Karl Barth gevangen in anti-joodse aversie

Rene Suss, Een genadeloos bestaan. Karl Barth over het Joodse volk. Uitg. Kok, Kampen 1991 " 198 blz.39,50.

Onder indruk van die gesprekken ging Bethge over het verleden nadenken en schreef het artikel dat hij zelf een autobiografische notitie noemde en de titel Kirchenkampf und Antisemitismus gaf.

Had Bethge reden zich te schamen voor zijn houding in de Nazi-tijd? Hij had zich aangesloten bij de Bekennende Kirche, behoorde tot de vriendenkring van Bonhoeffer en was betrokken geweest bij het verzet tegen Hitler. Op de theologische stellingname van de Bekennende Kirche was weinig aan te merken. De invloed van mannen als Karl Barth en Dietrich Bonhoeffer had de Barmer Erklarung van 1934 gemaakt tot een belijdenisgeschrift van hoog niveau.

Maar waarom zweeg die verklaring angstvallig over het antisemitisme en tekende de Bekennende Kirche geen fel protest aan tegen de antijoodse maatregelen van de Nazi's? Vragen die te meer klemmen omdat niet getwijfeld behoeft te worden aan de moed van Karl Barth en diens geestverwanten.

Doof en blind

Het antwoord dat Bethge op deze vragen geeft, luidt kort samengevat: bang waren we niet, maar achteraf gezien wel verbazingwekkend doof en blind voor de anti-joodse onderstroom in onze eigen theologie. Een Amerikaanse rabbijn confronteerde Bethge met het gegeven dat zelfs in teksten van Bonhoeffer zinswendingen te vinden zijn die voor joden een onmiskenbare antisemitische klank hebben. Men is geneigd een dergelijk verwijt te ontkennen of af te doen als een weliswaar begrijpelijke maar overdreven overgevoeligheid. Zo gemakkelijk maakt Bethge het zich niet. Hij zoekt zijn heil niet in excuses, maar geeft ruiterlijk toe dat de leden van de Bekennende Kirche in de tijd van Barmen en in de dramatische jaren die nog zouden volgen, het zo druk hadden met hun eigen strijd dat ze er eenvoudig niet toe kwamen zich te bemoeien met het lot van hun joodse medeburgers.

Dat is slechts een verklaring die Bethge voor het zwijgen van zijn kerk geeft, want hij heeft de moed nog dieper te spitten in het verleden. Ontmoetingen met joden hebben hem doen inzien dat eeuwenoude theologische vooronderstellingen tot gevolg hadden dat zijn leermeesters, de mannen die hij bewonderde en navolgde in hun moedige strijd tegen Hitler, een blinde vlek hadden voor het lot van de joden.

Aan dit artikel van Bethge werd ik herinnerd bij het lezen van de studie van Rene Suss over de visie van Karl Barth op het joodse volk. Het boek is met passie geschreven en laat zich lezen als een spannende thriller. Tegelijkertijd is de inhoud ook weer zo schokkend dat men niets liever zou willen dan het boek weg te leggen en uit het geheugen te wissen.

Sedert de jaren zeventig zijn we steeds meer met de neus op de feiten gedrukt. De onthullingen volgden elkaar op en waren zo talrijk dat het gevaar niet denkbeeldig lijkt dat we, moe geworden, onze ogen en oren sluiten voor de realiteit.

Vanwege zijn anti-joodse uitlatingen is Luther terecht aangeklaagd, maar ook een onafhankelijke denker als Erasmus gaat niet vrijuit. Vormt Calvijn misschien een uitzondering? Het traditionele Russisch nationalisme verleidde Dostojewski tot antisemitische uitspraken. Is de cultuur van Europa tot in haar wortels met dit kwaad besmet? Wie de discussie van de laatste jaren gevolgd heeft over de houding van de invloedrijke filosoof Heidegger ten aanzien van het 'joodse vraagstuk', zal langzamerhand geneigd zijn die vraag in bevestigende zin te beantwoorden.

Diepe kloof

Pas aan het eind van de jaren zeventig realiseert Bethge zich dat hij voor de oorlog in een en hetzelfde land had geleefd met grote joodse denkers als Leo Baeck, Martin Buber en Franz Rosenzweig. Maar hij kende ze niet en wist niets van hun denkbeelden af. Een diepe kloof scheidde Duitse theologen en joodse filosofen en schriftgeleerden. In zijn theologische opleiding was aan het jodendom vrijwel geen aandacht besteed.

Dit beeld wordt door het boek van Rene Suss op een even beklemmende als overtuigende wijze bevestigd. In 1967 schrijft Karl Barth aan diezelfde Eberhard Bethge een brief waarin hij spreekt over schuld, omdat in de verklaring van Barmen de 'Judenfrage' niet als een beslissende kwestie aan de orde is gesteld. Overigens betwijfelt hij of hij in de kringen van de Bekennende Kirche gehoor zou hebben gevonden wanneer hij meer aandacht voor het lot van de Joden had gevraagd. Trouwens, ook zijn eigen belangstelling lag toen ergens anders.

Onthullende brief

Onthullend is in dit verband de brief van Karl Barth aan een christen-jodin. In dit schrijven herhaalt Barth een opvatting die hij al eerder in een artikel in het bekende tijdschrift Theologische Existenz heute had geuit: voor hem is de Joodse kwestie slechts een deelprobleem in de strijd die gevoerd moet worden. Aan het slot wekt hij de briefschrijfster op niet bij dat deelprobleem te blijven steken. Het gaat immers om het totaal en uit een andere passage valt op te maken dat Barth daarmee bedoeld heeft de bekende aansporing van Jezus: zoek eerst het Koninkrijk!

Theologische wortels

De vraag moet gesteld worden hoe het mogelijk was dat Barth zo'n 'genadeloze' brief verstuurde. Besefte hij niet dat Joden in die tijd in doodsnood leefden? Rene Suss laat er geen misverstand over bestaan: de praktijk wortelt in de theorie; wie Barths houding tegenover de Joden wil begrijpen, moet op zoek gaan naar zijn theologische visie op de plaats van Isreel. Daarvan geeft Rene Suss in het tweede deel van zijn boek een uitvoerige analyse. Na zich in Duitsland tussen 1933 en 1935 moedig tegen de Nazi's te hebben verzet, zag Barth zich genoodzaakt naar Zwitserland terug te keren. Vanaf die tijd staat hij niet meer in de frontlinie en vindt de rust om verder te schrijven aan zijn Kirchliche Dogmatik.

In 1942 verschijnt het deel waarin expliciet op de betekenis van Israel en het Joodse volk wordt ingegaan. Ondanks zijn originaliteit beweegt Barth zich hier toch grotendeels op die traditionele theologische paden die ertoe geleid hebben dat de kerk meende in de plaats van Israel te zijn gekomen. Van het Oude Testament loopt geen legitieme weg naar de Joodse synagoge en sedert de komt van Jezus Christus is de unieke rol van Israel uitgespeeld. Dit alles draagt er toe bij dat Barth het lijden van het Joodse volk niet anders kan interpreteren dan in termen van schuld en straf.

Irrationeel

Het blijft verbazen dat een zo creatief denker en theoloog als Karl Barth niet in staat is geweest zich los te maken van traditionele vooronderstellingen. In een brief aan de bekende Duitse theoloog FriedrichWilhelm Marquardt heeft Barth toegegeven dat hij niet onbevangen stond tegenover Joden, maar gehinderd werd door een irrationele aversie. Terecht verzet Rene Suss zich tegen al die theologen die dit gegeven als een onbelangrijk detail ter zijde schuiven. Kenmerkend voor het antisemitisme is nu juist dat het zijn wortels heeft in een irrationele aversie tegen Joden.

Heeft het zin in het verleden te blijven graven en te wijzen op fouten van vorige generaties? Dit boek werd niet geschreven om Karl Barth zwart te maken. In een tijd waarin we tot onze schrik ontdekken dat het antisemitisme nog altijd springlevend blijkt, laat Rene Suss een waarschuwend geluid horen. Immers, "als dit al aan het groene hout geschiedt . . . !

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden