Katalin Ferentzy 1945-2007

Katalin Ferentzy was bang voor mensen en leidde een teruggetrokken bestaan. Haar leven kende echter ook gelukkiger tijden.

Voor zover ze het huis wel eens verliet – eens per week hooguit, voor de boodschappen – keek ze eerst door een kiertje van de huisdeur om te zien of er niemand in het trappenhuis was. Soms zag de buurvrouw haar sjouwen – en hoorde ze haar hijgen, dat vooral. De buurvrouw bood dan aan te helpen; maar dat sloeg ze af. Als de postbode aanbelde om een pakje te bezorgen – ze bestelde haar cosmetica bij Yves Rocher – deed ze niet open. De buurvrouw nam het pakje dan aan, zette het voor haar deur en deed een briefje in de bus. Uiterlijk een dag later was het pakje weg.

Het leven van Katalin Ferentzy (’Kati’) moet beheerst zijn geweest door angsten. Alleen binnen, in haar flat in Amsterdam-Noord, moet ze zich veilig hebben gevoeld.

Ze woonde er sinds begin jaren negentig. Dat hoofdstuk van haar leven begon met een briefje van de psychiater aan de gemeente. April 1993 was het toen. „Graag afgifte van een medische urgentie voor een woning voor mevrouw Ferentzy”, schreef de psychiater. Want na een opname zat ze nu alweer geruime tijd in een beschermd wonen-project. Maar haar toestand was ’steeds verbeterd en er wordt toegewerkt naar zelfstandig wonen’, zoals de psychiater schreef.

Een eigen flat, dat leek na jaren in de psychiatrie een aardig resultaat. Op foto’s die in die tijd genomen moeten zijn, ziet ze er vrij gelukkig uit. Ze was dan misschien niet meer die stunning beauty van eind jaren zeventig – toen een fotograaf in Artis haar tijdens een dagje uit met de kinderen vastlegde als een mysterieuze schone met een grote zonnebril. Twintig jaar later was ze mollig en grijs. Maar op die latere foto’s kijkt ze wel recht in de lens en ze lacht. Op de vroegere foto’s heeft ze een starende blik of kijkt ze weg.

Het moet dus een tijdlang vrij goed met haar gegaan zijn. Kwam dat door een nieuwe liefde – de maker van die latere foto’s, wellicht? Of heeft ze zich ook zonder relatie beter thuis gevoeld? En waardoor ging het later toch weer slechter – ging die relatie soms uit, of was zelfstandig wonen toch te zwaar en te eenzaam? Krijg je dan geen verdere begeleiding meer als je uit een beschermd wonen-project vertrekt? Heeft ze hele dagen in haar eentje thuis gezeten?

Haar dochter zit met die vragen. De laatste keer dat zij en haar broer hun moeder hebben gezien, was begin jaren tachtig: op de dag dat ze van huis werd opgehaald. Op dat moment leefden de kinderen, toen twaalf en negen, alweer sinds jaren in een bizarre situatie – die ze zelf ’normaal’ vonden. Katalin Ferentzy zat de hele dag in de keuken op een stoel in zichzelf te praten, rokend. Ze sprak Hongaars, haar moedertaal. Ze was in de jaren zestig naar Nederland gekomen om er te trouwen met een Hongaarse Nederlander die hier sinds 1950 was. Ze trouwden in 1969 en kregen hun eerste kind in 1970. Toen gaf ze haar baan als secretaresse bij De Nederlandse Bank op.

Na de geboorte van de zoon, in 1973, ging het allengs slechter met haar. Ze wantrouwde iedereen en ze verzorgde de kinderen niet meer. Ze zat daar maar, kettingrokend, mompelend, onbereikbaar voor contact. De rook ging in de kleren van de kinderen zitten. Ze werden op school gepest („Jij stinkt”). Katalin zorgde ook niet voor het eten; zoon en dochter kochten Marsen en chips en deden daar hun maaltijd mee, onbekend met vaste eettijden. Later vroeg hun vader echtscheiding aan, maar Katalin bleef na de scheiding wel in het huis wonen. Als er bezoek kwam, nam ze de wijk naar het washok in de kelder van de flat. Ze was bang voor vreemde mensen.

De situatie veranderde pas toen haar ex-man begin jaren tachtig een nieuwe geliefde vond en met haar en de kinderen een nieuw leven wilde. Katalin zou worden opgenomen in een psychiatrische inrichting en de politie kwam haar halen. „Dat was heftig”, zegt de dochter. „Ze wilde niet weg. Ze wilde naar beneden, naar het washok. Ze moest met een agent de lift in maar ze zei: ’Ik ga wel met de trap.’ Dat zijn de laatste woorden die ik haar heb horen zeggen.”

In latere jaren heeft Katalin op haar manier nog wel eens geprobeerd contact te leggen met haar kinderen. Als ze jarig waren stuurde ze een kaart. „Maar daar stond dan niets persoonlijks op. Alleen een standaardzin als ’Hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag, ik hoop dat je een prettige dag hebt’”, zegt de dochter. En een keer is Katalin aan de deur geweest. De zoon, inmiddels een puber, deed open. Daar stond een vrouw die zijn naam noemde. „Dat ben ik”, zei hij. Katalin liet een scheef lachje zien en ging er vandoor. „Ik denk dat ze er niet aan heeft gedacht dat hij intussen enorm gegroeid was”, zegt de dochter.

In Katalins woning, zag de dochter na de begrafenis, heerste een vreemde orde. Enerzijds waren de ramen in geen eeuwigheid open geweest of gezeemd en zagen de muren geel van de nicotine. Anderzijds stond de strijkplank klaar en lag het linnengoed keurig gestreken in de kast. Ze vond kleurboeken die ijverig waren ingekleurd, en schriften waarin Katalin pagina na pagina namen had opgeschreven die ze geschikt vond voor een hond. Een dwergpincher zou je bijvoorbeeld ’Simon’ kunnen noemen, stond er. Ze vonden ook hun eigen geboortekaartjes en een foto-album van vroeger. Van de trouwfoto’s had Katalin haar ex-echtgenoot afgeknipt. Op de geboortekaartjes was alle tekst met dikke zwarte viltstift doorgehaald. Alleen de namen van de twee kinderen niet.

Katalin Ferentzy geboren op 3 februari 1945 in het Hongaarse Papa, is officieel overleden op 31 januari 2007 in Amsterdam. Op die dag troffen politie en brandweer haar dood in haar woning aan. Volgens de schouwarts, die een natuurlijke dood vaststelde, moet ze op dat moment al drie weken dood geweest zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden