Kansen voor Nederlandse biotechnologie

Farmaceut Organon in Oss wordt met sluiting bedreigd. Het biotechnologische bedrijf Crucell in Leiden wacht juist een rooskleurige toekomst. Wat is het verschil? De biomedische industrie in Nederland moet het hebben van kleine, innovatieve onderzoekscentra, zeggen deskundigen.

De stal van de oude stier Herman stond in 2002 in een wei vlakbij museum Naturalis in Leiden. De genetisch gemodificeerde stier staat nu – na zijn dood – opgezet in datzelfde museum en zijn stal is omgebouwd tot grand café. Het is de centrale ontmoetingsplek geworden van de ruim drieduizend medewerkers van het Leiden Bio Science Park, het grootste bedrijventerrein op het gebied van biotechnologie van Nederland, dat verrees rondom het weiland van Herman.

Bijna zeventig grotere en kleine bedrijven zijn er gevestigd, achter het Leids Universitair Medisch Centrum. Het park kent veel beloftes: Prosensa, To-bbb en Octoplus. Vlaggenschip van het park is Crucell, producent en ontwikkelaar van vaccins tegen onder andere griep en hiv. Het bedrijf, dat sinds twee jaar zwarte cijfers schrijft en over het tweede kwartaal een recordomzet boekte van 128 miljoen euro, ontstond direct uit de Universiteit Leiden.

Crucell is een schoolvoorbeeld van de samenwerking tussen wetenschap, bedrijfsleven en productie in de biomedische industrie. Oprichter Dinko Valerio was hoogleraar gentherapie en werd ondernemer, later zelfs durfinvesteerder. Precies zoals het Leiden Bio Science Park, waar bij de oprichting in 1984 ook een hoogleraar-ondernemer (Rob Schilperoort) betrokken was, het graag ziet. Het park laat alleen bedrijven toe die passen binnen die branche. „In de universiteit en de farmaceutische bedrijven ontstaan vaak de beste ideeën voor nieuwe biotechnologie”, zegt Nettie Buitelaar, de directeur van de Leiden Bio Science Park foundation.

De scherpe keuze voor de biomedische wetenschap leverde het park in 2009 de titel van beste bedrijventerrein van Nederland op. Jaarlijks komen er zo’n vijf tot tien nieuwe onderzoekscentra bij. Het park is exemplarisch voor de kracht van Nederland in de biomedische industrie. Die moet het niet hebben van grote, zware industrie, maar van kleine, innovatieve onderzoekscentra. Veelal opgericht met geld van durfinvesteerders, die hun slag pas slaan als zo’n bedrijf wordt doorverkocht aan een grote farmaceut.

Ook in die zin geeft Crucell weer het voorbeeld. Uitgegroeid tot een bedrijf van 1200 medewerkers, met een aantal vaccins in vergevorderd stadium en een contract met Unicef voor de levering van Quinvaxem (dat vijf ziektes tegelijkertijd bij kinderen bestrijdt), wil het Amerikaanse Johnson & Johnson zijn belang van 17 procent uitbreiden tot een volledig eigendom. Crucell is verheugd, net als Buitelaar. „Wij hebben er alle vertrouwen in dat J & J de werkgelegenheid in Leiden zal behouden. Hij is ook eigenaar van twee andere bedrijven op het Leiden Science Park, Centocor en Mentor. Daar hebben we goede ervaringen mee. J & J zoekt kennis op het gebied van vaccins die ze nu nog niet hebben. Crucell is voor hem van grote waarde.”

De overname van Crucell is inderdaad een logische stap voor J & J, vindt Luc Soete, hoogleraar internationale economische betrekkingen in Maastricht. De farmaceutische industrie is op zoek naar nieuwe producten. De patenten op medicijnen verlopen na twintig jaar. Voor oude blockbusters komt niet zomaar een nieuw geneesmiddel in de plaats. „Onderzoek wordt steeds moeilijker”, zegt Soete. „Alles wat makkelijk te ontdekken was, is al ontdekt. Nu moet je soms wel een miljoen moleculen testen om bij één of twee een waardevolle reactie vast te stellen. Grote bedrijven zijn niet wendbaar genoeg om dat goed te doen. Kleine, die voortkomen uit wetenschappelijk onderzoek, vaak wel. Maar als die een product eenmaal ver ontwikkeld hebben, missen zij het het netwerk om het geneesmiddel uit te testen, ook op mensen van verschillende genetische achtergronden. Ook hebben zij onvoldoende contacten met de internationale wetenschap, de ziekenhuizen en apotheken. In die laatste fase hebben de grote farmabedrijven weer veel te bieden.”

Het is dringen op de farmaceutische markt. De ene overname volgt de andere op. In Nederland springt behalve de geplande overname van Crucell door J & J, ook de overname van Organon door Schering-Plough in 2007 in het oog.

In 2009 werd het Amerikaanse Schering-Plough op zijn beurt overgenomen door landgenoot Merck. Ook belangrijk voor Nederland was de overname van het laboratorium van Solvay in Weesp door het Amerikaanse Abbott, in oktober vorig jaar. Net als bij Organon, waar 2100 mensen ontslagen worden, verdwijnen er ruim 500 banen bij Abbott.

„Toch gaat de overnameslag in de farmaceutische sector grotendeels aan Nederland voorbij”, zegt Peter Bertens van brancheorganisatie Nefarma. „Onze biotechnologische sector bestaat uit kleine bedrijven. Die zijn nog niet interessant voor overname, omdat hun onderzoek zich in een te vroeg stadium bevindt. Over vijf jaar zal dat anders zijn.

„Crucell is nu het eerste voorbeeld van een bedrijf dat interessant genoeg is voor overname. In die trant doordenkend, zou Pharming zich mogelijk ook in belangstelling mogen verheugen. Het is al heel ver met een medicijn om zwellingen van het lichaam tegen te gaan. Commercieel minder lucratief dan de vaccins van Crucell misschien, maar ook aantrekkelijk voor een grote farmaceut.”

Internationaal is er volgens Bertens iedere week wel een overname in de farmaceutische sector. Vorige week kondigde Pfizer, dat onlangs Wyeth overnam, ook de aankoop van King Pharmaceuticals aan. Andere voorbeelden uit 2010 is de overname van OSI Pharmaceuticals door Astellas, van Talecris Biotherapeutics door Grifols en van Piramal Healthcare door Abbott. Het ging hierbij steeds om miljardenbedragen.

Risico van een grote, zware farmaceutische industrie is dat die het nationale onderzoek gaat domineren, vindt de Belg Luc Soete. Het Belgische Janssen Pharmaceutica is overgenomen door J & J. Er verdwijnen de komende jaren ruim 500 banen, maar dat is niet het enige gevolg van de inmenging van de Amerikanen in de Belgische farmaceutische industrie.

Soete: „J & J beheerst nu alle grote onderzoekslaboratoria van Vlaanderen. Die in Wallonië zijn in handen van GlaxoSmithKline (GSK). Zij drukken hun stempel op de geneesmiddelen- en vaccinindustrie in het Belgische onderzoekslandschap sinds decennia. Dat is ook een weerspiegeling van het niveau van het wetenschappelijk onderzoek van zowel de Vlaamse als Franstalige universiteiten en academische ziekenhuizen. Nederland is wat dat betreft veel minder afhankelijk van de big pharma dan België.”

De globalisering van de farmaceutische industrie maakt het voor de Nederlandse overheid lastig om de sector te stimuleren. Het is maar de vraag of de opbrengsten van de patenten van kleine innovatieve bedrijven ook ten goede komen aan Nederlandse bedrijven.

Kijk naar Crucell: net nu het bedrijf begint te lopen, neemt een Amerikaan het over. De productie besteedde Crucell al uit aan Zuid-Korea. „Bedrijven op lifescienceparken leveren hoogwaardige werkgelegenheid en zijn goed voor het wetenschappelijk klimaat. Bovendien leveren ze een bijdrage aan het verbeteren van de gezondheid van mensen”, zegt Buitelaar van het Leiden Bio Science Park. „Maar inderdaad, het is niet gezegd dat overheidsinvesteringen de industrie in Nederland op lange termijn bevorderen.”

Dat grote buitenlandse farmaceuten zich melden om een Nederlands bedrijf over te nemen, wordt in de farmasector vooral als erkenning van de kwaliteit van het onderzoek gezien. Nederland is volgens het jaarlijkse biotechnologierapport van Ernst & Young een opkomend land als het gaat om biomedisch onderzoek. Het heeft voor Europese begrippen relatief veel geneesmiddelen in de eerste fase van ontwikkeling. Bertens: „Als die bedrijven worden opgekocht, krijgen durfinvesteerders hun investering terug en kunnen die opnieuw in een ander bedrijf steken.”

De globalisering mag geen reden zijn om de biotechnologie niet te stimuleren, vinden de betrokkenen. „Als we iets geleerd hebben van Organon en Abbott, is het wel dat we te weinig geïnvesteerd hebben in de sector”, zegt Nettie Buitelaar.

Peter Bertens is dat met haar eens: „Het is niet altijd in geld uit te drukken welke bijdrage overheidssubsidies leveren aan de ontwikkeling van de industrie. Het gaat er ook om dat we banen scheppen voor de mensen die we aan de universiteiten goed opleiden. Subsidies zijn misschien niet de meest verantwoorde methode. Je kunt ook de regels voor bijvoorbeeld klinisch onderzoek versoepelen, dat helpt al een heleboel.”

Met soepele regels en belastingverlagingen vechten Europese landen onderlinge strijd uit om de farma-industrie aan zich te binden. Luc Soete vindt dat niet verstandig. „De concurrentie tussen de bedrijven is al groot genoeg, daar hoeven de lidstaten niet nog een schepje bovenop te doen. Nederland houdt de onderzoekskosten vrij hoog. De belastingaftrek op onderzoeks- en ontwikkelingswerk is hier beperkter dan in andere landen. De onderzoekskosten in Frankrijk liggen 35 procent lager dan in Nederland en België. Dat maakte de keuze voor Merck om wel in Frankrijk te blijven en niet in Nederland, een stuk makkelijker. Het is de vraag of er niet een Europees beleid moet komen waarin dat beter wordt verdeeld.”

Voor Organon komt dat te laat, denkt Buitelaar. Een sciencepark zoals in Leiden, ziet zij daar niet komen. „Er had daar al eerder geïnvesteerd moeten worden in een nieuwe kennisinstelling. Oss heeft geen kenniscentrum, zoals een universiteit. Ook is er geen dienstverlening die speciaal gericht is op de biotechindustrie. Bovendien moet het hele park van voor af aan beginnen, er zijn nog geen bedrijven die al vergevorderde medicijnen hebben of al samenwerken met farmaceuten. In Leiden heb je jonge en oudere bedrijven door elkaar. Die kunnen van elkaar profiteren.”

Geslaagde biotechnologie parken hebben dynamiek nodig. Nefarma vindt dat behalve Leiden, ook de parken in en rond Amsterdam, Nijmegen en Utrecht goed meedoen. Oss kan daar wat Bertens betreft bij aansluiten.

„De bus naar Nijmegen is zo genomen. Bovendien heeft Oss een productiefaciliteit die andere parken weer ontberen. Wij zien Nederland liever als één groot park. Qua afstand doen de steden niet veel onder voor die van de belangrijkste onderzoekscentra rond Boston. En dat is toch de wereldtop.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden