Karin Bloemen: ik ben een gezegend mens, een mazzelpik

Karin Bloemen voelt zich een mazzelpik.Beeld Mark Kohn

Karin Bloemen (Alkmaar, 28 juni 1960) is cabaretière, zangeres en actrice. Ze hoorde bij de cabaretgroep Purper, maar maakte naam met haar groots opzette personality-shows. Tot het einde van dit jaar is ze in diverse theaters te zien met de voorstelling 'Cirque Stiletto 3'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Het is mooi om samen te geloven in iets wat steun biedt, kracht geeft, vooruitzicht en visie. Ik ben een humanist, dus als je nou in al die geboden het woordje God vervangt door Mensheid, dan komen we ongeveer bij hetzelfde uit. God is voor mij niet een of andere man die buiten ons bestaat; het goddelijke zit in ons allemaal. Dat lijken we soms te vergeten. Als ik hoor hoe onbarmhartig sommige mensen reageren op de komst van vluchtelingen naar West-Europa, denk ik: konden we maar weer iets geloviger worden met z'n allen."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Ik was een arm, hongerig en dorstig meisje. Ik zwierf, bedekt door modder, bladeren en viezigheid, rond in een groot en donker bos. Op een dag werd ik gevonden, naar het paleis gebracht en gewassen. Onder al die troep kwam een prachtige huid tevoorschijn. Ik bleek niet zomaar een heel mooi meisje te zijn; nee, ik was het prinsesje van wie iedereen in het koninkrijk had gedacht dat ze nóóit meer gevonden zou worden... Kijk, dat is natuurlijk zo megalomaan als de tyfus, maar dat kwam doordat ik in werkelijkheid zo ongelukkig was; dan krijg je vanzelf dit soort dromen. Toen ik later als puber op de fiets van Schagen naar mijn bijbaantje in Dirkshorn reed - en weer terug - zong ik non-stop alle liedjes van het album 'A Star Is Born' van Barbra Streisand. Die star, dat was ik. Ja, ik wilde aandacht krijgen, aanbeden worden, maar het was ook nog iets anders... Arthur Japin heeft het in 'Maar buiten is het feest' (een roman uit 2012, over incest en seksueel misbruik, gebaseerd op het levensverhaal van Karin Bloemen, AV) ongeveer zo beschreven: er zijn maar twee plekken waar je veilig bent. In het donkerste hoekje van het huis, waar niemand je kan vinden, of in de felste schijnwerpers, midden op het toneel. Voor iedereen zichtbaar."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Vroeger, als de auto niet meteen wilde starten, mompelde mijn moeder: 'Godverdegodvereeuwigegod...' om, als-ie het tóch ging doen uit te roepen: 'Zie je nou wel dat het helpt?' Later, toen het moeilijk werd in haar leven, heeft ze zich aangesloten bij de Nederlands Hervormde Kerk. Dat vond ik eerst nogal verwarrend, een beetje hypocriet zelfs, maar ik zag ook wat het met haar deed: ze voelde zich getroost. De dominee was lief voor haar, ze ging zingen in het koor en ik heb haar niet meer horen vloeken."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Tot voor kort lukte het mij aardig om de zondag vrij te houden voor Marnix en de kinderen, maar nu hebben ze bij 'Cirque Stiletto' helaas bedacht om op die dag ook nog een matineevoorstelling te spelen. Het is voor een paar maanden, goed te overzien, maar daarna wil ik toch graag de zondagsrust in ere herstellen. Ik vind het belangrijk om bij elkaar te zijn, samen dingen te doen. Dat zie je ook terug in mijn werk: ik heb een raar, artificieel, binnenleven met kunstlicht en make-up op mijn kop. Ik ga vooral om met mensen die ik niet ken. Daarom probeer ik altijd zo snel mogelijk een familie te creëren. Als ik dan toch niet thuis kan zijn, moet ik op mijn werk maar zoveel mogelijk het moedertje uithangen."

Karin Bloemen tijdens haar nieuwe voorstelling.Beeld anp

V Eer uw vader en uw moeder

"Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik drieënhalf jaar oud was. Volgens mijn moeder werd mijn vader verliefd op een andere vrouw die bovendien zwanger van hem was geworden. Dat bleek achteraf helemaal niet waar te zijn, en toen mijn vader na een tijdje weer naar huis wilde komen, had de man die mijn stiefvader zou worden zijn plek al ingenomen. Mijn moeder raakte meteen in verwachting en daarmee was het klaar: mijn vader verdween voorgoed uit beeld. Wij mochten geen contact meer met hem hebben. Cadeautjes die mijn vader stuurde werden kapotgemaakt, kaartjes werden verscheurd en als hij belde werd de haak er meteen opgegooid. Ik leerde het snel af om in discussie te gaan: iedere vraag over mijn vader leverde een klap voor mijn harses op. Het werd al snel erger: zo rond mijn zevende, achtste begon mijn stiefvader mijn zusje en mij ook seksueel te misbruiken. Ik... weet je, ik zou bijna zeggen: lees het boek van Arthur Japin maar. Niet om ervan af te zijn - ik heb altijd gezegd dat ik nóóit over die incestueuze toestanden zou zwijgen - maar na het mislukte huwelijk met mijn moeder, is de man met mijn zus getrouwd - het kind dat hij ooit misbruikte - en hebben zij samen een jongen gekregen die ik, na haar dood (Annelies Bloemen kwam in 1989 bij een brand om het leven, AV), heb opgevoed. Voor hem, en voor de twee zoons die uit het volgende huwelijk van mijn stiefvader werden geboren, is het erg pijnlijk om in interviews te moeten lezen wat hun inmiddels overleden vader vroeger allemaal heeft uitgespookt. In 'Maar buiten is het feest' wordt niet letterlijk mijn verhaal verteld, maar er staat wel heel precies in beschreven hoe ik mij heb gevoeld.

Voor mij kwam er rond mijn veertiende een keerpunt. Het gebeurde nadat alles zo'n beetje aan het licht begon te komen... ontdekt, midden in de nacht, hysterische scheldkanonnades, dreigementen, alleen, op mijn fiets over de snelweg, alles zwart, ik kwam uit bij een meertje, keek in het water en dacht: zal ik springen? Ik weet niet hoe lang ik daar zat. Ik herinner mij vooral dat ik weer opstond en tegen mezelf zei: no fucking way! Dit gun ik hem niet. Ik ga alles nemen waar ik recht op heb en niemand gaat mij ooit nog één ding afpakken. Ik ben daarna de achternaam van mijn vader weer gaan gebruiken. Jan Bloemen was er altijd, ergens. Die gedachte was voor mij een enorme troost. Op 24 augustus 1974 hoorden wij - ik weet niet meer hoe - dat hij was overleden. We mochten van mijn stiefvader niet naar de begrafenis. De krans die wij als kinderen hadden laten bezorgen werd door de weduwe van mijn vader teruggestuurd.

Ik heb die man zo verschrikkelijk gemist. En hij mij ook, dat weet ik. Op mijn tweeëndertigste kreeg ik een paar filmpjes die hij had gemaakt van mijn optreden als klein meisje op de West-Friese markt. Misschien stond ik daar wel voor hem te zingen, dat zou best kunnen. Ik heb hem toen niet gezien, maar hij was er, en hij filmde de dochter die hij niet meer mocht zien. Laatst kwam er na de voorstelling een lieve oude meneer uit Schagen naar mij toe. Hij had een krantenknipsel voor me meegenomen. Het ging over een schaatswedstrijd die in 1961 door ene Ben Visser was gewonnen 'ondanks de aanwezigheid van klapstukken zoals Jan Bloemen'. Met een fotootje erbij. Kijk, ik heb 'm op mijn iPhone staan: die middelste, met die stevige benen - dan weet je meteen van wie ik ze heb - da's mijn vader.

Misschien heb ik hem onterecht op een voetstuk geplaatst. Als mijn ouders niet uit elkaar waren gegaan was hij nooit zo'n held voor mij geworden. Ik eer mijn vader, zonder hem echt gekend te hebben. Ik eer mijn moeder ook. In die donkere jaren dacht ik dat ze wel zou vóelen wat er aan de hand was. Ik heb het later vaak gevraagd: 'Zag je dan niets?' Maar zij was net zo goed slachtoffer van die man, van de hele situatie. We leefden in een gevangenis, en het gekke is dat dat voor de meeste mensen om ons heen niet eens zichtbaar was. Laatst sprak ik iemand die vertelde hoe graag ze bij ons over de vloer kwam, en hoe je kon lachen met die stiefvader van mij. Het enige wat ik kon bedenken was: ja, tussen het neuken door was het af en toe best gezellig thuis.

Ik heb er lang over gedaan om mijn moeder weer gewoon als moeder te zien. Marnix heeft mij daar op gewezen. Hij zei: 'Wordt het niet eens tijd dat je haar die rol teruggeeft?' Ik heb er altijd voor gezorgd dat ze niets tekortkwam - mooie kleren, autootje, een huis - maar ik denk dat ik haar het gelukkigst heb gemaakt door toe te staan dat ze weer een beetje over míj mocht moederen en dat ze de ideale oma voor onze kinderen mocht zijn.

We praten, ook over vroeger. Moeizaam, maar toch... Zo'n verleden raak je nooit kwijt. Ik heb het weggelachen, weggehuild, ik heb een tijdje gedaan alsof ik overal boven stond, alsof niets mij kon raken, maar de waarheid is dat ik er, op onverwachte momenten, toch nog door van slag kan raken. Er is één gedachte die mij altijd helpt, een gedachte die mij sowieso een stuk vrolijker heeft gemaakt: wat er ook gebeurt, het wordt nooit meer zo erg als toen."

Beeld anp

VI Gij zult niet doodslaan

"Ja, áls dit, of áls dat - en dan weet je nog niet zeker of je ertoe in staat bent - maar ik heb in ieder geval nog nooit iemand gedood. Ook niet in gedachten. Nee, ik heb zelfs mijn stiefvader niet doodgewenst. Het laatste wat ik wil is net zo lelijk zijn als degene die ik haat om zijn lelijkheid. Ik heb hem genegeerd, elke vorm van macht of invloed volledig geblokt. Dat was de ergste straf die ik kon bedenken: ik heb gedaan alsof hij niet bestond."

VII Gij zult niet echtbreken

"Marnix en ik, wij vinden elkaar in humor, in smaak, in uitgaan, in vakantie, in vrijen, in kinderen, in zorgen, in volwassenheid, in verantwoordelijkheid, in muziek, in theater, in teksten, in boeken, in inhoud, in filosofie, in levenswijsheid, in geloof, in discussies, in gelijkheid, in nog eens gelijkheid en nóg een keer in gelijkheid. En dat al drieëntwintig jaar. We zijn elkaar zo trouw als de pest."

VIII Gij zult niet stelen

"Mijn camera, mijn pasjes en mijn travellercheques had-ie al, maar hij dacht waarschijnlijk: in de slaapkamer ligt ook nog wel wat. Nou, daar lag ik. Ik schrok wakker. Hij zei: 'Don't call the police.' Ik kwam overeind en riep: 'Ben jij nou helemaal besodemieterd!' Daarna sprong ik uit mijn bed en holde achter hem aan, het huis door, de deur uit, naar buiten. Bij het tuinhek begreep ik dat ik hem nooit te pakken zou krijgen en pas dáárna drong het tot mij door dat die vent voor hetzelfde geld een mes tussen mijn ribben had kunnen steken. Het was niet de eerste keer, en ik zou later nog vaker worden bestolen. Om mijn teleurstelling in de mensheid te boven te komen fantaseer ik dat zo'n dief mijn spullen heeft verkocht om daarmee medicijnen voor zijn doodzieke moedertje te kopen. Dat helpt. Soms. Een beetje. Het blijft toch jammer dat het ringetje van mijn oma weg is, en het eerste kettinkje dat ik van Marnix heb gekregen. Aan de andere kant: die man moet verder leven met de wetenschap dat hij heeft gestolen. Er komt een dag waarop hij tot inkeer komt en denkt: wat ben ik eigenlijk voor een klootzak?"

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Een béétje jokken is wel charmant. Ik draai graag om de dingen heen, maak ze mooier dan ze zijn. Het is bijna een beroepsdeformatie: ik hou van de illusie, van dromen, toveren en schilderen. Soms is het onaardig om eerlijk te zijn. Ik lijk, wat dat betreft, op de man die tegen zijn vijf maanden zwangere vrouw - tien kilo aangekomen, met een iets te dikke bips - zegt: 'Maar schat, natúúrlijk staat die broek je nog hartstikke goed!'"

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Als ik een vrouw met van die mooie, lange, slanke benen voorbij zie komen, denk ik: oooo, die wil ik! Toch jammer dat mijn wens, wat dat betreft, niet helemaal is doorgekomen. Doorgaans helpt het als jaloezie gaat over dingen die ver buiten mijn bereik liggen. Zingen zoals Barbra Streisand, bijvoorbeeld. Ik word gek van geluk als iemand iets kan waarvan ik zeker weet dat het mij nooit zal lukken. Overigens denk ik in eerste instantie dat ik het wél kan. Ik lijd aan overschattingswaan. Ik herinner mij dat ik vroeger een keer mee zou doen aan een spelletje in het zwembad: zo hard mogelijk over van die dingen in het water lopen, terwijl je je vasthield aan een touw. Wat is daar nou zo moeilijk aan? Een tel later lag ik, plons, in het water. Huh? Ik kán dat toch gewoon? Ik zie nooit een probleem, ik zie altijd mogelijkheden. Die instelling heeft mij ook ver gebracht. Kijk eens waar ik ben. Goed, die eerste jaren, dat liep niet helemaal lekker, maar daarna is alles rechtgetrokken. Ik heb een bijzondere, lieve, trouwe, eerlijke, oprechte man die heel veel van mij houdt en drie prachtige kinderen - recht van lijf en leden - die doen waar ze in geloven en staan voor wat ze zeggen. Het leven heeft mij alles gegeven wat het te bieden heeft aan geluk, aan vrolijkheid, aan schoonheid en aan liefde. Ik voel mij een gezegend mens, een mazzelpik."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden