Katholieke 'sekte' Het Werk eist ook in Limburg slachtoffers

De dekens van het bisdom Roermond steunen de beslissing van bisschop Frans Wiertz om geen onderzoek in te stellen naar de internationale religieuze beweging Het Werk. Dit bleek eergisteren bij de algemene vergadering van Limburgse dekens. Wiertz nam zijn besluit vorige week, nadat dagblad De Limburger enkele getuigenissen van ex-leden had gepubliceerd. Volgens de bisschop speelden alle gevallen zich in België af. Dat Het Werk wel degelijk in het bisdom Roermond slachtoffers maakt, blijkt uit de ervaringen van Patrick Groothues. “Als een zombie ben ik eruit gekomen.” De zusters van Het Werk in Merkelbeek wilden niet aan dit artikel meewerken.

PETER DE GREEF

Het is nu bijna vier jaar geleden dat Patrick Groothues de internationale zuster- en broedergemeenschap Het Werk ontvluchtte. Hij was toen achttien jaar. Ruim drie jaar lang was hij lid geweest. Achteraf, zegt hij, heeft het hem zijn jeugd gekost.

Tot ongeveer een week geleden dacht de nu 22-jarige Limburger dat hij de enige was, die ooit de beslissing had genomen Het Werk de rug toe te keren. Er ging in de afgelopen vier jaar geen dag voorbij dat hij niet aan Het Werk dacht. Telkens weer was er de twijfel. Had hij er wel goed aan gedaan om weg te gaan? Zette hij de roeping die God met hem had niet op het spel? Had de duivel hem inderdaad in bezit genomen zoals leden van Het Werk hem bij zijn vertrek voorhielden?

Met hulp van zijn zus en haar man pakte hij de draad van zijn leven weer op, begon aan een opleiding voor een beroep in de gezondheidszorg en wilde eindelijk wel eens gewoon leven. Maar na de opmerking die bisschop Wiertz van Roermond onlangs maakte, dat er geen reden was voor een onderzoek naar Het Werk, kwam bij hem alles weer boven. De jaren van manipulatie en misbruik. De geestelijk terreur, het volledige gebrek aan privacy, een leiding die alles op schrift van haar leden wilde weten tot gevoelens en gedachten toe.

Patrick is een van de weinige ex-leden van Het Werk in Nederland die hun getuigenis onder hun gewone naam willen geven. Waar anderen bang zijn voor bedreigingen of voor herkenning door mensen uit hun omgeving stelt Patrick alleen de voorwaarde dat zijn woonplaats geheim blijft. Hij leeft nog altijd met de vrees dat er opeens leden van Het Werk bij hem voor de deur staan. Om die reden weet niemand op zijn nieuwe school zijn privé-adres. De telefoon neemt hij steevast op met een vragend 'hallo'. “Ik wil niet dat Het Werk er achter komt waar ik woon. Ik kan gewoon niet voorspellen wat ze gaan doen.”

Het Werk is een jonge internationale zuster- en broedergemeenschap die in de rooms-katholieke wereld veel lof heeft geoogst met haar keuze voor een radicaal evangelisch leven. Het officiële centrum is sinds 1993 het Collegium Paulinum in Rome.

Rond de beweging hangt al decennia lang een zweem van geheimzinnigheid. Volgens pastoor Rik Achten (38) uit Elsloo, die de beweging sinds enkele jaren nauwlettend volgt, gaat achter “de indrukwekkende façade van roomse pracht en praal een wereld van list en bedrog” schuil.

Begin jaren zestig leidde dat al eens tot een onderzoek in de Belgische bisdommen Doornik en Brugge. Er werd een handvol leden ondervraagd. De uitkomst bleef ongewis. Een openbaar verslag is nooit verschenen en het onderzoeksrapport is sinds jaar en dag spoorloos. Zelfs de huidige vicaris van het bisdom Gent, W. de Smet, heeft na talloze pogingen de moed opgegeven het rapport ooit nog te vinden.

Volgens een getuige die destijds aan het onderzoek meewerkte en onlangs door het dagblad de Limburger werd achterhaald, was de uitkomst “weinig verrassend”. In de gemeenschap heerste een “ware apostolische geest” en een “oprecht geestelijk leven”. “We hebben alleen verteld wat we mochten vertellen”, zegt de Gentse, die in 1968 uit Het Werk stapte na 16 jaar lid te zijn geweest.

Dat er echter binnen de onderzoekscommissie wel degelijk verdeeldheid bestond over hoe de r.-k. kerk met Het Werk moest omgaan, blijkt uit een persoonlijke brief van visiteur E. Delmée uit Doornik, uit maart 1967. De onderzoekscommissie had toen al besloten af te zien van een psychiatrisch onderzoek van Julia Verhaeghe, de stichteres van Het Werk. Dit tegen de zin van Delmée: “Persoonlijk denk ik, dat dit een pathologisch geval is, grenzend aan hysterie”, schreef de kerkelijk onderzoeker.

De kiem van Het Werk werd gezaaid in het vooroorlogse Vlaanderen. In 1938 kreeg Julia Verhaeghe uit Geluwe - naar haar eigen zeggen - in een visioen van God de opdracht de rooms-katholieke kerk van de ondergang te redden. Om haar roeping te vervullen richtte ze vlak na de oorlog samen met de Belgische priester Arthur Hillewaere de zustergemeenschap Paulusheem op. De naam van de gemeenschap werd in 1954 omgedoopt in Opus Christi Regis (Het Werk van Christus Koning).

Het Werk is geen orde of congregatie. Het heeft een lagere status als 'pia unio' of 'congregatio fidelium' - een godvruchtige gemeenschap. Een titel die een bijbelclub met statuten ook kan krijgen. Pauselijke erkenning heeft de beweging niet. Een aanvraag daarvoor ligt al twee jaar in de burelen van het Vaticaan. Door de haast totalitaire organisatiestructuur, waarbij de noodzakelijke democratische elementen ontbreken - zoals het houden van verkiezingen voor ambtsdragers - is het vooralsnog onwaarschijnlijk dat zo'n goedkeuring snel zal komen. Desondanks is Het Werk door zo'n 25 bisdommen erkend. Er staan huizen in België, Frankrijk, Duitsland, Slowakije, Engeland, Slovenië, Israël en de Verenigde Staten. In Nederland heeft Het Werk sinds 1984 een klooster voor zusters in Merkelbeek, vlakbij Heerlen.

De beweging - die zichzelf graag presenteert als een gideonsbende - laat niets los over het exacte aantal leden. “Geheimen van de koning behoort men te bewaren”, zegt deken Theo van Galen (43) van Heerlen, een van de internationale voormannen van Het Werk. “Maar we zijn niet klein.” In een interview met het Limburgs Dagblad liet Van Galen onlangs vallen dat het zeker om “enkele duizenden” mensen gaat. Oud-leden vermoeden echter dat het om een paar honderd actievelingen gaat, van wie enkele tientallen in Nederland. Het sterkst is de beweging vertegenwoordigd in België en Oostenrijk.

De gemeenschap bestaat voornamelijk uit vrouwelijke leden die leven volgens de evangelische raden, met Maria als levensmodel. Het Werk ziet zichzelf als een spirituele familie waartoe ook bisschoppen, priesters (soms vrijgesteld door hun bisdom), jongeren, volwassenen, families en zelfs kinderen behoren. Via “een eerbiedig erkennen van God, door aanbidding, door een diepgaande en oprechte bekering en door ware liefde voor de Heilige Kerk en voor elkaar” proberen zij het hemels geluk te bereiken en de in verval geraakte r.-k. kerk te stutten. De beweging geniet door haar vele werk in parochies aanzien in de hoogste kerkelijke kringen, ook in Rome.

Alle leden van Het Werk zijn rechtschapen katholieken. Idealisten die alles in het werk van God stellen en midden in de r.-k. kerk willen staan, zegt Patrick. “Als je lid wordt van Het Werk lijk je in een droomwereld te stappen”, vertelt hij. “Je blijft er komen en neemt anderen met je mee. Zonder dat je het door hebt, word je echter continu door de leiding uitgeprobeerd. Word je goed bevonden, dan sluit langzaam maar zeker het laatje en word je ingewijd in het leven van Het Werk.”

Dat gebeurt heel subtiel. Voor Patrick begon het allemaal in een tijd dat er in het gezin Groothues grote problemen waren - nu ongeveer acht jaar geleden. Artsen constateerden bij zijn moeder een kwaadaardige ziekte en er waren nog andere problemen. Om alle spanningen thuis te verwerken, liep de 14-jarige Patrick bij een maatschappelijk werkster, die hij via zijn LTS had leren kennen.

Veel vrienden had hij niet. Degene die het dichtst bij hem stond, was de pastoor van de parochie Christus Koning in Heerlen. Patrick was daar vanaf zijn zevende jaar misdienaar. Hij kwam bijna dagelijks in de kerk. Het leverde hem op school de bijnaam 'de pastor' op. “De enige behoefte die ik had was om bij een groep te horen”, zegt hij nu over het “oude en grijze gezelschap” waarbij hij zich toen thuisvoelde.

Contact met Het Werk kreeg hij via een uitstapje van een groep misdienaars naar het 'klooster' Het Korenveld in Merkelbeek. Hij ontmoette er de stichteres van Het Werk, de Vlaamse Julia Verhaeghe, haar raadsman pater Philip en zuster Harlinde Oversteyns, die toen de scepter zwaaide over de Limburgse zustergemeenschap.

Harlinde ontpopte zich als een soort beschermvrouwe voor de 14-jarige jongen. Ze vertelde hem dat het beter was als hij bij één persoon met zijn problemen kwam. “Ik kon natuurlijk naar de maatschappelijk werkster gaan, maar moest er dan wel rekening mee houden dat zij geen kanaal van God was.” Harlinde verzekerde Patrick dat zij altijd voor hem klaarstond.

Kwam Patrick aanvankelijk alleen op zaterdag in Het Korenveld, spoedig werd dat het hele weekend. En elke keer had hij een gesprek met zuster Harlinde. “Ze zei vaak tegen me dat ik mijn moeder moest loslaten. Op mijn eigen benen moest leren staan. Dat ik me niet moest bezighouden met de wereldse problemen van mijn ouders. Ik moest kiezen voor het geloof, het levendig houden. Want dat zou mijn enige redding zijn.”

Zonder dat zijn ouders het wisten, ondertekende Patrick op aandrang van Harlinde de avondzegen. Hij verplichtte zich daarmee iedere avond om negen uur een gebed te bidden. “Voor Harlinde was de avondzegen heel belangrijk. Ze zei: ook al ben je thuis of op school, je bent altijd met ons verbonden door de avondzegen.” In zijn kamer richtte Patrick een altaartje in met een kruis en een Maria-beeldje.

Hij kreeg er naast zuster Harlinde een nieuwe verantwoordelijke bij: deken Van Galen van Landgraaf, bij wie hij een keer per maand een biecht aflegde. Steeds meer raakte Patrick betrokken bij Het Werk. Hij organiseerde kinderdagen en leidde een dubbelleven. “Doordeweeks was ik Patrick en in het weekend was ik broeder Patrick.”

Hij was zestien toen hij zijn eerste stap zette in de richting van het kloosterleven. Hij nam het zogeheten zilveren kruisje aan. Harlinde vertelde zijn ouders dat het zilveren kruisje een onschuldige verbintenis was, zonder veel consequenties. Patrick wist beter: “Ik ging denken, praten en schrijven als Het Werk. Het was echt zo, als deken Van Galen zei: het gras is rood, dan was het gras rood. Later, in 1991, zou ik een heilig verbond met Het Werk sluiten.”

In dat heilig verbond moeten leden die broeder of zuster willen worden net als 'gewone' kloosterlingen de geloften van zuiverheid / maagdelijkheid, armoede en gehoorzaamheid afleggen. Er bestaan, in tegenspraak met de regels in de r.-k. kerk, verschillende heilige verbonden. Zo is er een verbond dat medewerkers sluiten met 'het heilige hart van Jezus'. Ze binden zich daarmee aan de gemeenschap en beloven alleen geestelijke leiding te accepteren van Het Werk. Ook families kunnen een heilig verbond sluiten. Zij krijgen dan de status van 'catacombenfamilie'. Zo'n familie ziet, geheel volgens het gedachtengoed van Het Werk, in dat de kerk terug moet naar de tijd van de catacomben. Alleen via een ondergedoken kerk zou het rooms-katholicisme kunnen overleven. De familie stelt haar huis voor deze strijd ter beschikking.

“In het heilig verbond zweer je trouw aan je verantwoordelijke en neem je afstand van al je bezittingen”, vertelt Patrick. “Ook van een eventuele erfenis.” Een ander ex-lid zegt: “Het heilig verbond bestaat uit vele bladzijden tekst, waarvan je geen idee hebt wat er nou precies in staat. Als je het eenmaal hebt getekend, verdwijnt het ergens de kast in. Je krijgt het een jaar later pas weer onder ogen, wanneer het verbond hernieuwd moet worden.” Volgens het oud-lid 'evolueren' leden van het ene heilige verbond in het andere. Er zou zelfs een 'eeuwig verbond' bestaan voor de echte voortrekkers die minstens tien jaar lid zijn.

Na het sluiten van zijn heilig verbond trad Patrick in, in het klooster Talbach in Bregenz, het moederklooster van Het Werk in Oostenrijk. Het werd een ramp. Het klooster bleek los te staan van de rest van de wereld. “De band met de buitenwereld wordt in het klooster totaal afgesneden”, zegt een andere, anonieme bron. “Contact met familie en vrienden blijft tot uiterste gevallen beperkt. Ontmoetingen met vrienden vinden hoogst zelden plaats en altijd onder begeleiding. Als lid heb je een geheimhoudingsplicht. Je mag met buitenstaanders niet over interne zaken in de gemeenschap praten. De leiding telefoneert en faxt in een geheimtaal. Ze denken altijd dat ze achtervolgd en afgeluisterd worden.”

Brieven worden door de leiding gelezen en gecorrigeerd of achtergehouden. Radio, televisie en kranten zijn er niet. Bellen is niet toegestaan. Na het avondgebed van negen uur wordt van iedereen verwacht dat ze 'de stilte' in acht nemen.

Patrick: “Mijn moeder schreef me iedere week, zoals ik later heb vernomen. Ik heb nooit alle brieven ontvangen. Mijn post lag altijd open in mijn postvakje. Soms kreeg ik over de inhoud wat te horen. Zo smeekte mijn moeder eens op een kaartje: laat eens wat van je horen. We mochten maar een keer per maand een brief schrijven, die door de leiding werd gepost. De leiding wilde dat ik mijn moeder zou laten weten dat ze wat minder contact met me moest zoeken. Ik zou geen tijd hebben om al haar brieven te beantwoorden, was de redenering.”

Volgens een ex-lid in De Limburger is “zelfstandig denken” niet toegestaan. “De drie ongeschreven en voor de buitenwacht oncontroleerbare hoofdregels zijn: niet redeneren, niet kritiseren, niet discussiëren. Vriendschappen zijn taboe. Je mag alleen praten over het Evangelie, het welzijn van Het Werk en de richtlijnen van Julia Verhaeghe. Wekelijks moet je een verslag schrijven van wat er in je omgaat. Daar begin je mee op het moment dat je je zilveren kruisje ontvangt. Ook wat mede-leden zeggen moet je daarin vermelden. De leiding legt van elk lid een dossier aan, en weet precies wanneer ze moet ingrijpen om dwalers weer op het rechte spoor te zetten.” Ingrijpen betekent volgens het oud-lid meestal overplaatsing naar een ander klooster. Soms voor een paar dagen, soms ook voor jaren. “Leden hebben nergens een thuis”, zegt een ander. “Ze zijn totaal heimatlos. Dat gevoel heb je ook. Zelfs als je in een bepaald huis bent, heb je geen eigen kamer of eigen cel, zoals bij andere zuster- en broedergemeenschappen gebruik is. Je moet continu verkassen.”

Voor Patrick sloeg de heimwee alras toe. Hij voelde zich doodongelukkig en wilde terug naar Nederland. Maar kon dit niet laten blijken omdat hij bang was dat de leiding hem dan nooit terug zou laten gaan. Er zijn gevallen bekend van mensen die zich zogenoemd tegendraads gedroegen, die een aantal jaren in de missie in Afrika moesten werken. Daarbij voelde Patrick ook steeds meer de religieuze beklemming waarin hij terecht was gekomen. Biechten mocht je alleen bij priesters van Het Werk. Biechtgeheim bestond niet. “Priesters speelden dingen door die ik onder biechtgeheim verteld had.”

Het enige wat leden mogen lezen zijn de teksten van moeder Julia Verhaeghe. Volgens ex-leden zijn dat commentaren op passages uit boeken van theologen en kerkvaders als Augustinus. In het klooster heerste een strikte, ongeschreven dagorde: half vijf opstaan, uren gebeden bidden en hard werken. Vanaf negen uur 's avonds was het stil.

Het was de leiding die bepaalde wat je dacht en deed, vertelt Patrick. Week je af van de standaardkoers, dan werd je dat duidelijk gemaakt. “Ze praatten dan net zo lang op je in, soms tot diep in de nacht, tot je helemaal murw was. Als je dat een paar keer hebt meegemaakt, dan ga je op een gegeven moment de dingen vertellen die de leiding wil horen. Om niet weer zo'n ellendig en ellenlang gesprek te krijgen.” Bleef je kritisch, dan ging de 'ontslagprocedure' lopen. “Je aanvraag voor hernieuwing van je verbond werd door de leiding eenvoudigweg niet meer verlengd”, weet een van de oud-leden uit eigen ervaring. “Je krijgt te horen dat door je eigen schuld je er niet meer bij kunt horen.”

'Afvalligen' worden teruggeworpen op de bijstand. Met het sluiten van het heilig verbond zijn ze hun bezittingen kwijtgeraakt. En in tegenstelling tot kloosterlingen die uit een orde stappen, krijgen ze geen geld mee om een nieuw leven te beginnen. “Het Werk heeft sommige oud-leden een rekening voor de jarenlange kost en inwoning gestuurd!”, vertelt Patrick.

Als een “zombie” bracht hij zijn (achteraf gezien) laatste maand in het klooster door. Hij at niet meer en viel vijftien kilo af. Hij had het geluk dat hij in oktober een paar dagen naar Nederland mocht, naar het klooster in Merkelbeek, om de bruiloft van zijn zus bij te wonen. Eenmaal in Nederland vluchtte hij het klooster uit. Nadien is hij nog een paar keer teruggegaan om spullen te halen. En een keer voor een afspraak met zijn geestelijk moeder Harlinde. Patrick: “Ik ben met Harlinde in de auto gestapt en naar Julia Verhaeghe gereden, in het Belgische Villers-Notre-Dame. Ik heb met Moeder gesproken. Mijn verstand zei me niets meer, ik kon niet meer denken, ik was op, helemaal kapot. Het enige wat ik me nu nog van dat gesprek kan herinneren, is dat Moeder zei dat ik mijn heilige roeping niet verloren moest laten gaan. Ik mocht de duivel niet laten winnen. In de bijbel stond toch ook dat je afstand moest doen van je ouders. Als ik uit zou treden zou ik nooit meer gelukkig worden. Ik moest bedenken dat ik homoseksueel was en in zonde zou gaan leven. De duivel zou van mij winnen en mijn leven gaan beheersen. ,Het duurde allemaal heel lang. Op het einde van het gesprek zei ik: ja Moeder, u heeft gelijk, ik kom terug. Mijn eigen moeder heeft me tegengehouden.”

Alle publiciteit van de afgelopen dagen heeft vooral in Nederlands en Belgisch Limburg de roep bij ex-leden verhevigd om een onderzoek naar Het Werk. Toch lijkt in de hoogste kerkelijke kringen niemand behoefte te hebben een diagnose te stellen van Het Werk. Hoewel eind vorige week deken J. Coenen van Venray pleitte voor een Europees onderzoek naar de sektarische trekken van Het Werk. Eerder deden de dekens Van der Horst (Helden) en Kirkels (Meerssen) al het voorstel om binnen het bisdom Roermond een onderzoek te beginnen.

De verontwaardiging van ex-leden keert zich nu vooral tegen de kerkelijke overheid - en met name tegen bisschop Wiertz van Roermond, die een onderzoek zou tegenhouden. Verdenkingen die al veel langer werden gekoesterd, worden nu uitgeschreeuwd. Niemand is verbaasd dat de bisschop een onderzoek weigert. In Limburg, waar de complottheorieën goed gedijen, waren veel ex-leden al lang overtuigd dat Het Werk van hogerhand in bescherming wordt genomen. Dat suggereert ook pastoor Achten. Volgens hem is de bisschop ingepalmd door Het Werk en 'traineert' hij het onderzoek. Andere stemmen zeggen dat de bisschop geen onderzoek durft in te stellen, omdat “hij ook weet dat Het Werk in Rome met bepaalde mensen goede contacten heeft. Hij wil zijn vingers niet branden aan de toestand.”

Patrick Groothues vermoedt dat de vorige bisschop van Roermond, J. Gijsen, allang een onderzoek zou zijn begonnen. Hoewel Gijsen jarenlang een fervent voorstander van Het Werk was en regelmatig in Huize Damascus in Villers-Notre-Dame op retraite ging - een van de huizen van Het Werk in België. In 1984 legde Gijsen ook de basis voor Het Werk in Nederland. Hij stelde destijds de religieuze beweging het voormalige Karmelietessenklooster in Merkelbeek ter beschikking.

De laatste jaren van zijn ambtsperiode verslechterde de onderlinge verhouding echter tussen Gijsen en Het Werk. Dat leidde bij Julia Verhaeghe volgens een ingewijde tot de nodige frustratie. Gijsen bood Het Werk geen ontplooiingskansen meer. Volgens Julia Verhaeghe moest Het Werk zijn heil gaan zoeken 'over het water' van de Maas in België. Er werd vlak over de grens een villa met een ondergrondse kapel in Vroenhoven betrokken.

Patrick durft geen toekomstvoorspelling te doen - “gewoon maar verpleger worden en weinig aan Het Werk denken”. Wel hoopt hij dat de nu opgewekte aandacht zich zal vertalen in een kerkelijk onderzoek, maar ook als dat er niet zal komen, denkt hij dat jongeren en ouders met een kritischer blik naar de internationale beweging zullen kijken. Patrick verwacht binnenkort een gesprek te hebben met bisschop Wiertz over zijn ervaringen. “Veel leed kan voorkomen worden als nu wordt ingegrepen.”

De organisatie van Het Werk

Het officiële centrum van Het Werk is sinds 1993 gevestigd in Rome, in het seminarium Collegium Paulinum. Het seminarium leverde midden juni van dit jaar zijn eerste wijdelingen af. Hoewel Rome op papier het hart van de beweging is, worden de meeste zaken nog altijd geregeld vanuit het 'moederklooster' Talbach in het Oostenrijkse Bregenz. Het Werk bezit daar naast het klooster een aantal boerderijen en een berg. Normaal wonen in Talbach de drie vrouwen die aan het hoofd van de beweging staan: de circa 60-jarige Oostenrijkse dr. Maria Katharina ('Mikle') Strolz, Lieve Bommerez uit het Vlaamse Roesselaere en Julia Verhaeghe (nu 86) - de stichteres die door alle leden liefkozend Moeder wordt genoemd en als een heilige wordt behandeld. Het graf voor Julia Verhaeghe is in een bedevaartskapel bij het klooster Talbach al klaargemaakt. Er staan zelfs al bloemen op. Ook is er al jaren een gedenkboekje klaar dat onder de leden wordt uitgedeeld op het moment dat ze overlijdt. “Een gesprek met Moeder is een uitzonderlijk gebeuren, iets waar elk lid naar uitkijkt, maar wat slechts zelden kan plaatsvinden”, zegt Patrick Groothues. Volgens een ex-lid uit Gent, aangehaald in De Limburger, gaat de personencultus zelfs zo ver dat eind jaren zestig het bloed van Julia Verhaeghe werd opgevangen en in watten gedrenkt en als een reliek bewaard in een geparfumeerd doosje. Het werd als een bijzondere genade beschouwd als je als lid, geblinddoekt, mocht ruiken aan dit bloed. Al enkele decennia wordt beweerd dat Julia Verhaeghe op sterven ligt. De drie 'topvrouwen' worden bijgestaan door twee bestuurslichamen: de generale raad van de zustergemeenschap en de generale raad van de priestergemeenschap, waar de Oostenrijkse rector Peter Willi eerstverantwoordelijke is, gevolgd door de deken Theo van Galen van Heerlen. De leden van de raden worden niet gekozen, maar door zuster Strolz en pater Willi zelf aangeduid. Strolz en Willi zijn door Moeder Julia erkend als “de wil van God”, wat wil zeggen dat ze hun leven lang een leidende rol in Het Werk zullen spelen. Elk jaar, op 29 juni, het feest van Petrus en Paulus moeten de raadsleden hun verantwoordelijkheden “terug op het altaar” leggen. Kritische leden zullen voor hun diensten bedankt worden. Verkiezingen voor ambtsdragers kent Het Werk niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden