Katowice wordt schoner Verspillend karakter van economieën in Oost-Europa staat nog niet ter discussie

De vuile rook uit fabrieksschoorstenen in Oost-Europa wordt zoetjesaan gezuiverd. De regeringen die staan te popelen zich aan te sluiten bij de Europese Unie, doen erg hun best om naar Europees model schoner te worden. Jammer alleen dat het verspillende karakter van de Oosteuropese economieën nog niet ter discussie staat. Ook de Westerse hulp is daar niet op toegesneden. Wel geld voor de aanleg van autowegen. Maar dat het openbaar vervoer gelijkertijd verwaarloosd wordt, ontgaat de gulle gevers.

Op sommige plaatsen is de situatie zelfs verslechterd. Zo is de olie- en gasindustrie in Siberië de laatste jaren alleen maar meer lekken gaan vertonen.

Er zijn wel lichtpuntjes. In de regio Katowice, het centrum van de Poolse kolen- en staalregio, stoten de schoorstenen die midden tussen de woningen staan aanzienlijk minder zure en zwarte roetrijke rookpluimen uit. Alleen op windstille dagen wordt de stad nog geplaagd door smog.

De luchtkwaliteit is in zijn totaal verbeterd; in de stad zelf is de atmosfeer nog lang niet gezond. De blokverwarming van de huizen stookt nog altijd zwavelrijke kolen en de zure rook zorgt voor prikkende ogen en een pijnlijke gevoel in de keel.

In het Westen schrijft men de verbeteringen toe aan sociaal-economische factoren. De recessie die volgde op de stille revolutie van 1989, zorgde voor een sanering van de staalsector en andere fossielen van het socialisme.

Maar dat is al te eenvoudig. Het besef van de urgentie van het milieuprobleem heeft net zo goed voor een krachtige impuls gezorgd.

In 1989 stelde de Poolse regering als een van haar eerste acties een lijst met tachtig 'hot-spots' op. Bedrijven kregen te verstaan dat ze binnen vijf jaar de verontreiniging drastisch moesten inperken. Zo niet dan zou de overheid de vergunning intrekken en de fabriek sluiten.

Scherprechter

Het milieu is daarmee geen aanhangsel van, maar eerder scherprechter in het harde economische spel. Wojciech Belbo, hoofd van het milieubureau van de regio Katowice, noemt het milieuvergunningbeleid “het enige instrument dat werkelijk invloed heeft op het herstructureringsproces. In vergunningen is een heffing voor vervuiling opgenomen. Overschrijding van de norm levert daar bovenop een forse boete. Met de opbrengst van de heffing ondersteunen we de goedwillende bedrijven bij hun aanpassing”.

De overheid brengt partijen samen, helpt bij het zoeken naar adviseurs en fondswerving. “De industrie moet uiteindelijk zelf de investeringen plegen. De staalsector heeft zo zelf een reorganisatie doorgevoerd. Bij de kolenmijnen is dit nog niet gelukt, omdat het ons ontbreekt aan de macht om mijnen te sluiten. Dat is een zaak van het ministerie van industrie”, verzucht Belbo.

Veel bedrijven stuiten bij de sanering van milieuknelpunten op de grenzen van de rentabiliteit. Huta Kosciuszko is hiervan een schoolvoorbeeld. Het staalbedrijf wordt zowel door Belbo als medewerkers van het ministerie van milieu in Warschau geroemd om zijn vooruitstrevendheid op milieugebied.

Een bezoek laat niet een fris ogende fabriek zien; het gigantische bedrijfsterrein midden in Chorzow ligt er grotendeels verlaten bij. De resten van de cokesfabriek, twee hoogovens en de eigen ertssmelterij, die vorig jaar gesloten zijn, staan als industriële ruïnes tussen de nog draaiende fabriek voor produktie van spoorwegonderdelen.

De enige vernieuwing is de oven waar ijzer wordt verhit voor verdere bewerking. “We doen het alleen omdat het moet”, reageert Jaroslaw Grytner laconiek op de vraag wat Huta Kosciuszko tot voorloper op milieugebied heeft gemaakt. Grytner is medewerker internationale marketing van de fabriek.

“Het staal dat we voor onze produktie inzetten is nu minder goed dan toen we het zelf maakten. We kunnen geen speciale kwaliteit vragen aan de grote regionale smelters.”

Het simpelweg sluiten van onderdelen van het bedrijf zou in het Westen niet snel als een teken van goed management worden gezien. Ook bij Huta Kosciuszko is het een zwaktebod; vervanging van de verouderde ertssmelter door een schonere nieuwe, bleek eenvoudigweg niet lonend te maken.

De wurgconstructie tussen milieu en economie treedt vaker op en heeft het milieuprobleem er noch bij het bedrijfsleven, noch bij de overheid populairder op gemaakt. Kort na de omwenteling speelde milieu nog een hoofdrol. De eerste democratische regeringen ontleenden hun macht aan de maatschappelijke tegenbeweging van vóór de fluwelen revolutie.

De milieubeweging speelde hierin een belangrijke rol, doordat de communistische regimes het milieuvraagstuk beschouwden als een niet-politiek probleem. Dat maakte haar tot een ideale ontmoetingsplek voor revolutionaire krachten.

In de nieuwe regeringen zaten dan ook veel oud-leden en sympathisanten van de milieubeweging en ook het ambtenarenapparaat had een hoog ecologisch gehalte. Dit groene sausje over de hervormingen werd snel dunner, door het grote aantal wisselingen in de politiek. Polen kende alleen in 1993 al drie ministers van milieuzaken.

Ondanks de lage prioriteit blijft het tempo van de milieuverbeteringen hoog. Belangrijkste factor is nu de buitenlandse druk. De Europese Unie koppelt milieueisen aan ondersteuning van het omschakelingsproces en toelating van de Middeneuropese landen. Deze inhoudelijke bemoeienis wordt door de Centraal- en Oosteuropese landen niet echt op prijs gesteld.

Het enige dat ze van het Westen verlangen, is geld om hun eigen milieuplannen uit te voeren. De regeringen hebben zich echter in een uiterst afhankelijke positie gemanoeuvreerd.

Dat gebeurde in 1993. Toen tekenden alle Europese milieuministers in Luzern het Milieuactieplan voor Europa. Dit koppelt financiële steun voor het transformatieproces aan de eis dat het te ondersteunen land een milieu-actieplan heeft.

De meeste landen beschikken al enige tijd over een milieubeleidsplan.In Polen dateert het uit 1985. De meeste landen zitten er niet op te wachten om nieuw papier te produceren om het Westen tevreden te houden.

De tweeslachtige houding levert per saldo een positieve ontwikkeling op. Niet zozeer het milieu zelf, maar veeleer de mogelijke aansluiting bij de EU en financiële ondersteuning van westerse banken zorgen voor ambitieuze milieudoelen.

In Polen moet iedere fabriek in 1998 voldoen aan dezelfde eisen als zijn concurrent in de Europese Unie. Dit leidt tot sanering, zoals in de staalsector, en investeringen in schoonmaaktechnieken. Daar profiteert ook het westen van, want zij voeren een groot deel van de milieumaatregelen, zoals rookgasontzwaveling en de aanleg van riolering en waterzuivering, uit.

Slechts een klein deel - in Polen 5 procent - wordt door westerse hulp bekostigd; het grootste deel moeten de regeringen en de bedrijven zelf opbrengen.

De situatie in andere landen in het voormalige oostblok is vergelijkbaar met die in Polen. De Tsjechische Republiek begon in 1993 met het aanpassen van alle elektriciteitscentrales aan Westeuropese normen. Dit kostbare project wordt betaald door forse tariefsverhoging bij de afnemers door te voeren.

Hongarije moderniseert de milieuwetgeving. In november heeft de regering bij het parlement een milieukaderwet ingediend die geheel gemodelleerd is naar de EU-wetgeving, inclusief milieu-effectrapportage en inspraakprocedures.

Hiermee krijgt het milieu wederom een rol als breekijzer in het democratiseringsproces; het administratieve bestuursrecht, de aansprakelijkheidswetgeving en wet openbaarheid van bestuur, waarin rechtspositionele zaken als recht op informatie en inspraak geregeld worden, moeten nu ook aan het EU-recht worden gespiegeld.

Ongemoeid

Het nadeel van deze aanpassingen is dat ze zich vooral richten op grote investeringen terwijl ze het verspillende karakter van de economie grotendeels ongemoeid laten. Daarbij komt dat bilaterale handelsrelaties tussen west en oost veel sneller op gang zijn gekomen dan de formele procedures. Ook laten ze zich weinig gelegen liggen aan Westeuropese regels.

Als eerste wordt daarbij de consumentenmarkt onder vuur genomen. Waar het Westen langzaam bezig is het afvalprobleem onder controle te krijgen, legt de Oosteuropese overheid introductie van wegwerpverpakking geen strobreed in de weg. Integendeel zelfs.

Zo is in Polen de zuivel- en frisdrankenhandel in drie jaar geheel overgeschakeld van retourverpakking op wegwerpverpakking. De afvalberg groeit explosief en dit leidt weer tot een vraag naar dure afvalverbrandingsinstallaties.

Ook op het gebied van verkeer en vervoer graaft men op dit moment een oude valkuil die het westen sinds kort tracht te omzeilen. Onder druk van het IMF en de banken, investeert men vooral in nieuwe autowegen en verwaarloost men het goed ontwikkelde openbaar vervoer.

Het energiebeleid is een ander frappant voorbeeld van herhaling van oude fouten. De aandacht richt zich volledig op het verbeteren van de produktie van energie terwijl besparing wordt ondergewaardeerd.

De stads- en blokverwarming ontberen meet- en regelapparatuur en in plaats van de thermostaatkraan dicht te draaien, zet men midden in de winter het raam open om de temperatuur dragelijk te houden.

De ogen blijven prikken, de keel blijft droog en de rekening komt bij de burgers terecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden