Kathleen Brandt-Carey schrijft biografie van George Maduro

Naamgever van Madurodam was een groot man

Aan moed, beleid en trouw geen gebrek bij George Maduro op 10 mei 1940. De tweede luitenant, op dat moment 23 jaar oud, geeft leiding aan een klein groepje huzaren dat in de ochtend van deze eerste oorlogsdag bij Rijswijk zo'n zeventig per parachute gedropte Duitse elitetroepen krijgsgevangen maakt. Bovendien legden de Nederlanders beslag op een grote partij wapens. De actie geeft ook moraal en draagt bij aan de wederopstanding van de in eerste instantie verraste troepen bij de verdediging van Den Haag.

Maduro kreeg er in 1946 postuum de Militaire Willemsorde voor. Maar zijn naam en daden zoemden al direct na de Nederlandse capitulatie rond. De bezetter had de jonge Joodse officier van Antilliaanse komaf daardoor al vroeg in het vizier. Ze verdachten hem er ook van dat hij op 13 mei het commando had gegeven voor het neerschieten van een Duitser en een Italiaan in Den Haag die als spionnen in de Hofstad zouden opereren. Onterecht overigens.

De eerste oorlogsdagen van Maduro laten zich net als zijn drie gevangenschappen redelijk goed reconstrueren. Over zijn rol in het verzet blijft de biografie 'Ridder zonder vrees of blaam. Het leven van George Maduro 1916-1945' van Kathleen Brandt-Carey noodgedwongen meer in het vage. De illegaliteit hield geen administratie bij.

Duidelijk wordt wel hoezeer de oorlog het leven van George Maduro op zijn kop zette. Tot 1940 had hij het leven van een prins geleid. De charmante jongeman was voorbestemd om leiding te gaan geven aan het familiebedrijf, de internationaal opererende rederij Maduro & Sons.

Het prinsheerlijke bestaan had ook een keerzijde. De levensroute werd niet uitgestippeld door maar voor George. Zijn dominante vader wilde bovendien dat junior deed wat hem zelf niet was gelukt: diploma's halen. George volgde een groot deel van zijn schoolopleiding in Nederland en ging daarna rechten studeren aan de Leidse universiteit. In Nederland verpandde hij ook zijn hart aan Hedda, de liefde van zijn leven, waarbij opnieuw de wil van thuis opspeelde.

Aan religie deden de Maduro's nauwelijks, hun Joods-zijn speelde een beperkte rol, maar een interreligieus huwelijk stuitte op bezwaren. Het ging ook om trots, want de potentiële schoonfamilie van George liet in eerste instantie doorschemeren niet veel te zien in een Joodse man voor hun dochter. Het werd een taai gevecht. De mede door de oorlogsomstandigheden onafhankelijker geworden jonge Maduro zette zijn ouders uiteindelijk voor het blok. Zijn meisje was hem meer waard dan de opvolging in het familiebedrijf. Op 19 februari 1941 schreef hij: "Indien u geen begrip voor mijn standpunt toont, zal ik mijn toekomst elders moeten zien te maken na den oorlog en de ooms schrijven, dat ik niet bij de firma kom werken." Toen het groene licht uit de Antillen daarna alsnog kwam, bleek de verloving er toch niet in te zitten. Het zou zonde van de fraai uitgewerkte verhaallijn zijn om het hele verloop van deze tragische liefde hier uit de doeken te doen.

Al evenveel werk maakt Brandt-Carey van de zuiver platonische verhouding met de vrouw die George vele uren onderdak verschafte, toen de Duitsers hem zochten. Na de bevrijding zou deze Christine 'Bob' Wttewaall van Stoetwegen ruim een kwarteeuw een prominent Tweede Kamerlid zijn voor de Christelijk-Historische Unie, een van de voorlopers van het CDA. Met zijn vriend Oncko, een broer van de freule, probeerde Maduro uiteindelijk via een omweg naar Engeland te ontvluchten. Onderweg werden ze verraden. Oncko overleefde wat volgde. George Maduro bezweek in Dachau aan tyfus.

De broer van de moeder van de in Nederland woonachtige Amerikaanse auteur Kathleen Brandt-Carey, is getrouwd met een directe nicht van George Maduro. Ze had daardoor toegang tot nog niet eerder toegankelijk bronnenmateriaal zoals briefwisselingen. De relatie met het onderwerp verklaart wellicht ook waarom haar boek soms dicht in de buurt van een hagiografie komt. Best mogelijk dat Maduro in alle opzichten een prachtkerel was, maar kan het ook zijn dat die karaktereigenschappen na zijn tragische dood nog eens extra werden uitvergroot? Van een biograaf mag verwacht worden dat zo'n vraag op zijn minst goed wordt onderzocht.

Voor een leven dat helaas maar 28 jaar mocht duren, is bijna vierhonderd pagina's ook wel erg veel. Met ongeveer de helft had het boek enorm aan vaart gewonnen en was de auteur gedwongen geweest scherpere keuzes te maken uit haar bronnenmateriaal, zich ertoe te verhouden, en er duidelijker iets van te vinden. Nu citeert Brandt-Carey soms hele brieven en andere documenten.

Zoveel pagina's als de biograaf uittrekt voor Maduro's leven, zo weinig besteedt ze er aan de manier waarop hij in de ruim zeven decennia na zijn dood is blijven voortleven. Het initiatief voor de bouw van Madurodam komt slechts heel even aan bod in de epiloog. Welke rol speelt de naamgever nog in het miniatuurstadje? En zou er zonder de blijvende aanwezigheid via het ter nagedachtenis aan hem en met geld van de Maduro's gestichte attractiepark anno 2016 nog een biografie van Maduro zijn verschenen? En welke rol speelde het herdenken van George in de banden tussen Nederland en de overzeese gebiedsdelen? 'Ridder zonder vrees of blaam' blijft de antwoorden schuldig.

Kathleen Brandt-Carey: Ridder zonder vrees of blaam. Het leven van George Maduro 1916-1945. Vertaald door Constanteyn Roelofs met medewerking van Cornelis van Ginneken en Barbara Lampe. Spectrum; 424 blz. euro 24,99

Auteur kon putten uit unieke bronnen, maar laat vragen open

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden