Kaplan / Het geval Nepal

'Een paar trainingsteams van de Special Forces en wat simpele wapens. Dat is alles wat nodig is.' Volgens de Amerikaanse journalist Robert  Kaplan  is er geen militaire oplossing voor Nepal, maar zal er zonder militaire druk ook geen politieke oplossing komen.

Edo Sturm

Nepal ligt ingeklemd tussen de twee opkomende economische en demografische supermachten China en India. Dit zou wel eens het eerste land kunnen zijn, sinds de val van de Berlijnse muur, waar communisten de macht weten te grijpen.

Maoïstische opstandelingen controleren nu het grootste deel van het achterland en bedreigen de hoofdstad Kathmandu. De regering-Bush dient vastberaden op te treden. Zij moet haar hoop niet vestigen op de onregelmatige onderhandelingen tussen de maoïsten en de politieke partijen van het land. Want die onderhandelingen kunnen net zo goed de laatste restjes koninklijk gezag ondermijnen en de positie van de opstandelingen verder versterken.

Met het stopzetten van de trainingen door Amerikaanse Special Forces van het in het nauw gedreven Koninklijke Nepalese Leger en met het bezuinigen op broodnodige Amerikaanse hulp aan de plaatselijke militairen, heeft de Amerikaanse regering zich te veel laten leiden door populaire abstracties over hoe je het best democratie kunt invoeren. De harde feiten heeft ze veronachtzaamd.

Wat zich nu in Nepal afspeelt, is een herhaling van wat zich in het midden van de jaren zeventig in Cambodja en tien jaar later in El Salvador afspeelde. In Cambodja dreigde de monsterlijke Rode Khmer de hoofdstad Phnom Penh in te nemen. Doordat het Watergate-schandaal de regering-Nixon had verzwakt, kon het Congres, waarin de Democraten de meerderheid hadden, de steun aan het erbarmelijk ondemocratische maar rechtmatige regime in Phnom Penh blokkeren. In El Salvador botsten moorddadige rechtse strijdkrachten, die vochten voor het behoud van een legitieme staat, met moorddadige linkse strijdkrachten die de geopolitieke ambities van de Sovjet-Unie en Cuba vertegenwoordigden. De media benadrukten eenzijdig de gruwelen begaan door het ene kamp, juist toen er voor de regering-Reagan weinig anders op zat dan dat kamp te steunen. Met hulp van een klein aantal trainers van de Special Forces slaagde rechts erin de strijd te winnen. In de jaren daarna konden staat en leger in El Salvador hervormd worden.

De slag winnen, betekende in El Salvador niet dat de oorlog compleet gewonnen was. Het betekende dat links een bloedneus geslagen werd, waardoor de staat een voorsprong kreeg in de onderhandelingen. Reagan was niet alleen een wilsoniaan die de wereld veilig wilde maken voor democratie, maar ook een realist. President Bush zou het El Salvador-model van Reagan ter harte moeten nemen in Nepal.

In Nepal heeft een ondemocratische monarch (koning Gyanendra Bikram Shah) alle macht naar zich toe getrokken; zijn leger maakt zich schuldig aan mensenrechtenschendingen, zoals het laten verdwijnen van burgers. Maar het is ook zo dat de politieke partijen die de koning aan de kant geschoven heeft, bestonden uit feodale politici die niet in staat waren om zich te ontworstelen aan het cliëntelisme van het kastenstelsel. Hun versie van de democratie heeft ervoor gezorgd dat het land in de jaren negentig in een diepe crisis terechtkwam, waarvan de maoïstische opstand een rechtstreeks gevolg is.

Het Koninklijke Nepalese Leger (KNL) is een typisch derdewereldleger, met alles wat dat inhoudt, van een slechte discipline tot en met een slechte behandeling van politieke gevangenen. Het voorbeeldig naleven van de mensenrechten, dat Washington van Nepal eist, zal dan ook niet lukken, zolang het land zich niet verder ontwikkelt. Maar de misdaden die het KNL zou hebben begaan, zijn wat betreft ernst niet te vergelijken met de misdaden van de maoïsten, zoals de 'verminkingsgruwelen' waarbij eerst de botten van het slachtoffer gebroken worden en vervolgens de ledematen worden afgesneden. In dit conflict zijn er geen good guys, maar er is ook geen morele gelijkwaardigheid.

Onbeperkte hulp aan het Koninklijke Nepalese Leger is niet nodig. Mijn suggestie zou zijn om de trainingen van de Special Forces aan één bepaald bataljon van het KNL te hervatten, in het kader van een bredere politieke strategie die gericht is op een dialoog tussen de koning en de politici in het land. De Special Forces zijn alleen een instrument, zij bieden geen antwoord op de politieke problemen. Dat specifieke bataljon is het Nepalese Rangers bataljon. Tijdens mijn recente bezoek aan Nepal heb ik de officieren en soldaten van dit bataljon leren kennen in hun trainingskamp.

De Nepalese officieren spreken vloeiend Engels. Zij zijn afgestudeerd aan Sandhurst en hebben ofwel de U.S. Army Ranger cursus doorlopen aan Fort Benning in Georgia of de Special Forces 'Q'- cursus aan Fort Bragg in North-Carolina. Deze officieren spreken intelligent en in detail over mensenrechten, en lijken in veel opzichten sterk op de buitenlandse studenten aan onze beste universiteiten. Omdat zij deel uitmaken van de wereldwijde elite, zouden ze waarschijnlijk een betere indruk in Washington maken dan veel Nepalese politici. Veel militairen die ik in de Derde Wereld gezien heb, kennen alleen het massale gevecht, maar de Nepalese Rangers vechten en trainen in teamverband. Dat is belangrijk, omdat je bij het neerslaan van een opstand in kleine groepen moet kunnen vechten.

Omdat het nog vele maanden zal duren voor het politieke proces in Kathmandu vooruitgang boekt, zijn deze elitetroepen van het Ranger bataljon het beste middel om de maoïsten intussen onder druk te houden. Er is geen militaire oplossing voor Nepal - maar de militaire en politieke realiteit zijn zo verweven dat er zonder militaire druk ook geen politieke oplossing zal komen. Dit wordt meestal niet begrepen door journalisten en mensenrechtenwerkers, die vaak goede contacten onderhouden met elkaar, maar niet met de militaire experts in Kathmandu. Op het moment dat de hamer en sikkel gehesen wordt in Nepal, zal geen haan meer kraaien naar de alleenheerschappij van de koning en de periodieke mensenrechtenschendingen van het KNL. Dan roepen diezelfde media: 'Wie verkwanselde Nepal?'

Zeg niet dat het niet zal gebeuren. De maoïsten hebben allerlei wervende ideologieën door elkaar gehusseld en er een soort seculiere religie van gemaakt, met de militaire discipline en het onvoorwaardelijk geloof die daarbij horen. Ik zag een vergelijkbaar proces in Eritrea, waar de guerrillabeweging uiteindelijk de Ethiopische regering omver wist te werpen. De maoïsten zijn net zo gewiekst in de omgang met de media als de Eritreeërs, terwijl het Koninklijke Nepalese Leger dat niet is. (Ik moest wekenlang lobbyen met hooggeplaatste Nepalezen om toegang te verkrijgen tot hun elite Rangerbataljon.) De maoïsten zijn de kinderen van de politiek van de jaren negentig, toen in Nepal een vrijemarkt-economie en volksdemocratie werden ingevoerd, wat zorgde voor een grotere sociale ongelijkheid. Zij vertegenwoordigen het verzet tegen globalisering, dat niet los gezien kan worden van andere sociale ontwikkelingen in Zuid-Azië.

In het dichtbij gelegen Bangladesh bijvoorbeeld, waar hindoeïsme en een milde vorm van islam tot voor kort zonder veel problemen samenleefden, heeft een sterke en assertieve wahabistische stroming de kop opgestoken. Als arm land dat zich niet kan veroorloven 'nee' te zeggen tegen geld en dat geteisterd wordt door overstromingen, is Bangladesh de perfecte vestigingsplaats geworden voor Al-Kaida. Over het zo diverse India zijn we geneigd om in stereotypen te denken: als het hart van de spiritualiteit tijdens het hippie-tijdperk en als het hart van software genialiteit tijdens het tijdperk van globetrottende journalisten die van het ene snelle bedrijf naar het andere luxe hotel reizen. Maar India heeft, zoals gewoonlijk, te kampen met sociale onrust, herlevende regionale bewegingen en opmerkelijk veerkrachtige linkse stromingen.

Nu wil de regering-Bush dat India zich gaat bemoeien met de situatie in Nepal. Maar in India wordt daar verschillend over gedacht. Een van de problemen is dat, zelfs als de Indiase regering de maoïsten zou willen aanpakken, de linkse partijen binnen de complexe politieke constellatie van New Delhi hen dan onmiddellijk zouden gaan steunen, wat gemakkelijk gaat dankzij een slecht bewaakte grens. Bovendien geniet India wel van het feit dat het een zwak, verdeeld, en van zich afhankelijk regime als buur heeft, zelfs al zit niemand te wachten op grote vluchtelingenstromen uit een maoïstisch Nepal naar de nu al instabiele Indiase deelstaat Bihar.

En dan is er helaas ook nog China dat, net zoals het deed in Oezbekistan, aan het wachten is tot mensenrechtenkwesties de regering-Bush zodanig verlammen dat Peking het over kan nemen en hulp kan verstrekken zonder zich te bekommeren om de morele toestand van het land. Toen de Nepalese minister van defensie een ontmoeting had met zijn collega in Peking, heeft China 1 miljoen dollar militaire steun toegezegd aan een Nepalees regime dat de VS weigeren bij te staan. Een paar trainingsteams van de Special Forces en wat simpele wapens. Dat is alles wat nodig is. Hoe sneller we interveniëren in een crisis, des te kleiner is het militaire spoor dat we achterlaten. Zo voorkom je toekomstige Iraks en Afghanistans.

Vertaling Yoram Stein. Van Robert Kaplan is onlangs het boek Met Amerikaanse soldaten in het veld verschenen (uitgeverij Het Spectrum).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden