Kantoorklerk ruikt ook liever de lente

Zelfs op de groenste plekjes in Nederland duiken ze op: grote kantoorgebouwen die het uitzicht ontsieren. Wie is daar eigenlijk blij mee?

Enige tijd geleden waren mijn vrouw en ik aan het wandelen in de Mastenbroekerpolder, de oudste polder van Nederland gelegen nabij Zwolle. Het gebied doet al eeuwen zijn best om zo Nederlands (we zullen hier in Overijssel niet de term ’Hollands’ hanteren) mogelijk te ogen. De boerderijen liggen nog op terpen, de kikkers kwaken dat het een lieve lust is en die avond vochten de wolken met de ondergaande zon om de hoofdrol van al dit schoons. Toen draaiden wij ons om en zagen daar aan de andere kant van dit magnifieke schouwspel de contouren van de hoogbouw van één van onze grootbanken.

De eerste reactie kan natuurlijk niet anders zijn dan één van absolute ontzetting. Het gebouw is namelijk én lelijk én hoog en ontsiert tot kilometers diep het uitzicht over de polder. ’En dat van onze spaarcenten’, denk je dan. Mijn vrouw probeerde sfeer nog wat te redden door te zeggen dat het kennelijk wel typerend was dat we ons in het huidige Nederlandse landschap niet meer oriënteren op een kerk die ons de weg wijst, maar op een bank. ’Follow the money’, zullen we maar zeggen. ’Spaar het landschap, sloop een bank’ kwam op dat moment dichter bij mijn gemoedstoestand, die echter langzaam aan weer wat filosofischer werd.

Ik ben dol op banken in het landschap, maar dan wel om op te zitten. Met de bank kilometers verder was zitten geen optie en zo stonden wij daar dus. De vraag die langzaam maar zeker bij me opkwam was van wie het landschap is. Is het van de recreant die in het weekend vooral een groene, ongeschonden landschap zoekt om de vrije tijd in te nuttige te besteden? Is het van de boeren die hier zes dagen per week hard werkend het hoofd boven het het water proberen te houden? Of is het landschap van de bank – en haar medewerkers – die graag gezien willen worden en willen uitkijken over een mooi landschap.

Deze vraag wordt steeds belangrijker nu meer hoogbouw verschijnt langs de randen van de steden. De architectonische kletspraat die gepaard gaat met dergelijke projecten ziet het als volgt: ’Na de polders, windmolens en Deltawerken ligt in deze verticale stedenbouw een nieuwe uitdaging voor de traditie van de Nederlandse landschapsengineering. In dit project worden naast wonen, werken en recreëren, ook publieke en ecologische functies op een natuurlijke wijze meegenomen (www.hoogbouw.nl)’. Ed en Willem Bever hadden het niet beter kunnen verwoorden.

Het is natuurlijk vanuit de hoogbouw een geweldig gezicht om tientallen kilometers ver naar het Nederlandse landschap te kijken. Maar vanuit het landschap bezien is de hoogbouw toch veelal een vorm van horizonvervuiling die zich ook ’s nachts vaak hinderlijk presenteert in de groene ruimte. Het is een beetje hetzelfde als met de zichtlocaties die onze rijkswegen sieren. Geredeneerd vanuit de gedachte dat je kennelijk vanuit een impuls een auto koopt, komt langs de A12 bij de gemeente Veenendaal de ene na de andere dealer op je af. Van achter het glas presenteren zij ostentatief hun waar. De zichtlocatie gaat uit van het feit dat het bedrijf gezien wil worden, net als de bank. De vraag is echter of derden het gebouw dan wel bedrijf wel willen zien?

Dat lijkt niet het geval. Nederlanders, of ze er nu recreëren of wonen, willen bij voorkeur een onverstoord groen landschap zien. Niet doods of oubollig, maar wel zonder al te veel grootstedelijkheid. Dat alles geheel in lijn met het feit dat Nederlanders zich vooral zorgen maken over de verstening van ons land. In plaats van ’zichtlocaties’ zouden we daarom eens wat meer moeten nadenken over ’uit zicht locaties’. En dan bedoelen we niet ’uitzichtlocaties’ waarbij het kantoorpersoneel van honderden meters hoog neerkijkt op het platteland, maar werklocaties gelegen in een prachtige groene omgeving waar het personeel in de pauze eens een ommetje kan maken om vervolgens op een bankje te gaan zitten luisteren naar de lente.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden