Kapitalisme is toe aan groot onderhoud

De Britse prins Charles met IMF-directeur Christine Lagarde (rechts) en Lady Lynn de Rothschild bij de conferentie over 'inclusive capitalism'. Beeld reuters

Bankiers, investeerders en bekende wereldburgers waren afgelopen week in Londen om te praten over het wankelende kapitalisme. Hoe krijgen zij het grote geld beter verdeeld?

De bijeenkomst was net een slagje anders dan een winderig tentenkamp van Occupy Wall Street op een onaandoenlijk beursplein. Het onderwerp hetzelfde: hoe kan het kapitalisme ten goede komen aan iedereen en niet alleen aan die vermogende bovenlaag? Maar afgelopen dinsdag in Londen geen gesjouw met hete pannen soep tegen een decor van gerafelde spandoeken. In plaats daarvan kwamen de wereldelite, het grootkapitaal en de hoeders van het financiële stelsel eendrachtig samen om te discussiëren over 'inclusive capitalism'. Inclusief een goed diner natuurlijk.

Lady Lynn de Rothschild, aangetrouwde familie van de invloedrijke en vermogende De Rothschild-dynastie, had dat voor elkaar gekregen. Misschien geïnspireerd door de familiegeschiedenis. Stamvader Mayer Amschel Rothschild werkte zich in de achttiende eeuw een weg omhoog in de bankierswereld vanuit het getto in Frankfurt am Main. Die mogelijkheid, om met niets op te klimmen tot iets, is lang beschouwd als één van de grote verdiensten van het kapitalisme. Gelijke kansen, vrijheid van ondernemen, handel: het systeem heeft het algehele welvaartspeil in veel landen in de wereld opzienbarend omhoog gestuwd.

Vijf jaar na het uitbreken van de financiële crisis knaagt de twijfel over het kapitalisme echter harder dan ooit. De ongelijkheid is snel toegenomen, de werkloosheid onaanvaardbaar hoog en het financiële stelsel is nog verre van stabiel. Er is, kortom, groot onderhoud nodig om de raderen draaiende te houden.

Dat besef is niet langer alleen te vinden bij actievoerders in kampementen, demonstrerende werklozen en waarschuwende duurzaamheidsgoeroes. De tijdgeest kantelt, kritiek op de uitwassen van het kapitalisme raken meer en meer salonfähig. Dat bleek afgelopen jaar bij voorbeeld uit de publicaties van het IMF en de Oeso, bewakers van de wereldeconomie, maar in hun aard niet de meest vooroplopende organisaties. Zij lieten rapporten het daglicht zien, soms nog met weinig zelf gekozen publiciteit, over de gevaren van de groeiende ongelijkheid, de noodzaak voor 'inclusieve groei' en de hardleersheid van de financiële wereld.

Illuster gezelschap
Deze week in Londen bleek ook 'het grote geld' gevoelig voor een andere benadering van het kapitalisme. Een 'illuster gezelschap' had Lady de Rothschild bij elkaar gekregen, zoals IMF-voorzitter Christine Lagarde het noemde. Er waren 250 deelnemers aan de conferentie, uit 37 landen en 35 verschillende sectoren. Vele malen indrukwekkender nog: maar liefst 30 procent van het totale geïnvesteerde vermogen in de wereld zat volgens het organiserend comité aan tafel, ofwel het duizelingwekkende bedrag van 30 biljoen dollar, een 3 met 12 nullen.

De grote investeerders waren present, zoals de Blackrocks van deze wereld, topmensen zoals Eric Schmidt van Google, centrale bankiers zoals Mark Carney van de Bank of England. De enige Nederlander op de sprekerslijst was Paul Polman, bestuursvoorzitter van Unilever. Daarnaast de rondreizende wereldelite van invloedrijke denkers en speechers. De voormalige Amerikaanse minister van financiën Lawrence Summers mocht spreken en ex-president Bill Clinton stond op het programma. Die laatste had Lady de Rothschild gewoon persoonlijk benaderd. "Hij antwoordde: Lynn, dit is echt belangrijk, dus ik ben er", vertelde de Lady aan de Britse krant The Telegraph.

IMF-voorzitter Lagarde, een van de weinige vrouwen op de sprekerslijst, nam de gelegenheid te baat om het verzamelde kapitaal scherp toe te spreken. "Is 'inclusive capitalism' een oxymoron?" vroeg ze zich eerst schijnbaar retorisch af. Ofwel: een tegenspraak in zichzelf, zoiets als ongekroonde koning, werkvakantie of manwijf. Nee, dat is het niet, concludeerde de Française, maar er is nog wel een hoop timmerwerk nodig om iedereen 'in te sluiten'.

Vooral de financiële sector kreeg ervan langs, de bron van het kwaad. Ondanks torenhoge overheidsgaranties, in de VS tellen die op tot 70 miljard dollar, in de eurozone tot 300 miljard dollar, is het kwartje in die branche nog niet echt gevallen. Sterker: de sector dwarsboomt opzettelijk de noodzakelijke hervormingen, stelde Lagarde. Veel banken zijn nog steeds 'too big to fail'. Ofwel de overheid, lees de belastingbetaler, redt ze toch wel als het fout gaat. De buffers van banken zijn dan wel toegenomen, echt opschieten doet het niet. Nog altijd vormt de financiële sector een aanzienlijk risico voor het goed functioneren van de wereldeconomie.

Oprechte zorg of eigenbelang?
Mark Carney van de Bank of England deed er nog een schepje bovenop. Het kapitalisme vernietigt zichzelf tenzij de banken zich realiseren dat ook zij moeten bijdragen aan een rechtvaardiger samenleving, zei hij streng. Carney's woorden waren vooral gericht aan de eigen Londense City, het financiële hart van de wereld. Daar is het inmiddels weer 'business as usual': de belangrijkste zorg is de hoogte van de bonus, zo sloot de verontruste centrale bankier zich aan bij Lagarde.

Het bestuur van de stad Londen heeft de afgelopen jaren juist geprobeerd het geschonden blazoen weer op te krikken in organisaties en projecten die duurzame groei voorstaan waar iedereen van profiteert. De stad was dan ook medeorganisator van de conferentie. Die betrokkenheid bouwt voort op een lange traditie van liefdadigheid. Zes eeuwen geleden al bekommerde de burgemeester van Londen zich om het lot van de arme stadsgenoten. Hij stak geld in onder meer een ziekenzaal voor ongetrouwde moeders, openbare toiletten en een bibliotheek.

Anno 2014 is filantropie echter een zeer gebrekkige pleister om op het aangevreten fundament onder het kapitalistisch systeem te plakken. Landen, bedrijven en burgers zijn onderling zeer vervlochten geraakt door vrijere handel, technlogie die gespreide productie mogelijk maakt en het geliberaliseerde financiële systeem. Lokale liefdadigheid kan fijn zijn, maar verandert daar niet wezenlijk iets aan.

De onderhandelingsmacht van werknemers is kleiner geworden, de inkomensongelijkheid sterk gegroeid, vooral sinds de jaren tachtig. Talloze studies hebben dat inmiddels aangetoond, met het magnum opus van de Franse econoom Thomas Piketty als voorlopig sluitstuk. Die groeiende ongelijkheid werd op de conferentie in Londen dan ook als gegeven aangenomen, ondanks de felle discussie in de Financial Times afgelopen week over vermeende fouten in het werk van Piketty. "De feiten zijn bekend", stelde IMF-voorzitter Lagarde zeer nadrukkelijk in haar bijdrage.

Het is dan ook geen goedertierenheid geweest die 30 procent van het geïnvesteerde vermogen in de wereld naar Londen deed vliegen afgelopen week. De motivatie loopt uiteen van oprechte zorgen tot puur eigenbelang. Fondsen met veel kapitaal, zoals het grote Blackrock en pensioenfondsen, lopen een zeer groot risico als het financiële systeem opnieuw een klap zou krijgen. Gezaghebbende organisaties als het IMF hebben recent studies gepubliceerd waar uit blijkt dat grote ongelijkheid juist slecht is voor economische groei. Lange tijd werd het omgekeerde aangenomen. Dit soort, voor het bedrijfsleven relatief nieuwe inzichten, raakt dus ook de omzet van multinationals als Unilever.

Geen concrete antwoorden
Wat daaraan te doen, is vers twee. Unilever zet met bestuursvoorzitter Paul Polman de toon door de strategie van het bedrijf veel meer op de lange termijn te richten. Minder grondstoffen gebruiken, geen hijgerige kwartaalresultaten presenteren. Polman schreef er in de aanloop naar de conferentie een internationaal verspreid opiniestuk over, samen met organisator Lady Lynn de Rothschild. Dat was dan ook een belangrijk agendapunt in Londen: hoe kunnen wij, grootkapitaal en bedrijven, met z'n allen investeren met de lange termijn in ons hoofd? Hoe raken we af van de obsessie met kortetermijnwinst voor aandeelhouders of klanten?

Concrete antwoorden heeft de bijeenkomst in Londen nog niet opgeleverd. Het ging ook over het opleiden van werknemers en het stimuleren van innovatie. Maar heikele thema's, zoals hoe grote bedrijven en vermogende instellingen netjes voldoende belasting af kunnen dragen of werknemers vakbondsrechten te garanderen, stonden niet zichtbaar op het programma. Misschien wel besproken tijdens het diner, ergens tussen de soep en het hoofdgerecht. Maar dat weten we niet: de conferentie was slechts op uitnodiging te bezoeken, de discussies vielen, afgezien van de speeches, onder de zogeheten Chatham House Rule.

Ofwel: alles wat besproken werd, mag niet aan individuele deelnemers worden toegeschreven. Zo salonfähig is het allemaal dus ook nog niet. Toch behoorlijk onwennig voor het grote geld: openlijk kritiek uiten op het kapitalisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden