Karadzic, geest uit een zwart verleden

Vanmiddag hoort Radovan Karadzic zijn vonnis van het Joegoslaviëtribunaal. Ook nu nog blijft de man die tijdens de oorlog in de jaren negentig de Bosnische Serviërs leidde, overtuigd van zijn eigen gelijk.

Radovan Karadzic was een onwaarschijnlijk leider. Er was de gekte van de oorlog voor nodig om een psychiater zonder carrière en een niet-gelezen dichter te maken tot de man die tienduizenden soldaten gehoorzaamden, en die het lot van vele honderdduizenden in zijn handen had.

Uit het niets kon Karadzic naam maken als spreekbuis voor de etnische Serviërs die in 1990 te hoop liepen tegen de plannen om Bosnië los te maken van Joegoslavië. Toen dat er toch van kwam, richtte Karadzic een 'Servische republiek' op in Bosnië die kon bogen op een sterk leger, grotendeels opgebouwd uit de resten van de Joegoslavische krijgsmacht. De psychiater zou deze zelfverklaarde republiek als 'president' leiden tot het einde van de oorlog. Een extreem machtige positie, misschien wel tot Karadzic' eigen verbazing.

Toen de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter tijdens een van zijn vele bemiddelingspogingen Karadzic hartelijk de hand schudde, stond Karadzic erbij alsof hij het zelf nauwelijks kon geloven. De Bosnisch-Servische leider genoot zichtbaar van zijn positie, zeker als hij de milde redelijkheid kon spelen, de rol die hem het beste lag.

Zijn eigen hoofdstad

Zelfs toen zijn eigen troepen meer dan tweehonderd VN-soldaten hadden gegijzeld om hen als levend schild te gebruiken tegen bombardementen van de Navo, riep hij alle partijen op om de situatie te de-escaleren. Het werkte nog ook. Buitenlandse vertegenwoordigers zagen zich genoodzaakt bij Karadzic op bezoek te komen in zijn 'hoofdstad' Pale, een dorp in de bergen boven Sarajevo, om te onderhandelen. Het maakt zijn statuur alleen maar groter.

Keer op keer presenteerde Karadzic zichzelf als de bemiddelaar, de man die alles deed om conflicten te vermijden. Zijn dreigementen bracht hij omfloerst. "Ik sta hier niet als een god van de oorlog", beweerde hij in het Bosnische parlement in een beruchte toespraak in 1991, waarin hij voorspelde dat Bosnië met de afscheiding van Joegoslavië de weg naar de hel zou inslaan. "Dan hebben wij de situatie niet meer onder controle."

Diezelfde lijn hield hij ook vol in de rechtszaal. Karadzic voerde vaak een persoonlijke verdediging. Terwijl andere verdachten speechten over historisch onrecht dat hun volk was aangedaan, verweerde Karadzic zich meestal met het argument dat hij zijn best had gedaan om bloedvergieten te vermijden. Waar dat toch was gebeurd, was dat zonder zijn medeweten.

Terwijl het leger en milities van de Servische republiek door Bosnië raasden om grondgebied te claimen, tienduizenden mensen vermoordden en een miljoen deden vluchten, probeerde Karadzic een politieke positie op te bouwen. Hij besteedde veel aandacht aan het media-imago van zijn republiek, en liet als teken van transparantie Britse journalisten toe in detentiekampen in Noord-Bosnië, een beslissing die hij zou betreuren nadat publicaties over de gruwelijke omstandigheden in de kampen de wereld overgingen, verslagen die hij tijdens het proces als 'bevooroordeeld' wegwuifde.

De duizenden pagina's bewijs die de aanklagers hebben aangedragen maken het moeilijk te geloven dat Karadzic al die tijd van niets wist. Een getuige verklaarde over een bijeenkomst met Karadzic waarin werd besloten een derde van de moslims te vermoorden, een derde van hen tot het orthodox-christelijke geloof te bekeren en een derde op eigen gelegenheid te laten vertrekken. Zelfs Karadzic' toegewezen advocaat moest toegeven dat zulke besluiten op een plan voor genocide neerkwamen.

"Wie mij kent, weet dat ik een milde man ben", hield Karadzic de rechters in 2012 voor. In zijn slotpleidooi in 2014 schrijft hij hoe hij consequent zou hebben geprobeerd extremisten binnen zijn staat en leger te laten inbinden. Als president van de Bosnische Serviërs accepteert hij een morele verantwoordelijkheid voor misdaden door zijn burgers, maar dat betekent niet dat hij persoonlijk verantwoordelijk is.

Verwijt van Mladic

Typerend was zijn ondervraging van zijn eigen generaal, Ratko Mladic, die gelijktijdig voor het tribunaal wordt berecht. Karadzic dwong Mladic als getuige op te treden en vroeg hem of zij ooit hadden besproken om de mannen van Srebrenica te vermoorden. Het bracht Mladic in een onmogelijke positie. Een 'ja' zou voor beiden bewijs van genocide betekenen, maar een 'nee' zou de schuld doen opschuiven richting zichzelf en andere legerofficieren, ten gunste van Karadzic' positie.

Mladic antwoordde dan ook niet, maar hij haalde fel uit tegen de man die hij nog altijd met president aansprak. "Ik verdedig niet mijzelf, jij verdedigt niet jezelf. Wij verdedigen nog altijd ons volk." Karadzic reageerde niet op het verwijt.

Zijn verdediging voerde Karadzic grotendeels voor een halflege tribune. De retoriek is dezelfde, maar de aandacht is verdwenen. Zolang het oorlog was, had Karadzic een sleutelrol. Hij gold als de onbetwiste leider van de Bosnische Serviërs en niemand kon om hem heen, maar toen duidelijk was dat de oorlog op zijn eind liep nam zijn relevantie snel af.

Een aanklacht van het Joegoslaviëtribunaal wegens ondermeer volkerenmoord lag er in 1995, vlak na de val van Srebrenica. Die timing was toeval, want de schaal waarop er in die stad was gemoord was nog maar voor weinigen duidelijk. Srebrenica werd pas later aan de aanklacht toegevoegd.

Bij vredesonderhandelingen later dat jaar werd Karadzic gepasseerd. Zonder hem kwam er vrede, al was het een vrede waarin hij zich uitstekend kon vinden. Zijn geesteskind, de Servische republiek, werd geformaliseerd als deelstaat van een onafhankelijk Bosnië, met verregaande autonomie en Karadzic als president, al werd hij gezocht door het tribunaal.

Pas in juni 1996 was zijn politieke carrière echt afgelopen. Onder Amerikaanse druk droeg hij het presidentschap over aan zijn rechterhand Biljana Plavsic en beloofde hij niet meer op radio en tv op te treden. De Amerikaanse onderhandelaar Richard Holbrooke noemde dat 'het minimaal acceptabele'.

Deal met Holbrooke

Opgepakt werd Karadzic niet. Holbrooke wilde hem wel voor de rechtbank in Den Haag zien, maar kon hem niet dwingen. Tijdens zijn proces beweert Karadzic dat er een deal zou zijn met Holbrooke, waarin de Amerikaanse gezant beloofde hem uit de cel te houden in ruil voor zijn aftreden. Hoe het ook zij, serieuze pogingen om hem te arresteren werden er niet gedaan. Karadzic bleef in zijn huis in Pale, tot hij geleidelijk aan uit zicht verdween.

Met de man zelf verdween ook zijn status als voorvechter van de Serviërs. Waar je eind jaren negentig nog her en der Karadzic-kalenders op de kop kon tikken, of zijn portret kon aantreffen in cafés, werd zijn verering snel naar de marge verdreven. Serviërs gingen over tot de orde van de dag. Weinigen wilden nog denken aan de psychiater met het wilde haar met wie ze door buitenlanders zo vaak werden geassocieerd. Nationalistische politici gooiden nog steeds hoge ogen, maar zelden nog onder de banier van Karadzic.

Zijn arrestatie in 2008 heeft dan ook alle kenmerken van een anticlimax. Karadzic blijkt in de Servische hoofdstad Belgrado te leven, vermomd als de zweverige alternatieve geneesheer Dr. Dabic. Al is het ondenkbaar dat hij zo lang ondergedoken kon blijven zonder hulp, het is ook duidelijk dat die hulp is ingetrokken omdat andere belangen zwaarder wegen. Karadzic blijkt wisselgeld te zijn geworden, zijn arrestatie en overdracht aan een Joegoslaviëtribunaal een goede gelegenheid voor Servië om kredietpunten te scoren in het buitenland.

Grappen

Gedemonstreerd tegen zijn uitlevering wordt er wel, maar de opkomst komt nergens in de buurt van de 100.000 waarmee rekening werd gehouden. Karadzic is een geest uit het verleden geworden en er worden grappen gemaakt over zijn potsierlijke vermomming. Ook het proces doet in Servië nauwelijks stof opwaaien.

Aan die vergetelheid wordt Karadzic deze week ontrukt. Ook in Bosnië en Servië kan het vonnis van vanmiddag op aandacht rekenen, al was het maar uit politiek opportunisme. Zo vernoemde de huidige president van de Servische deelrepubliek Milorad Dodik dit weekeind een studentenverblijf in Pale naar zijn beruchte voorganger.

Karadzic zal ongetwijfeld de gelegenheid gebruiken om zijn vredelievende intenties te benadrukken, zoals hij sinds 1990 doet. Alleen noemt nu vrijwel niemand hem meer president.

Twee beschuldigingen van genocide

Karadzic wordt beschuldigd van twee campagnes van genocide. Naast de reeds erkende genocide van Srebrenica wil de aanklager ook een genocideveroordeling voor de systematische etnische zuivering in zeven gemeentes in Noord- en Oost Bosnië. Niet-Serviërs werden daar weggejaagd of mishandeld in gevangenkampen zoals het beruchte Omarska. Dit zou bedoeld zijn om de gevangenen fysiek te vernietigen en deze bevolkingsgroepen te verdrijven uit de delen van Bosnië die hij als Servisch gebied claimde. Als de rechters daarin meegaan, zou dat het tweede geval van genocide betekenen in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.

Daarnaast telt de aanklacht een reeks aan vervolgingen, moordpartijen en deportaties die kwalificeren als misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, zoals het jarenlange beleg van Sarajevo en etnische zuiveringen door heel Bosnië. Tenslotte staat hij terecht voor de ontvoering van VN-soldaten in 1995, die als levend schild werden gebruikt om Navo-bombardementen af te wenden.

De aanklagers eisen een levenslange gevangenisstraf. Beide partijen kunnen nog tegen de uitspraak in beroep.

5 oktober 1991

Karadzic voorspelt in het Bosnische parlement een 'snelweg naar de hel' als het land zich onafhankelijk verklaart van Joegoslavië.

3 maart

Het parlement roept de onafhankelijkheid uit.

27 maart

1992 Bosnische Serviërs roepen een eigen republiek uit in Bosnië. Karadzic wordt president.

31 maart 1992

Bosnische Serviërs grijpen de macht in diverse steden. Moslims en Kroaten worden opgesloten in detentiekampen of verdreven.

April 1992

Begin van het beleg van Sarajevo. Bosnisch-Servische troepen beschieten de stad drieënhalf jaar lang, ten koste van 12.000 levens.

Mei 1995

Bosnisch-Servische troepen gijzelen wekenlang ruim 200 VN-soldaten om de Navo te dwingen bombardementen op hun stellingen te staken. Karadzic bewerkstelligt hun vrijlating.

11 juli 1995

Bosnisch-Servische troepen veroveren Srebrenica. Duizenden mannen en jongens worden vermoord.

25 juli 1995

Karadzic wordt aangeklaagd door het Joegoslavië-tribunaal. Hij verdwijnt van de voorgrond, maar blijft president van de Bosnisch-Servische republiek.

November 1995

Zonder Karadzic onderhandelen de strijdende partijen een akkoord uit dat een einde maakt aan de Bosnische oorlog.

19 juli 1996

Karadzic legt het presidentschap neer en trekt zich terug uit het openbare leven.

21 juli 2008

De Servische politie arresteert Karadzic in Belgrado en levert hem uit aan het tribunaal. Het duurt nog een jaar voor het proces begint.

7 oktober 2014

Na 497 zittingsdagen zit het proces erop. De rechters trekken zich terug voor anderhalf jaar aan beraadslaging.

24 maart 2016

Om 14.00 uur wordt het vonnis voorgelezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden