Katinka Polderman ergert zich kapot aan domheid. ergert zich kapot aan domheid.

In februari 2005 won ze glansrijk het Leids Cabaret Festival. Anderhalf jaar later is het tijd voor haar eerste avondvullende voorstelling: ’Polderman’. En ruim een jaar is ze nu columniste in de zaterdagse Verdieping van Trouw.

Katinka Polderman (25): „Ik voel me niet aangevallen als het ’cabaret’ genoemd wordt wat ik maak. Maar het is fijn als er in de uitleg vooraf woorden staan als ’liedjes’, ’vrouw’, ’droog’, ’traag’. Dan weten mensen in ieder geval een beetje wat ze kunnen verwachten en denken ze niet: we gaan naar de vrouwelijke Jochem Myjer kijken.”

Polderman is het tegenovergestelde van deze turbocabaretier met ADHD. Zij neemt de tijd, lijkt de mensen een voor een aan te kijken voordat ze weer een nieuw lied aanheft. Haar voorstelling ’Polderman’ zit vol intelligente grappen, in de liedjes, maar ook in haar ’praatjes tussendoor’ zoals ze de verbindingsteksten noemt. „De liedjes zijn mijn uitgangspunt. Maar alleen maar liedjes vergt te veel van het publiek. Ook van mij trouwens. Ik ben er achter gekomen dat die praatjes er niet voor niks zijn. Daardoor kan ik variëren, even uit de voorstelling stappen. Als ik dat bij een liedje zou doen, verknal ik het lied. Maar het komt wel voor dat iemand net moet niezen tussen twee coupletten, ja, dan kan ik het niet laten om ’gezondheid!’ te roepen. Ik ben het aan het afleren, maar dat is heel moeilijk. Ik heb gewoon een verschrikkelijk korte spanningsboog.”

Katinka Polderman bezingt op droge toon dat ze nooit doodgeslagen wil worden, want ze is bang dat er een stille tocht voor haar georganiseerd wordt. Ze bedankt vol cynisme popzangeres Christina Aguilera die de vrouw weer teruggeworpen heeft naar de Middeleeuwen. Weg feminisme, weg gelijkheid, de vrouw is weer een gebruiksvoorwerp geworden. Maar ze toont ook haar gevoelige kant in poëtische schilderijtjes over hoe ridder Bart haar komt redden of hoe ze samen met haar geliefde oud zal worden en hoe ze straks met zijn tweeën in het bejaardentehuis zullen zitten.

„Ik probeer het zo dicht mogelijk bij mezelf te houden. Maar ik ben wel beperkt, hoor, het is niet zo dat ik een keuze maak: dat kan ik wel, maar ik doe het niet. Ik kan niet zó’n strot opentrekken. Ik kan niet beter gitaar spelen dan ik nu laat zien. Ik kan niet beter acteren en timen in mijn praatjes. Wat dat betreft krijgen mensen the full Polderman.”

„Mijn programma is een oproep tot onafhankelijk denken. Niet met de kudde meelopen. Als je iets ziet dat iedereen normaal vindt, je toch afvragen: is het wel zo normaal?! Kan het misschien ook anders? Ik erger mij kapot aan domheid. Daar is zo veel van. Spelfouten, reclameslogans die net niet rijmen. Allemaal onderschatting. En als het nou een bepaald segment van de maatschappij was. Maar nee, kijk maar naar Rita Verdonk. Wat zij doet en zegt, dat is van een verschrikkelijke domheid. Daar kan ik niet bij.”

Polderman komt uit de Zeeuwse klei van ’s-Heer Abtskerke. 180 Huizen, zo’n 400 zielen. Wat er te doen is? Niks. Eén keer in de week kwam de Bibliobus langs en dan leverde de kleine Katinka al haar boeken weer in. „Daar had ik het hartstikke druk mee.” Ze schreef verhaaltjes en gedichten die ze van lieverlee op muziek ging zetten. „Liedjes over poep, pies en seks. De gewone onderwerpen als je 15 bent. Ik dacht dat het Nederlandstalige punk was, maar toen ik Jeroen van Merwijk hoorde dacht ik: hé, er is nog iemand die grappige liedjes in het Nederlands zingt.”

Ze volgde een theateropleiding in Den Bosch, de Koningstheaterakademie. Daar leerde ze vooral zichzelf te zijn en haar eigen stijl uit te bouwen. Ironisch en gevoelvol tegelijk. Niet voor iedereen geschikt, zo blijkt, want niet altijd wordt de spot opgemerkt door het publiek. „Ik heb een bepaald toontje en daar hoor ik wel eens een afkeurend ’tsss’ op. Ik vind het altijd heel fijn als er een man met een grijze baard op de eerste rij zit. Een man met een baard, waar zo een pijp in zou passen en dan het liefst een vrouw met lang grijs haar erbij. Dat is heerlijk publiek. Die snappen mij. In een zaal met Lingo-teams wordt dat al moeilijker. Je mag niet op uiterlijk afgaan natuurlijk, maar meestal klopt het wel. Dan wordt het hard werken die avond. Maar een grijze man met baard die zich vermaakt en de hele tijd zit te glimlachen, daar word ik rustig van. Dan denk ik: die komt straks thuis en dan gaat hij nog even een boek lezen en een glaasje wijn drinken.”

Ze is verrast over het succes dat ze nu al heeft. Dacht dat het nog jaren zou duren voordat ze met haar werk haar brood zou kunnen verdienen. „Maar na het Leids Cabaret Festival was het, hoppakee, ervan leven.” En de toekomst? Katinka Polderman blijkt zo nuchter als haar Zeeuwse wortels doen vermoeden: „Ik vind dat het lekker gaat nu, ik kijk wel wat er op mijn pad komt.

Het is heel erg, maar ik ben zelfs nog nooit in Carré geweest, ik vind het al heel mooi dat ik in Amsterdam in de Kleine Komedie sta. En ik hoop dat ik goed speel op mijn première, dan zien we daarna wel weer verder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden