Kapitein Haddock moet ontnuchteren

Hergé, artiestennaam van Georges Prosper Remi (1907-1983), was niet het soort man dat zich omdraait in zijn graf. Tijdens zijn leven had hij zich er al morrend bij neergelegd dat hij niet alles in de hand had. Waarom zou dat na zijn dood dan anders zijn? Toch zal er een lichte huivering door zijn botten gaan wanneer hij ziet dat Kuifje, die hij dacht meegenomen te hebben in zijn graf, nu als televisie-held nieuwe avonturen beleeft.

Jean-Luc Sterckx is de producer van de Nederlandstalige versie van de Frans-Canadese videoproduktie, gebaseerd op de albums. Hij benadrukt dat de bewerking onder streng toezicht stond van de Stichting Hergé, waarin weduwe Fanny Remi het laatste woord heeft. In Brussel werd de vertaling naast de albums gelegd, om de authenticiteit te garanderen. En om de afspraak gestand te doen dat van nieuwe avonturen geen sprake zou zijn. Dat was immers de uitdrukkelijke wens van Hergé geweest: 'Als ik er niet meer ben, zal Kuifje er ook niet meer zijn. Kuifje is mijn schepping, mijn bloed, zweet en tranen', zei hij in een interview in 1973. De gedachte dat anderen de reeks zouden voortzetten, zoals Albert Uderzo had gedaan met Asterix - de kleine Galliër - na de dood van René Goscinny, was hem een gruwel. Het album waaraan Hergé tijdens zijn laatste jaren werkte, 'Kuifje en de Alfa-kunst', geldt dan ook als zijn Unvollendete.

Kuifje was en is een miljoenenbusiness. Elk jaar gaan er meer albums over de toonbank. In totaal zijn er zo'n 150 miljoen exemplaren verkocht, waarvan de helft na de dood van Hergé, in veertig talen. Vorig jaar verscheen de eerste Friese vertaling, 'De Krab met de gouden skjirren', met Túfke, Bonne, Hepkema en Tjepkema. De 'Tintin Shop', met filialen in Londen, Barcelona, Tokio, Kioto en Brussel, die zich richt op een volwassen publiek, is een goudmijn. Facsimile uitgaven, modellen in hout of tin, natuurlijk T-shirts en sleutelhangers, maar ook boekensteunen en zelfs porseleinen serviezen gaan voor niet misselijke prijzen grif van de hand. Jaarlijks zijn de Kuifje zak- en bureau-agenda's al ruim vóór Sinterklaas uitverkocht. Ook Nederlandse grootwinkelbedrijven doen goede zaken met Kuifje-aanbiedingen. De Bijenkorf hield een 'Kuifje-uitverkoop', de Hema kwam vorige zomer zelfs met een Kuifje-lijn voor middelbare scholieren.

In het clip-tijdperk lag het voor de hand een nieuwe markt te veroveren door de avonturen van Kuifje in bewegende beelden om te zetten. Toch ging dat niet zonder aarzeling. Eerdere experimenten waren immers hopeloos mislukt. Dat gold zowel voor de statische, vlakke, vijfminuten-tekenfilmpjes die eind jaren vijftig door het Brusselse Belvision geproduceerd werden, als voor de acteurfilms uit de jaren zestig. Ook de avondvullende tekenfilms uit de jaren zeventig stelden teleur. De 39-delige animatieserie, in afleveringen van 25 minuten, die de Vara nu op het scherm brengt, is van een andere orde. Voor het eerst worden de albums tot leven gebracht.

De vertaling van de oorspronkelijk Franstalige serie was in handen van Arnold Gelderman. Die koos bewust voor het gebruik van Vlaamse acteurs: 'Kuifje is tenslotte een Belg'. Alleen kapitein Haddocks butler Nestor werd 'een bekakte Hagenaar'. Het lipsynchroon vertalen van Kuifje was voor Gelderman jeugdsentiment. “Ik ben met de Franstalige Tin Tin opgegroeid.” Tin Tin was de enige strip die Gelderman van zijn vader mocht lezen. “Omdat die man (Hergé, red.) tenminste had nagedacht.” Terwijl de hoofdfiguren Algemeen Beschaafd Vlaams spreken hebben buitenlanders een accent gekregen. Amerikanen knauwen, Borduriërs brommen, Italianen zingen-zeggen en Latijnsamerikanen bulderen. Gelderman koos voor die stemkleuring omdat verschillende landslieden volgens hem een kenmerkend stemgeluid hebben.

Van de 24 Kuifje-verhalen bevat de serie er 22. Niet verfilmd zijn 'Kuifje in het Land van de Sovjets' en 'Kuifje in Congo'. Van het eerste verhaal bestaat geen gekleurde versie, Hergé beschouwde het bovendien als een jeugdzonde. Dat gold ook voor het andere album. Jean-Luc Sterckx noemt dat verhaal 'gedateerd' en 'kwetsend voor de bevolking van het huidige Zaïre'. Behalve als een 'blanke missie' komt Kuifje er ook uit naar voren als een gewetenloos jager op grootwild. Hij blaast een neushoorn op met een staaf dynamiet, stroopt een aap en een giraf en brandt met een vergrootglas een gat in de kop van een olifant.

Hergé zelf rechtvaardigde zijn karikatuur van Afrika niet. Wel kwam hij met een verklaring voor het beeld dat hij geschetst had. “Zowel voor 'Congo' als voor 'Kuifje in de Sovjet-Unie' geldt, dat ik de vooroordelen van het burgerlijk milieu waarin ik leefde met de paplepel ingegoten kreeg... Het was 1930. Ik wist van het land niet meer dan wat de mensen erover vertelden: 'Negers zijn grote kinderen... Gelukkig voor hen, dat wij er zijn!' En volgens die criteria heb ik die Afrikanen ook getekend, in de puur paternalistische geest die België toen teisterde.”

Voor televisie bewerkt is wel 'Kuifje in Amerika'. De manier waarop dat gebeurde roept vele vraagtekens op. In het oorspronkelijke verhaal draait het om het gangstersyndicaat van Chicago, corrupte politie, de drooglegging, indianen en de Amerikaanse industrialisatie. In de video-versie zien we een ander Amerika: zonder corrupte politie, maar ook zonder indianen. Het Wilde Westen wordt uitsluitend bewoond door cowboys. De politie heeft een smetteloos blazoen en is blij met de hulp van de jonge reporter. Die heeft het veel gemakkelijker dan in het album, nu hoeft hij slechts een armzalig stelletje gangsters af te troeven.

Producer Jean-Luc Sterckx geeft toe dat de animatieversie van dit avontuur sterk verschilt van het oorspronkelijke verhaal. “U moet er niet teveel achter zoeken, tenslotte gaf de Stichting Hergé haar fiat.”

Dat is vreemd, want wat uit de video-versie is weggelaten is de essentie van Hergé's verhaal: zijn regelrechte minachting voor de Amerikanen en hun geldcultuur. In het album 'Kuifje in Amerika' wordt dat het duidelijkst wanneer er in indianengebied olie aangeboord wordt. Binnen 24 uur verjaagt het leger (met de bajonet op het geweer) de indiaanse bewoners, verrijst in de woestijn een stad met wolkenkrabbers en vervangt de auto het paard.

In de jaren zestig had Hergé zelf noodgedwongen al concessies gedaan aan zijn Amerikaanse uitgever in een conflict over de rol van negers. In het oorspronkelijke verhaal figureerden vier zwarten: een helper van Al Capone, een portier van een bankgebouw en een moeder met huilend kind. Op uitdrukkelijk verzoek van de Amerikanen verving Hergé de zwarten door Latino's. Hergé zwichtte ook toen de Amerikanen eisten dat in 'De Krab met de gulden Scharen' de neger die kapitein Haddock stokslagen geeft vervangen moest worden door een Mediterraan. Kennelijk was in het tot in de jaren zestig gesegregeerde Amerika voor zwarten naast blanken geen plaats, zelfs niet als schurk in een strip.

Omwille van de actie zijn ook enkele stripverhalen voor de video-versie gecomprimeerd. Voor Hergé kenmerkende zijlijntjes zijn daarmee verdwenen. Ook gingen veel visuele grappen verloren, al blijft er nog genoeg te genieten over.

Door belangrijke figuren weg te laten is aan enkele Kuifje-verhalen, net als aan 'Kuifje in Amerika', een groot deel van de politieke lading ontnomen. 'De blauwe Lotus' speelt begin jaren dertig in Shanghai, tijdens de Japanse bezetting van Mantsjoerije. Hergé schilderde de westerse concessiehouders in Shanghai af als een arrogant, racistisch volkje. Deze 'zijlijn' missen we in de animatieversie. Zo ontbreekt de Amerikaanse groot-industreel Gibbons (een racist van het zuiverste water die, als hij tegen een riksjaloper of kelner opbotst, roept: 'Vuile spleetoog. Hoe durf je iemand van het Blanke ras omver te lopen'). Ook sneuvelde een andere 'imperialist': de Brit Dawson, een vriend van Gibbons en hoofd van de politie van de internationale concessie in Shanghai. Deze westerse autoriteit is, in ruil voor het kwijtschelden van een speelschuld, graag bereid Kuifje aan de Japanse bezetter uit te leveren. Gebleven is de aversie van Hergé tegen de Japanners. In album en video zijn dat karikaturen: meedogenloze militaristische mannetjes, met korte beentjes en grote tanden.

Bewerkt is ook 'Cokes in voorraad'. Het oorspronkelijke verhaal maakte Hergé na lezing van een krante-artikel in 1956. Een Arabische luchtvaartmaatschappij beloofde zwarte pelgrims naar Mekka te brengen, maar verkocht hen als slaven. 'Cokes' was het codewoord voor slaven. In de animatie zijn de slaven vluchtelingen geworden (in dit geval met fez en djellaba). In tegenstelling tot de Mekka-gangers zitten zij in het complot. “Wij zijn vluchtelingen. Mannen ons met de schip naar Amerika brengen. Dat heel veel geld kosten. Al ons spaargeld, mienheer.”

'De Krab met de gulden Scharen' werd door de Vara als opening gekozen, hoewel het al het tiende verhaal is. Men wilde de kijkers snel kennis laten maken met de hoofdfiguren, naast Kuifje en Bobbie is dat in de eerste plaats de verlopen, maar door de ontmoeting met de reporter weer opfleurende kapitein Haddock ('Duizend bommen en granaten' is een van zijn honderden gevleugelde krachttermen). Haddock blijkt een vriend voor het leven, met als voornaamste 'zwakte' zijn verzotheid op whisky. Hergé introduceerde de kapitein in de hoop dat hij iets kon doen aan de braafheid (seks, drugs noch rock 'n roll) van Kuifje. De drankzucht van de kapitein leidt tot menig amusant moment, maar ook tot vele calamiteiten. In het album 'De Krab' steekt de zeeman een reddingsboot in brand en slaat hij Kuifje buiten westen, terwijl die een watervliegtuig bestuurt. In de tekenfilmpjes ontbreekt een lallende Haddock; de zeebonk ziet zijn geliefde flessen met Loch Lomond whisky voor hij een slok kan nemen aan barrels geschoten. Zoals de eenzame cowboy Lucky Luke afstand moest doen van het tussen zijn lippen bungelende shagje om met zijn albums toegelaten te worden tot de VS, moet Haddock nu ontnuchteren. Om de verhaaltjes alsnog rond te krijgen zijn het in de tv-serie schurken die de malheur veroorzaken. Zo wordt in 'De Krab' een extra schurk in het watervliegtuig gezet, die na zijn euvele daad (Kuifje k.o.-slaan) met een parachute het neerstortende vliegtuig verlaat.

Een vondst, en hommage aan de schepper van de populaire reporter, is wel dat Hergé (net als Hitchcock in zijn films) in de Kuifje-avonturen opduikt, als een toevallige passant, als tekenaar in een café of als verslaggever met de vraag: “Hoe voelt het nu om beroemd te zijn meneer Kuifje?”

In Frankrijk zond France 3 'Les avontures de Tintin' in een avondvullend programma uit. Het bezorgde de zender de hoogste kijkcijfers in zijn geschiedenis. De andere delen werden daarna op prime-time uitgezonden. Een extra beloning kwam toen de serie tot beste televisieprogramma van het jaar werd uitgeroepen. De Vara programmeerde de serie ('geen kinderprogramma, maar een programma voor de hele familie') aan het eind van de zaterdagmiddag. “Als de boodschappen gedaan zijn en het werk erop zit”, glundert Ria van Essen, hoofd filmzaken. Prime-time zat er in Nederland niet in, de stripheld verloor de concurrentieslag van Paul de Leeuw en Sonja.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden