Kansarme migrant moet wegblijven

Ieder heeft het recht een eigen partner te kiezen. Maar bij huwelijksimmigratie is dat recht niet onbeperkt.

Petra van der Burg en Mirjam Sterk en medewerker Wetenschappelijk Instituut voor het CDA; Tweede Kamerlid voor het CDA

Tijdens de Algemene Beschouwingen heeft de fractievoorzitter van het CDA de noodzaak benadrukt om de instroom van kansarme huwelijksimmigranten in te dammen. Dat is natuurlijk een opmerkelijk standpunt voor een partij die de eigen relaties van mensen als het fundament van de samenleving beschouwt. Heeft het CDA dan geen oog meer voor vrije partnerkeuze? Die voorstelling van zaken is echt te beperkt.

Bij huwelijksimmigratie spelen meerdere belangen. De individuele huwelijksimmigrant leeft niet op een eiland, maar maakt deel uit van de samenleving, en die heeft fysieke en sociale grenzen. Haar opnamecapaciteit is niet eindeloos.

In ongeveer veertig jaar is het aantal niet-westerse immigranten toegenomen van ongeveer 160.000 tot 1,4 miljoen –een demografische aardverschuiving. Gelukkig weet het grootste deel van de immigranten zich prima te redden. Voor een forse minderheid blijkt dit veel ingewikkelder: men spreekt de taal niet of nauwelijks, heeft geen werk of alleen tijdelijke of laagbetaalde banen, de kinderen hebben grote moeite om mee te komen op school en dreigen af te glijden in de criminaliteit. Vervolgens gaat men zich nog meer terugtrekken in de eigen leefwereld en treden allerlei ontwrichtende processen in werking.

In het rapport ’Integratie op waarden geschat’ heeft het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA al eerder voorstellen gedaan om de instroom van kansarme huwelijksmigranten in te perken. Juist deze groep overvraagt het draagvlak van de sociale infrastructuur.

Daarom is het redelijk eisen te stellen. Wie in Nederland een bestaan wil opbouwen, zou in elk geval moeten beschikken over een zekere scholing (diploma op middelbaar niveau), en een westerse taal moeten beheersen. Dat is de basis waar vervolgens in de inburgeringcursus op kan worden voortgebouwd.

De binnenkomende partner zal zich met die bagage meer zelfstandig – ook op de arbeidsmarkt – kunnen redden. Loopt de relatie onverhoopt op de klippen, dan is de kans kleiner dat de samenleving de kosten voor een bijstandsuitkering moet opbrengen. Tegelijk zijn mensen beter in staat hun rol als opvoeder waar te maken. De bedoeling is immers dat ouders kinderen wegwijs maken in hun omgeving en niet andersom.

Ook het verschijnsel ‘uithuwelijken’ moet worden ingedamd. Dat kan door het verbod op neef- en nichthuwelijken weer in te voeren.

Het doel van al deze voorstellen is niet alleen om harmonieuze relaties binnen de immigrantengezinnen te bevorderen, maar ook en vooral om te zorgen dat er een positieve uitwisseling met de omgeving kan ontstaan. Immigranten(gezinnen) of gemeenschappen zullen een zekere binding moeten krijgen met de bredere samenleving. Dat gebeurt via werk, school, sportclub en sociale activiteiten. Gaandeweg zal dan ook een verbondenheid op een diepere laag groeien.

Om daadwerkelijk te kunnen meedoen, is beheersing van de Nederlandse taal onontbeerlijk. Samenwerken en samenleven gaat alleen als je elkaar verstaat. Taal is ook onmisbaar voor arbeidsparticipatie. Laaggeschoold werk is immers steeds minder voorhanden.

Het leren van een taal blijkt echter geen eenvoudige opdracht. Of men er in slaagt zich op latere leeftijd een redelijk taalniveau eigen te maken, heeft te maken met opleidingsniveau. Veel (hoogopgeleide) vluchtelingen weten zich in relatief korte tijd een behoorlijke taalvaardigheid te verwerven. Het omgekeerde proces doet zich echter ook op grote schaal voor.

Jaarlijks vragen ongeveer 15.000 mensen om gezinsvorming of -hereniging. De meeste van deze huwelijksmigranten zijn laag opgeleid, spreken nauwelijks Nederlands. Zij hebben daardoor zelf geringe kansen in Nederland en hebben veelal ook grote moeite hun kinderen te begeleiden in hun schoolloopbaan. Velen haken bij de verplichte inburgering voortijdig af of boeken niet of nauwelijks leerwinst.

Terwijl de immigranten van de afgelopen decennia nog maar ten dele hun plek hebben gevonden, vestigt zich steeds opnieuw een eerste generatie die van de grond af aan moet beginnen. Dat is onwenselijk. Het vermindert het draagvlak voor de aanwezigheid van immigranten in de samenleving vermindert. Het overvraagt het onderwijssysteem. En het remt de integratie van degenen die hier al zijn.

Eisen stellen is dus nodig om een zekere rust te creëren, zowel voor de voormalige immigranten als voor de samenleving zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden