Kapuscinski’s voetstuk wankelt

’De keizer’, ’Heban’, ’De voetbaloorlog’. De boeken van Ryszard Kapuscinski zijn wereldwijd bekend. Weinig Poolse schrijvers kunnen dat over hun werk zeggen. Elke landgenoot die furore maakt, staat in Polen op een voetstuk en wee degene die daar aan tornt.

Artur Domoslawski deed dat toch. Met het boek ’Kapuscinski non fiction’ zet hij het mes in de legende en kreeg onmiddellijk een proces aan de broek van de weduwe Kapuscinska, die het boek wilde laten verbieden. Ze kreeg bijval van niemand minder dan Wladyslaw Bartoszewski, oud-minister van buitenlandse zaken, Auschwitz-overlevende en zelf een van de laatst nog levende ’morele autoriteiten’, zoals Polen dat plegen te noemen. ’Er zijn uitgevers die gidsen uitgeven voor bordelen, maar ik zou mijn eigen boeken daar niet willen uitgeven’, aldus Bartoszewski.

Hij werd niet gehinderd door enige kennis van het boek. Dat gold voor de meeste commentatoren. De pil verscheen afgelopen weekeinde. Er was dus niet veel tijd om de bespiegelingen van de auteur in overweging te nemen. De kritiek viel in drie hoofdstromingen uiteen.

De oudere generatie ergert zich aan het gemak, waarmee de autoriteit Kapuscinski in hun ogen wordt opgeofferd aan de laag-bij-de-grondse nieuwsgierigheid van het grote publiek. Vooral Kapuscinski’s reputatie als charmeur en rokkenjager zijn een steen des aanstoots.

De tweede groep criticasters zijn ’lustratoren’. Lustratie – het doorlichten van iemands biografie op samenwerking met de communistische autoriteiten en geheime diensten – is een favoriete bezigheid in rechts-nationalistische kringen. In deze manicheïstische benadering –Â iemand kon alleen fout of goed zijn onder het communisme – is Kapuscinski fout en wordt hij bij lezing van het boek nog fouter.

Kapuscinski begon zijn carrière als gelovig communist en verloochende die afkomst nooit helemaal. Als in Polen in de jaren zestig de Sturm und Drang van het nieuwe systeem zijn uitgewoed, richt hij zijn blik op de Derde Wereld, waar de verworpenen der aarde opstaan tegen hun koloniale overheersers. Dat hij daar de basis legt voor zijn latere meesterwerken is voor de ’lustratoren’ geen excuus.

Domoslawski laat zien dat Kapuscinski het met de feiten niet altijd even nauw nam. De vissen in het Victoriameer groeiden niet dankzij mensenvlees dat de Oegandese dictator Idi Amin ze voerde. Keizer Haile Selassie was geen analfabeet. De Belgische commando’s stonden niet klaar om de Poolse correspondent te executeren.

Hoeveel mag een reporter aan de feiten ’toevoegen’? Waar ligt de grens tussen reportage en literatuur? Niet alleen het oeuvre van Kapuscinski, ook de vragen die het nu oproept, overstijgen de rang van een Poolse burenruzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden