Katholiek herstel

Het Spaanse gezelschap waarmee ik in Friesland vakantie hield, had ik een spoedcursus protestantisme beloofd. Dat hebben ze geweten. Waar het altaar toch stond en hoe je in zo'n kerk moest weten waar je kijken moest? Het was allemaal even verwarrend als intrigerend. De fraaie soberheid miste zijn uitwerking niet. Maar stiekem was er ook opluchting wanneer er in het straatbeeld een kerk 'van ons' opdook.

Dat gebeurde vaker dan verwacht. Nooit geweten dat Friesland zo veel grote katholieke kerken telt. Voor het merendeel neogothisch, uit de tijd van het Roomse triomfalisme, vaak gebouwd door Pierre Cuypers of een leerling. Naast hun protestantse evenknieën steken ze nogal drukdoenerig af. De 'horror vacui' waarmee het katholicisme geen plekje onbeschilderd of ongebeeldhouwd wil laten, eiste zijn tol en dat zit ons niet lekker. Daar komt de modernistische allergie voor neo-stijlen nog bij. Gaandeweg is historiserend bouwen een teken van geestesarmoede en achterlijkheid geworden. De architecten en opdrachtgevers ervan waren letterlijk niet 'bij de tijd', en in het geval van Cuypers' kerken wílden ze dat ook niet zijn. Terug naar de eeuwen der kathedralen: de bloeiperiode van een nog ongebroken katholieke christenheid.

Uiteindelijk hebben de bouwwerken van het katholieke herstel er een slechte pers aan overgehouden. Als er al mensen treuren om wéér een kerk die tegen de vlakte gaat, dan zijn het zelden de publieke bewakers van architectonische fijnzinnigheid.

Toch overviel me in die Friese godshuizen een vreemde ontroering. Hun vormen, beeldentaal en decoraties ken ik van jongs af aan. In Amsterdam stonden dezelfde kerken met een krek eender interieur. Decennia lang heb ik er elke zondag gezeten. Maar in Friesland was het plotseling alsof ik die katholieke neo-gothiek voor het eerst zág. Met een even verwonderde als vervreemde blik, waardoor iets kon binnenglippen wat in al die jaren nooit een kans had gehad. Plots werd in die kerken hun eigenaardige schoonheid zichtbaar. Sleetse heiligenbeelden, quasi-middeleeuwse schilderingen en het zuilenwoud bleken, bekeken door de wimpers van de ziel, onverwacht mooi te zijn.

Ik moet bekennen dat ik van die ervaring bijna schrok. Ze verdraagt zich slecht met het modernisme dat geloofskitsch minacht en het historisme ervan als aartsvijand ziet. En toch ging mijn ontroering verder dan nostalgie naar mijn jonge jaren.

Misschien omdat de échte gothiek zoiets ook al eens is overkomen. In de achttiende eeuw was ze even overleefd als de kerken van Cuypers nu. De Verlichting moest er weinig van hebben, om vrijwel dezelfde redenen. De steenklompen die het hart van de steden ontsierden met hun obscurantisme en barbaarse (gothische) stijl konden het best zo snel mogelijk plaats maken voor iets verlichters en moderners.

De romantiek, Goethe en later Viollet-le-Duc moesten eraan te pas komen om dat gevaar te keren. We zijn hen er nog altijd dankbaar voor, zo modern en ongelovig als we zijn. Misschien is het juist aan die afstand te danken dat we de kathedralen opnieuw, en beter, hebben leren zien, vrij van het vooroordeel en de vooruitgangsdogmatiek van de Verlichting. In de twintigste eeuw werden die onder modernistische vlag opnieuw losgelaten op de neo-stijlen. Maar ook díe dogmatiek begint haar kracht te verliezen. En dat schept ruimte: in het hoofd en in de stad.

We moeten Cuypers nog respijt gunnen; de restauratie van het Rijksmuseum zal achteraf misschien een waterscheiding blijken. Voor de sloopkogel is het nog veel te vroeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden