Kapbedrijven profiteren van vredestijd

Na jaren van oorlog kunnen handelaren in Congo dankzij de vrede nu ongestoord in het tropisch regenwoud kappen. „Het is een catastrofe”, zegt de pygmee Makelo.

Sybilla Claus

„Een meerderheid van de Congolezen leeft van het oerwoud”, zegt Adrien Sinafasi Makelo. „Ze wonen er niet in, zoals veel van de 300.000 pygmeeën. Maar ze leven en eten van de opbrengst: champignons, honing, rupsen.”

De kleine Makelo vertegenwoordigt de organisatie Dignité (Waardigheid) Pygmée en is kort in Nederland op uitnodiging van Greenpeace, dat onlangs een vernietigend rapport schreef over houtkap in Congo.

„Wij zijn niet tegen ontwikkeling. Maar nu is het puur het recht van de sterkste. Het land is zo groot en zo chaotisch georganiseerd dat het amper te beheren is.” Na een oorlog van jaren tussen milities, waarbij ook diverse buurlanden meevochten en Congo leeg plunderden, is er sinds 2002 vrede.

Het oerbos in Centraal Afrika is na het Amazonegebied het tweede grote tropische regenwoud en speelt daarmee een belangrijke rol in de globale klimaatbeheersing. Paradoxaal genoeg heeft de oorlog het bos tegen verwoesting beschermd. Vorig jaar waren er verkiezingen, waarbij Joseph Kabila tot president werd gekozen. Maar Kabila is niet meer dan een voormalig krijgsheer onder wiens bewind plundering normaal was en bleef. Diverse oud-militieleiders werken nu succesvol samen met grote kapbedrijven.

Makelo vertelt over de immense Evenaarsprovincie (negen maal Nederland), waar in de hoofdstad Mbandaka één ambtenaar zit – mét een fiets, dat wel – die de houtbranche controleert. „Om in het bos te komen moet hij, bij gebrek aan auto en benzine, meeliften met de grote houtbedrijven. Bij gebrek aan salaris moet hij uit hun zak eten. Daarna moet zo’n man een rapport schrijven over de situatie en het gedrag van die bedrijven.”

In de Congolese Boswet, die is ontworpen in samenwerking met de Wereldbank, staat dat kapbedrijven een sociaal contract moeten tekenen met de dorpen waar ze werken. De bedoeling is dat de dorpsbewoners zo mede profiteren van de economische ontwikkelingen. De bedrijven moeten officieel scholen, klinieken en wegen bouwen.

Makelo laat foto’s zien van schooltjes in Yafunga en Alibuku, nieuw maar nu al vervallen. „Zie je de ingezakte banken en het gat in het dak?” De muren bestaan uit stammetjes die niet eens zijn dicht gepleisterd. „Als de bedrijven al wegen aanleggen, is het voor hun eigen transport. Die wegen zijn van aarde en zo slecht, dat ze binnen een paar maanden alweer stuk zijn.”

Waar in koloniale tijden stamhoofden werden omgekocht met kralen en spiegeltjes, zijn dat tegenwoordig zaken als zout, suiker, zeep. „Soms zit er een fiets bij, soms tweedehands kleren, of kapmessen. Maar 100 kilo suiker gaat niet lang mee. Dorpshoofden denken dat het een gift is. Ze begrijpen niet dat ze in feite een recht verkopen voor langdurig gebruik”, zegt Makelo.

De Congolees is geboren in het dorpje Manguredjipa, ’twee dagen van de weg naar Butembo’. Voorlopig is zijn dorp veilig, omdat de kap eerst begint langs rivieren en wegen, waar het woud makkelijk toegankelijk is. „Maar er zijn al handelaren bij onze dorpsoudste geweest.”

Makelo verzet zich vooral tegen het idee van de Wereldbank dat industriële exploitatie van hout in Congo zou bijdragen aan armoedebestrijding. „Op deze manier is het juist fataal voor het milieu en de levensbronnen van zoveel gemeenschappen. Als er geen inkomsten overblijven, kunnen we toch alleen maar armer worden dan we al zijn?” Wie betaalt er eigenlijk belasting en wie profiteert daarvan, vragen Dignité Pygmée en Greenpeace zich af.

De oplossing die Makelo in Europa en bij de Wereldbank bepleit is dat er minder bedrijven worden toegelaten, minder concessie gegeven.

„Hopelijk kan Nederland, dat steeds meer hout uit Congo importeert, met zijn grote interesse in klimaatverandering bij de Wereldbank en bij de regering van Congo invloed uitoefenen. We moeten een eerlijker formule vinden voor de langere termijn. Met aandacht voor de spirituele kant van het bos, zoals de heilige plaatsen waar voorouders begraven liggen.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden