Hollandse waterlinie op. We merken dat experimenten waarin een bepaalde tucht wordt gecombineerd met werk- of leerervaring, succesvol zijn. Ze bieden jongeren een kans uit het criminele leven te stappen. Die experimenten zouden we graag uitbouwen en als alternatief laten dienen voor celstraffen. En met hulp van de defensieorganisatie kan dat”, daarvan is Van der Valk overtuigd.

De sergeanten en korporaals die ten tijde van de dienstplicht hebben bewezen dat zij jongeren uit allerlei lagen van de bevolking en uit alle windstreken, kunnen laten samenwerken in een sfeer van orde en tucht, worden nu met wachtgeld gestuurd, of komen op een plek terecht waar minder gebruik kan worden gemaakt van hun capaciteiten, vindt de directeur. “En dat terwijl we deze lieden zo hard nodig hebben. In elke grote stad zijn er een paar honderd allochtone jongeren die tekenen voor een groot aantal delicten. We zien ze afglijden, en het enige wat we als maatschappij kunnen doen is hen opsluiten, om ze later weer los te laten zonder dat er iets wezenlijks is gebeurd. Van gevangenisstraf krijgen die jongens alleen maar status.”

“Landelijk zal het gaan om zo'n vijfduizend jongeren - stelselmatige daders en draaideurklanten - die eigenlijk geen gevangenisstraf opgelegd zouden moeten krijgen, maar een zogenaamde Opvoedingsmaatregel. Ze zouden een halfjaar tot een jaar moeten worden ondergebracht in een kazerne met beperkte vrijheid. In het weekend mogen zij naar huis, maar door de week heerst er een regime van discipline, van tucht, met een sergant die 's nachts om twee uur de kast controleert en deze leegtrekt als hij niet op orde is.”

“Deze jongeren zouden een basale sociale training moeten ondergaan, en ze zouden gewoon moeten leren om met anderen te wonen en te leven. Daarnaast is er werk, opleiding. Wie afhaakt moet alsnog zijn gevangenisstraf uitzitten, wie slaagt krijgt een baan, een plek om te wonen en begeleiding van de reclassering.”

Van der Valk herinnert zich een documentaire op televisie waarin een Marokkaanse jongen bewaker van een fietsenstalling was geworden. Had ik die baan maar tien jaar geleden gehad, zei hij. Dan was ik nooit crimineel geworden. “Kijk”, zegt Van der Valk. “Die kant moeten we op. We straffen en tuchtigen de jongeren, maar daarna helpen we ze ook weer met werk en huisvesting op de been.”

In eerste instantie denkt Van der Valk, als hij het over de nieuwe Opvoedingsmaatregel heeft, aan jongeren aan het begin van een criminele carrière, die vóór zij voor de rechter verschijnen kunnen kiezen voor een sepot, door in te stemmen met een verblijf in een kazerne.

De rechter zou de maatregel ook kunnen opleggen, en de celstraf voorwaardelijk achter de hand kunnen houden. Maar het verblijf bij defensie zou ook een uitkomst zijn voor jongeren die hun gevangenisstraf er bijna op hebben zitten, en het laatste restje uitzitten in een opvoedingskazerne, zodat zij zich kunnen voorbereiden op een ander leven in de maatschappij.

Volgens Van der Valk past de Opvoedingsmaatregel juridisch binnen de nieuwe Wet op de taakstraffen en de penitentiaire Beginselenwet. Van der Valk denkt zelfs aan nog een variant voor een niet-criminele groep. “Jonge asielzoekers die zeker zijn van een A-status kunnen in een kazerne op vrijwillige basis perfect werken aan hun inburgering, en krijgen op die manier meer kansen.”

De directeur van de reclassering zou het liefst een opvoedingskazerne per arrondissement hebben, zodat de heropvoeding regionaal of lokaal ter hand kan worden genomen. “Want de verantwoordelijkheid voor uitvallers ligt niet alleen in Den Haag, maar vooral in de gemeenten. Justitie zou de bemoeienis van gemeenten bij deze aanpak van criminaliteit ook kunnen stimuleren door de steden die meewerken aan de Opvoedingsmaatregel te belonen voor de criminaliteit die zij op deze manier voorkómen. En ik kan me ook voorstellen dat verzekeringsmaatschappijen de projecten willen meefinancieren omdat zij inzien dat de Opvoedingsmaatregel schade beperkt.”

Maar ook al betaalt justitie het gehele project, dan nog is de opvang voordelig, vindt Van der Valk. Omdat een cel zo duur is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden