Katholieke kerk / 'En tgheene sij leeren eerst selve beleven'

Valt aanhankelijkheid aan de paus en de 'stoel van Petrus' samen met blinde bewondering? Kritiek was er altijd, toont Michel van der Plas aan. Vaak waren pausen toen en nu doof voor de klokkenluiders.

De latere bisschop van Rotterdam, Ronny Bür, ruilde een halve eeuw geleden de Vaderlandse (hervormde) Kerk in voor de wereldwijde Moederkerk - niet met de illusie dat alle pausen heiligen waren. De kerkgeschiedenis had hij met protestantse ogen bestudeerd. Toch besloot hij: terug naar 'Petrus', kerkhervorming mag niet losgescheurd van 'Petrus', spiritueel synoniem voor paus van Rome, wie-hij-ook-is.

Buiten maar ook binnen de rk kerk is gevoel voor deze 'pausmystiek' bepaald niet iedereen gegeven. Emeritus-bisschop Bür 'heeft' het. Het maakt wel verschil of paus A of B een heilige of een deugniet is, domoor of geleerde, lafaard of profeet, tiran of open geest, maar de verknochtheid aan 'Petrus' staat daar toch ook los van. Van dat gevoel getuigt ook dichter, journalist, biograaf en kerkcriticus Michel van der Plas (1927), tussen de regels van zijn nieuwe boek 'De klokkenluiders'.

In de regels is hij bovenal de criticus. Hij schrijft over zwarte bladzijden uit de geschiedenis van zijn kerk en haar pausen, vooral over hen die vlak vóór en vlak na de Reformatie de staf zwaaiden: de renaissance-pausen. Het was de tijd dat dezen zelfs de schijn van celibaat niet ophielden, tijd van nepotisme, grove handel in kerkelijke ambten, titels en aflaten en van korte metten met tegenstanders. Van mis-lezen, van bijbel en geloofsleer hadden ze geen kaas gegeten, des te meer van jagen, bacchanalen, luxe en mooie vrouwen. En dan waren er nog de tuchteloze abdijen, de bloeiende zwendel in bizarre relikwieën, de politieke machinaties om meer macht, meer rijkdom, nooit om meer recht of welzijn van de massa. Maar Luther had de gelovigen wellicht nooit voor deze misstanden en zijn eigen drie sola's weten te interesseren als de mensen niet vooral de onverzadigbare hebzucht van de prelaten beu waren. Want het arme plebs moest het betalen - om in de hemel te komen.

In 1515, na een watersnood, kon het volk in de Lage Landen met toestemming van Rome zich een prijzige aflaat aanschaffen voor het herstel, de zogenaamde Dijkaflaat - een belasting met hemelbonus. Maar een derde van de opbrengst werd afgeroomd voor de nieuwbouw van de Sint Pieter. Een onschuldig voorbeeldje. Erger is zo'n paus Julius II, die al vóór het conclaaf genoeg stemmen had gekocht en dus alvast de pauselijke 'vissersring' op maat voor zijn vlezige vinger bij zich had.

Michel van de Plas heeft humor (en venijn) genoeg voor de smeuïge details van het pausdom toen. Maar de titel, de drijfveer, de hoofdmoot van zijn boek wijzen op iets anders. Luther blijkt maar één in een lange traditie van klokkenluiders en hervormingsgezinden van wie de meesten toch 'Petrus' niet loslieten. Verschillenden van hen komen aan het woord - natuurlijk Savonarola, die het met de dood moest bekopen, maar ook anderen - Erasmus en (verrassend) Anna Bijns uit dit taalgebied, John Colet en Thomas More (Engeland); ook in de Duitse landen, Frankrijk, Italië doken ze op. Een enkeling bracht het tot de heiligenkalender, velen bleven onbekend. Van der Plas haalt ze naar voren met fraaie citaten en zijn boodschap is duidelijk: ook in de zwarte bladzijden van de kerk waren Geest en Licht niet weg. Het merkwaardigste verhaal is wel van ene Johannes Burchard, die in zijn dagboek minutieus en van dichtbij jaren verslag doet van de hofpraktijken, het brutale roven, de spirituele desinteresse - Burchard, zelf een geestelijke van het tweede plan, zit er tot over zijn oren in, maar hij registreert koel en precies wat hij waarneemt, als een patholoog-anatoom een lijk-in-verregaande-staat.

De moraal van het verhaal komt aan het slot. Dan breekt als het ware door de auteur Van der Plas naar buiten de klokkenluider die hijzelf al jaren is voor zijn kerk-in-nood nu. Er is geen stijlbreuk: ook voor de afgelopen halve eeuw heeft hij zijn zegslieden: Johannes XXIII, Yves Congar, Hans Küng. Zijn rijtje pretendeert geen volledigheid, al mag hij, als hij toch zo bezig is, wel meer oog en oor krijgen voor de eigen sound van de klokkenluidsters.

De paus van het jaar 1500 -de beruchte geldverkwister, nepotist, schuinsmarcheerder en geestelijke bankroetier Alexander VI- en die van het jaar 2000 hebben op het oog weinig gemeen. Behalve dat beiden zich doof hielden voor de klokkenluiders van hun tijd. Voor nu vallen dan woorden als de nieuwe pausverering, de restauratie, infallibilisme (groeiende claim van onfeilbaarheid) met aan de keerzijde: serviliteit en verstomming van de vrijmoedige discussie.

Terug naar oud-bisschop Bür, die zo van 'Petrus' houdt, maar die met de jaren -en met het bitter gevolg van zijn ontslag- ook de kerk als ruimte voor het vrijmoedige woord lief kreeg. Hij tekende voor het voorwoord en gaf het boek in de opperzaal van de Nieuwe Kerk in Amsterdam zijn eerste vernissage. Bür spreekt van een 'bemoedigend' boek, omwille van die lange rij mensen die steeds durfden roepen, schrijven, bidden, leven: kerk, niet zó.

De sceptische lezer kan ook de andere kant op denken, want de geschiedenis laat óók zien dat de klokkenluiders al te vaak aan het kortste touw trokken. In die zin is het een droevig boek, waarvan Van der Plas bij leven de vruchten wel niet meer zal smaken.

Michel van der Plas: De klokkenluiders - hervormingsbewegingen in de katholieke kerk. Uitgeverij Meulenhoff - Amsterdam, ISBN 9029071729, €22,50.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden