Katherina’s wereld

Detail van een margedecoratie bij de apostel Philippus. (Trouw)

Het leven in de 15de eeuw is weer wat verder ontrafeld. Inclusief een kijkje in de keuken.

Ze was een Bourgondische prinses die om politieke redenen een huwelijk onder haar stand moest sluiten met een Gelderse hertog en zodoende in het ’vijandelijke’ kamp van de Bourgondische grootmacht terechtkwam. Maar ook als hertogin bleef ze een van de rijkste vrouwen in het laat-Middeleeuwse Noord-Europa. Als vrouw van hoge stand liet ze zich rondrijden in een gouden koets, werd ze bijgestaan door een zestig koppen tellende hofhouding die haar vergezelde op haar reis langs de vele kastelen van waar uit het hertogelijke echtpaar het Gelderse gewest bestierde. Ze had een eigen orkest en theater en stimuleerde vanuit haar religieuze beleving de beeldende kunsten op een verrassende wijze.

De naam van Katherina van Kleef (1417-1476) is voor altijd verbonden aan een van de prachtigste getijdenboeken uit de late Middeleeuwen. Haar naam leeft ook voort in die van de maker, een tot op heden anonieme kunstenaar die in alle eenvoud nog steeds ’de Meester van Katherina van Kleef’ heet. Zijn ’opus magnum’ is nu in zestig losgemaakte bladen in Museum Het Valkhof in Nijmegen te zien, waar het de kern vormt van een presentatie die ook maar meteen de hele hofcultuur in Gelderland in de late 15de eeuw omvat.

Echt fraai uitgewerkt was de paleiselijke cultuur in Katherina’s tijd nog niet, getuige onder meer de schaars gedekte tafel die in een perfecte reconstructie in de benedenzaal van het museum is te zien. Eenvoudige schotels, drinkglazen en een enkel dienbord, veel meer lag er niet tijdens de twee diners aan het einde van de ochtend en tegen het vallen van de avond. De dis moet rijk en overvloedig zijn, zo is ook te lezen in twee kookboeken die de navolgende eeuwen hebben getrotseerd.

Het gaat om unieke exemplaren: het eerste handgeschreven kookboek en het eerste gedrukte kookboek geven in nog altijd te lezen teksten weer wat de overwegend mannelijke koks op tafel moesten brengen. Van verleidelijke plaatjes met mooi opgemaakte schotels was nog geen sprake (dat kwam pas veel later: na de Tweede Wereldoorlog).

Wat er precies bij de hertog en hertogin op tafel kwam, is nog niet zo lang bekend. Onlangs werd in het Gelders Archief in Arnhem een vondst van jewelste gedaan. Aan het daglicht kwamen boeken met rekeningen van bestellingen die op de Valkhofburcht moesten worden afgerekend. Aan de hand van die ’bonnetjes’ is te zien wat voor vlees, gevogelte en vis in de keuken werd bereid, maar ook welke kruiden werden gebruikt en hoeveel balen stro er voor de paarden werden afgeleverd. Ze zijn allemaal opgemaakt door het hoofd van de huishoudelijke dienst dat regelmaat overleg met de hertogin voerde.

Zo’n indruk van het leven van alledag geeft een mooie aanvulling op het wel heel vrome aspect aan de presentatie van het getijdenboek. Dat boek, op het formaat van een stevige pocket, wordt zorgvuldig bewaard in de Pierpont Morgan Library in New York, een bibliotheek annex museum met een fantastische collectie van in Europa vervaardigde manuscripten. Omdat het getijdenboek binnenkort gerestaureerd wordt, besloot het museum pagina voor pagina los te maken, zodat het – uitsluitend onder klimatologisch verantwoorde omstandigheden – door het Gelderse museum getoond kan worden. Museum Het Valkhof had al eerder het vertrouwen van de New Yorkers gewonnen toen het vier jaar geleden een indrukwekkende tentoonstelling rond een getijdenboek van de gebroeders Van Limburg maakte.

Meer nog dan bij Les belles Heures du Duc de Berry rijst de vraag wat de opdrachtgeefster er toe heeft gebracht om maar meteen over het mooiste gebedenboek van haar omgeving en misschien wel van haar tijd te beschikken. Er zijn aanwijzingen gevonden, zo meldt het onderzoeksteam van de expositie, dat er sprake moet zijn geweest van bibliofiele jaloezie. Haar echtgenoot Arnold van Egmond, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, had zelf een uitzonderlijk mooi brevier dat was ingericht naar Karthuizer gebruik. Aan het boek waren miniaturen toegevoegd van onder meer de in die tijd zeer geliefde kunstenaar de ’Meester van Zweder van Culemborg’. Katherina zou zich zeer van haar stand bewust zijn geweest toen ze de Meester van het naar haar genoemde getijdenboek de opdracht gaf om de kunst van het brevier van haar echtgenoot nog eens extra te overtreffen.

Het getijdenboek van de Gelderse hertogin is om meer redenen uitzonderlijk. Allereerst is de tekst – bij een getijdenboek gaat het om gebeden en of teksten voor dagelijks gebruik en voor speciale gelegenheden in de loop van het jaar, zoals de vastentijd, Pasen, Kerstmis en Pinksteren – in het Latijn gesteld. De maker heeft meer gebedenboeken in het gebruikelijke Middelnederlands verlucht, maar moet met het Latijn niet onbekend zijn geweest. Bovendien hoefde hij de tekst niet zelf te schrijven, dat was al gebeurd toen hij het perkament in handen kreeg. Wat hij wel moest doen, was nauw omschreven, maar bood toch zoveel ruimte voor artistieke vrijheid, dat de kunstenaar er zijn eigen opvattingen aan kon verbinden. Wat de tekst betreft: beginletters (de initialen) en eindtekens waren in een vast patroon opengelaten en ook was er ruimte voor randdecoraties. Hele pagina’s waren bestemd voor de miniaturen. In de tijd van Katherina van Kleef hadden ze een sterk verhalend karakter. Bovendien moesten ze als illustratie inzicht geven in een niet voor iedereen toegankelijke tekst.

Dat Katherina haar gebeden in het Latijn wilde lezen, tekent haar als een figuur van hoge stand. Maar ook de omvang en de grote hoeveelheid miniaturen wijst er op dat zij haar stempel op de uitvoering van haar opdracht wilde leggen. Toch echoot iets van een gewijzigde beleving van het evangelie door. Katherina moet hebben gehoord van de Moderne Devotie, die een directe beleving van de bijbel voorstond. Maar hoe vroom ze ook was, in haar geestesleven moet ze wel heel ver van dat van de ’gewone man’ hebben gestaan.

Je kunt niet stellen dat de Meester van Katherina van Kleef uitsluitend belangstelling voor het weergeven van religieus geïnspireerde voorstellingen had. In de randversieringen krijg je soms intrigerende inkijkjes in het alledaagse leven van die tijd. Andere motieven, zoals die van planten, bloemen en dieren, zijn al even levensecht. Een grazend hert bleek rechtstreeks van een speelkaart te zijn gekopieerd. Natuurlijk gaat hij in de meeste miniaturen in op scènes uit het leven van Christus, het leven van Maria – de Maria-devotie bereikte in de Middeleeuwen een hoogtepunt – en dat van andere heiligen. Dat soort voorstellingen oogt nogal aandoenlijk. De verhalen zijn naar een middeleeuws kader toe vertaald en ogen levensecht. Ze hebben jammer genoeg niet de kwaliteit van Vlaamse primitieven als Rogier van der Weijden en Jan van Eijck, maar laten op onverwachte momenten enige invloed zien van Van der Weijdens leermeester Robert Campin. Dat zou er op kunnen duiden dat kunstenaars als de Meester van Katherina van Kleef wel degelijk rondtrokken en overal hun licht opstaken om zich er van te gewissen wat de nieuwste verworvenheden op kunstgebied waren.

Niet bekend is of deze meester ooit een schilderij heeft gemaakt. Kennelijk was hier sprake van twee categorieën kunstenaars. Misschien omdat het maken van een schilderij hoger stond aangeschreven, dat de makers daarvan met naam bekend zijn geworden en dat zij die veel meer in een nauw omschreven opdrachtsfeer werkten, anoniem zijn gebleven. De Meester van Katherina van Kleef ontleent zijn noodnaam niet ten onrechte aan zijn belangrijkste opdrachtgeefster. Zij was het tenslotte die hem er toe bracht om zijn beste werk te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden