Kastelen zijn kwetsbaar: verval ligt altijd op de loer

Muiderslot kent iedereen ” van Floris de Vijfde en van de spannende schoolreisjes. Ook Loevestein heeft met Hugo en zijn kist een pr die bijna niet te evenaren is. Maar wie kent boven de grote rivieren kasteel Hoensbroek?

Het vormt met het Muiderslot en Loevestein de Grote Drie van de Nederlandse kastelen. De burcht van ridder Herman Hoen, die door hertogin Johanna van Brabant voor zijn hulp in de strijd tegen Gulik en Gelre (1388) de Zuid-Limburgse heerlijkheid Hoensbroek kreeg, ligt in een provincie die bezaaid is met kastelen. Maar het is het enige kasteel waar je als bezoeker vrij kunt gaan en staan waar je wilt.

Het heeft aan de voorzijde een machtige uitstraling, met al z'n torens en voorgebouwen, z'n droomvijver en drie binnenpleinen. En toch is er geen chic hotel of conferentiecentrum in gevestigd, wordt het niet bewoond door een baron of een graaf. Het is met z'n veertig kamers een avontuur om in rond te dwalen; het is soms net of de Hoentjes er een paar dagen tussenuit zijn en ieder ogenblik weer kunnen terugkeren. En als de interesse na het zoveelste vertrek wat mocht verflauwen, dan wordt die wel weer geprikkeld in de donkere kerker of in de pesttoren van het kasteel. Om nog maar te zwijgen in de geheime kamer of de ruimte waar schrijver Bertus Aafjes enige tijd gewoond heeft.

Hoewel de geschiedenis van kasteel Hoensbroek wel teruggaat tot 1250, is het oudste deel van het huidige gebouw, de ronde toren, van omstreeks 1360. In de loop der eeuwen is het kasteel herhaaldelijk verbouwd en uitgebreid, met gebouwen en binnenpleinen. De familie Hoen verliet het kasteel aan het eind van de 18de eeuw en verkocht het in 1927. Het is nu eigendom van de gemeente.

Voor kinderen is kasteel Hoensbroek eindeloos. De geschiedenis van het ' eeuwige spook' en de geheime kamer en de verhalen over de ridders. En af en toe is er een theatervoorstelling, zoals die van het Kasteelmysterie met Jacques Vriens, waarin kinderen verzeild raken in een middeleeuws kasteel waar een moord wordt gepleegd, en zij op zoek moeten naar de dader. Het kasteel bruist van de kinderactiviteiten. De ene keer wordt er een Kasteelpleinfestijn georganiseerd, met theater, middeleeuwse muziek en een echte kwakzalver. De andere keer slaan ridders hun kamp op in de weilanden rond het kasteel en koken en maken ruzie, wat uiteraard met een zwaardgevecht wordt uitgevochten.

Ze boeren goed op kasteel Hoensbroek. Vorig jaar kochten bijna 70 000 bezoekers een toegangskaartje, terwijl er nog eens 30000 een feest bezochten in de kasteelhoeve. Het publiek waardeert de middeleeuwse ambiance gemiddeld met een 8.0.

En toch is de campagne van ' Het Jaar van het Kasteel', die dit jaar wordt gevoerd, dringend nodig. Niet alleen voor kasteel Hoensbroek, maar zeker ook voor al die andere, honderden kastelen in Nederland.

” Kastelen bestaan al eeuwen en zien er vaak sterk uit. Toch is dat maar de buitenkant. In werkelijkheid zijn ze heel kwetsbaar. Het is noodzakelijk om hergebruik voor ze te vinden. Als er niets mee gebeurt, vervallen ze”, zegt Annemieke Kylstraals Wielinga, directeur van het ' Jaar van het Kasteel'.

Er zijn ideeën genoeg, zegt Kylstra, ” maar je kunt niet alles met ze doen” Het interieur van de kastelen staat de verlangens die horecabedrijven of congrescentra hebben vaak in de weg. ” Echte grote zalen zijn er meestal niet. De regelgeving van de overheid vraagt vaak ingrijpende aanpassingen, voor de horeca bijvoorbeeld een natte groep zoals een keuken en toiletten. Maar daarvoor moet er gebroken worden. En dat is niet gunstig voor het gebouwd monument. Dat zorgt voor een vreselijke frictie: laten verval of het kasteel aanpassen” De financiële nood van kasteelbeheerders is vaak groot. Het zijn grote complexen die vrijwel niet rendabel te maken zijn. ” Er zijn restauratiesubsidies, maar de achterstand loopt in de vele miljoenen. Het beste is als een kasteel goede bewoners heeft. Voor het grote publiek zijn dat dan ' rijke stinkerds', maar dat is niet zo”, zegt Kylstra.

,, Soms zijn het mensen van adel, soms niet. Ze hebben er heel veel voor over om het kasteel in stand te houden. Zij voelen zich er verantwoordelijk voor ” voor hen is het ' van ons allemaal'. En daarom zetten ze af en toe de deur open en leiden zelf publiek rond. Ik roep wel eens: we moeten meer adel gaan kweken. Misschien dat er dan weer mensen komen om de kastelen goed te bewonen” ' Het Jaar van het Kasteel' maakt volgens Kylstra allerlei activiteiten los; de website van de campagne staat er bol van. ” Er ontstaan ook allerlei ideeën, die op langere termijn nog bruikbaar zijn. En dat is mooi, want er moet nog veel meer aandacht komen voor kastelen”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden