Kartelpolitie kon bouwers niet betrappen

DEN HAAG - De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft nog nooit een bouwbedrijf kunnen betrappen op het maken van prijsafspraken bij projecten. Sinds de oprichting van de kartelpolitie in 1998 zijn in totaal door tien opdrachtgevers klachten ingediend met het vermoeden dat bouwers onderling een deal hadden gemaakt.

Een woordvoerster van de NMa zegt desgevraagd dat het tot nu toe niet is gelukt om een juridisch sluitend bewijs te vinden dat bouwers de mededingingswet schenden. Veel aanwijzingen en vermoedens van opdrachtgevers bieden juridisch te weinig houvast voor een vervolging door de kartelpolitie.

De parlementaire enquêtecommissie bouwfraude verweet gisteren twee ambtenaren van de Rijksgebouwendienst dat zij in 1999 ten onrechte een zaak niet hebben aangemeld bij de NMa. Het ging om de aanbesteding van de jeugdgevangenis De Doggershoek in Den Helder, waarbij de laagste bieding 42 miljoen gulden bedroeg terwijl daarvoor 28 miljoen gulden was begroot. De begrotingsenvelop van Geveke Bouw, dat de laagste offerte indiende, bleek veel dikker dan die van de overige vier bedrijven. De ambtenaren vermoedden dat de andere bedrijven geen moeite hadden gedaan om een begroting te maken, omdat zij wisten dat Geveke Bouw de laagste bieder zou zijn.

De Rijksgebouwendienst had ondanks het zeer grote verschil tussen het beschikbare bedrag en de bieding van Geveke Bouw, de grootste moeite om van de aanbesteding af te komen. Wettelijk kan een opdrachtgever alleen een bieding 'niet passend' verklaren als in de begroting van de bouwer aperte constructiefouten zitten. Maar dat was in deze zaak niet het geval. Wel rekende Geveke Bouw, een dochter van de in deze enquête zo belaagde Koop Holding, over de hele linie ongewoon hoge prijzen voor grondstoffen en onderdelen.

Volgens de door de Rijksgebouwendienst geraadpleegde landsadvocaat zijn onredelijk hoge prijzen geen reden om de winnaar van een aanbesteding aan de kant te zetten. Ook vond hij het niet zinvol om de NMa in te schakelen omdat er geen hard bewijs was dat de vijf aannemers vooroverleg hadden gehad.

De verantwoordelijke ambtenaar van Rijksgebouwendienst, F. Meijer, moest tot vijf keer toe van de commissie toegeven dat hij een fout had gemaakt door het advies van de landsadvocaat over te nemen. ,,Met de kennis die ik nu heb zou ik dat toen zeker hebben gedaan'', zo zei Meijer. Dat besef werd nog groter toen de commissie onthulde dat in een van de vier andere enveloppen, die van bouwbedrijf Van Wijnen, een begroting zat van een heel ander bouwproject.

Uiteindelijk slaagde Meijer erin de zaak met Geveke Bouw te schikken. De overheid moest daarvoor een vergoeding betalen van 350000 gulden en een verbouwingsklus bij de gevangenis in Veenhuizen aan Geveke gunnen. De gevangenis in Den Helder is uiteindelijk gebouwd door Ursem-De Nijs voor vijftien miljoen euro (33 miljoen gulden).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden