Kathedraal van stoom lonkt naar Werelderfgoedlijst

LEMMER - De oude dame ondergaat de drukte om haar heen rimpelloos. Ze glimt en glanst en verkeert in een puike conditie. Ondanks het miezerige weer staat ze er stoer bij, net buiten Lemmer aan het IJsselmeer. Met haar 78 jaar is ze het oudste stoomgemaal van Nederland, dat nog in werking is. En als het meezit, ook het eerste dat een plaats krijgt op de Werelderfgoedlijst.

In het Japanse Kyoto gaat het ir. D. F. Woudagemaal dezer dagen over de tong: het 'Wouda Steam Pumping Station' is een van de 40 projecten die zijn genomineerd voor de Unesco-lijst van beschermde monumenten. De Werelderfgoedcommissie van Unesco wikt en weegt in Kyoto of de projecten die door de regeringen zijn voorgedragen, voldoen aan het predikaat 'bijzondere universele waarde'. Er is veel vooronderzoek gedaan, de cultuur-historische betekenis van het Woudagemaal is tevoren uitgebreid tegen het licht gehouden.

Het is nauwelijks te verwachten dat het niet tot een erkenning komt. De voordrachten die Nederland tot nu toe bij de Unesco indiende (Schokland, de Stelling van Amsterdam en de molens van Kinderdijk), zijn steeds per hamerslag bekrachtigd. Maar je weet nooit: ook in de mondiale monumentenwereld worden soms politieke spelletjes gespeeld.

Zolang er nog geen bericht uit Kyoto komt, halen ze in Lemmer de schouders op over 'werelderfgoed' en 'cultuur-historisch belang'. Van nostalgische gevoelens hebben de medewerkers van het gemaal geen last, ook al verkeren zij dagelijks in een wereld van stoom. “Dit is gewoon ons werk”, zegt Gerrit van Heerde, de chef van het gemaal.

“Je kunt hier niet al te romantisch rondlopen, zo van: Wat is het toch mooi! Je maakt deel uit van de waterhuishouding van Friesland. Voor stoomfreaks en dagjesmensen die het Woudagemaal bezichtigen, is het een mystiek fenomeen, maar wij zitten hier alledag. Wij moeten soms ook op zaterdag en zondag werken. En als er 's winters is gestookt, moeten de jongens 's zomers de ketels in om te roetmoppen. Dan gaan ze, in speciale kleding en met een kap over het hoofd, naar binnen om het roet met pijpenraggers en stofzuigers te verwijderen. De pompen moeten gebikt en geschilderd, de reparaties uitgevoerd. Ik kan je zeggen: dat heeft weinig met romantiek te maken. Dit jaar hebben we twee weken achtereen gedraaid, dan moet je de kop er wel bijhouden.”

Het Woudagemaal is het enige stoomgemaal in Nederland, dat nog bedrijfsmatig werkt. Het dateert uit 1920, is in neo-romaanse stijl gebouwd en werd, om het belang aan te geven, door koningin Wilhelmina in gebruik gesteld. Op een 'wonderschone stralende herfstdag' - noteerde Dirk Frederik Wouda, hoofd-ingenieur van de provinciale waterstaat van Friesland en ontwerper van het gemaal - drukte majesteit op een zilveren elektrische bel en werden de machines gestart. Dezelfde Jaffa's die je nu nog tegemoet blinken. “En ze lopen nog net zo perfect als in 1920”, zegt Van Heerde over het 'visitekaartje' van het waterschap Friesland.

Het ketelhuis is wél vernieuwd. In 1955 overleefden de zes op kolen gestookte Piedboeuf-ketels de keuring van het Stoomwezen niet en moesten worden vervangen door vier nieuwe. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit in Lemmer. Van Heerde: “Die stoomketels kunnen potentiële bommen zijn, als je er niet goed mee omgaat. Bij elke keuring moeten wij ze schoon, droog en in goede staat aanbieden.”

Er is even overwogen om over te stappen op een elektrische motor. Maar de twijfel duurde kort: Werkspoor mocht nieuwe ketels leveren - al moest er een gat in de muur worden geslagen om de enorme gevaartes, gestript en wel, binnen te krijgen.

In 1967 werden kolen als brandstof ingeruild voor stookolie. Voortaan lagen er geen kolenschepen meer voor de wal. Het werk werd schoner, het stoken minder arbeidsintensief. Om het kolenvuur in de brand te houden, waren voorheen dagelijks 28 mensen nodig: voor een deel visserlui uit Lemmer, die in de winter toch niet visten. Nu werken er op het Woudagemaal - aanvankelijk eigendom van de provincie, nu van het Waterschap Friesland - acht mensen.

Als het gemaal in actie moet komen, is dat te weinig: dan zijn er 14 nodig om het bedrijf continu draaiend te houden. Die extra's worden 'bijgeleend' binnen de dienst en bij de provincie en opgeleid door de vaste ploeg. “Voor dit vak kun je niet naar school, dat moet je hier ter plekke leren”, zegt Van Heerde. Draait 'Wouda' niet, dan werkt het vaste personeel aan het onderhoud van het gemaal of van sluizen, bruggen en rioolwaterzuiveringen van de provincie.

Ondanks z'n leeftijd speelt het Woudagemaal nog steeds een onmisbare, aanvullende rol om het boezemwater in Friesland op peil te houden. Het wordt in werking gesteld, als de provincie z'n overtollige vocht onvoldoende kwijt kan bij Lauwersoog, Harlingen en Stavoren. Doorgaans is dat zo'n 400 uur of twee ... drie weken per jaar, waarbij per dag ruim zes procent van het Friese wateroverschot wordt uitgemalen: ongeveer de helft van de inhoud van het Sneekermeer. Bij extreem droge winters zoals die van twee jaar geleden (met een Elfstedentocht begin januari), hoeft het Woudagemaal niet in actie te komen en wordt zelfs het veel jongere elektrische gemaal bij Stavoren niet ingeschakeld.

Dit jaar, de natste herfst sinds mensenheugenis, heeft het al vier weken onder stoom gelegen. Voor de buitenwacht klinkt dat opwindend, voor Van Heerde 'doet Lemmer gewoon mee'. “Op een gegeven moment krijgen wij een telefoontje van het waterschap in Leeuwarden, van de afdeling Boezembeheer, dat we moeten gaan draaien. Dat verrast ons niet: we hebben al lang gezien dat het waterpeil in de provincie hoog is. We volgen de weersvoorspellingen en als er een hoop regen wordt verwacht, bellen we geregeld met Leeuwarden”.

“Natuurlijk zijn de mensen niet te ver weg aan het werk, we bewaren wat binnenklussen voor de winter. Onze eerste prioriteit is het gemaal, dat weet iedereen. Van oktober tot begin maart moeten we in actie kunnen komen. Dan moet je dus geen vakantie op de Bahama's boeken of zo, want je dient dan beschikbaar te zijn.”

Het inschakelen van het Woudagemaal is geen kwestie van een druk op de knop. Vanaf het moment dat de afdeling Boezembeheer belt, hebben de medewerkers zes uur nodig om het gemaal onder stoom te brengen (met de oude ketels was dat 24 uur). De ketels worden dan gevuld (25 ton water per stuk), de vlam gaat erin. Zodra er wat stoom is, wordt een deel afgeleid om de stookolie voor te verwarmen. Tegelijk gaat er ook stoom naar de machinekamer om de machines op temperatuur te brengen. Als uiteindelijk de druk 14 atmosfeer is en de temperatuur 320 graden Celsius, na ongeveer zes uren, worden de machines in bedrijf gesteld.

Wanneer de stoommachines de centrifugaalpompen in werking zetten, verdwijnt 'Wouda' enkele ogenblikken in de nevel en wordt de indrukwekkende machinehal een kathedraal van stoom. Dan verschijnt uit de 60 meter hoge schoorsteen een pluimpje rook - hoe witter hoe beter er binnen wordt gestookt. “Bij een zwarte pluim gaan de ketels te hard of is het toerental te hoog”, zegt Van Heerde. En dat is ze bij het Woudagemaal, in 1988 opgenomen op de Nederlandse monumentenlijst, hun eer te na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden