Kansarme kan zich in de krijgsmacht opwerken

De Nederlandse krijgsmacht is haar vijand kwijt en daarmee haar doel. Een 'brede maatschappelijke discussie' moet de organisatie in een nieuwe richting duwen. Dat nieuwe leger zal zeker veelkleuriger zijn. De Amerikaanse socioloog Moskos ziet grote kansen. “De krijgsmacht is de enige plek in Amerika waar blanken worden rondgecommandeerd door zwarten.”

FRANS DIJKSTRA

Het kan een schok zijn voor progressievelingen: het leger is een prima plek om raciale minderheden vooruit te helpen. En niet alleen in de vredige kazerne. Juist als het leger uit schieten gaat in de boze buitenwereld, vallen de laatste scheidslijnen tussen de kleuren weg.

Dat concludeert de socioloog Charles Moskos uit een levenlang observeren van de Amerikaanse krijgsmacht. Zwarten, ofwel Afro-Amerikanen zoals ze daar tegenwoordig heten, bereiken in het leger posities waarvan ze in de burgermaatschappij zelfs niet kunnen dromen. “Negen procent van onze generaals in de landmacht is nu zwart”, zegt Moskos. “De krijgsmacht is de enige plek in Amerika waar blanken dag in dag uit worden rondgecommandeerd door zwarten”.

Hij denkt dat de burgermaatschappij daar lessen uit kan trekken en zelfs Nederland kan er wat aan hebben. Vandaar dat de Haagse 'Stichting maatschappij en krijgsmacht' hem gisteren naar een congres over minderheden in de krijgsmacht in Breda haalde.

“Het belangrijkste is dat non-discriminatie een absoluut beginsel moet zijn, maar tegelijkertijd mag je de eisen die je stelt aan de mensen niet laten zakken”. Aan positieve discriminatie heeft Moskos een broertje dood. Net als aan de o zo 'progressieve' gedachten op de Amerikaanse universiteiten over bestrijding van racisme. “Daar proberen het racisme uit te bannen door te letten op wat mensen zeggen. Maar het kan mij weinig schelen hoe mensen denken, het gaat mij om hun gedrag. En racistisch gedrag is nu op de universiteiten een veel groter probleem dan in de krijgsmacht. Ze hebben daar nog weinig bereikt. Ik heb liever een organisatie met zwarten in leidinggevende posities, waar ook nog wat racisten rondlopen, dan een organisatie zonder racisten en weinig zwarten”.

Op zijn eigen Northwestern University in Evanston, Illinois, waar hij werkt als professor militaire sociologie, is hij een buitenbeentje.

“De anti-oorlogsgeneratie maakt daar nu de dienst uit en die wil niets weten van het militaire apparaat”, zegt hij. De afgelopen jaren heeft hij maar twaalf studenten gehad en de meesten waren al beroepsofficier. Zijn faam als militair socioloog leeft dan ook vooral buiten de universiteit.

Met zijn vroegere zwarte student John Sibley Butler schreef hij het boek 'All that we can be', over de opkomst van de zwarte soldaat. Butler heeft, net als hijzelf, een pragmatische instelling. “Hij zei eens dat als de Ku Klux Klan een afdeling in de buurt zou hebben, dat hij dan graag de eigenaar van de wasserij zou zijn die hun witte lakens schoonmaakt.”

De 64-jarige Moskos heeft zelf ook gediend, als dienstplichtige eind jaren '50. Hij werd naar Duitsland gestuurd. “Een fantastische tijd”, herinnert hij zich. “Ik zat eigenlijk bij de genietroepen, maar omdat ik kon typen kreeg ik een kantoorbaan. En ik kreeg wat van Europa te zien”.

Ten tijde van de dienstplicht, die tot 1973 heeft bestaan in de VS, maakten Afro-Amerikanen twaalf procent van de krijgsmacht uit, net als in de burgermaatschappij. Na afschaffing van de dienstplicht steeg hun aandeel flink, vooral in de landmacht. “De zwarten kenden de landmacht van hun diensttijd, bij de marine en luchtmacht zaten alleen vrijwilligers. Wie bij de landmacht een goede tijd had gehad, maakte mond-op-mondreclame in de zwarte gemeenschap.”

Aanvankelijk waren er wel reserves, onder meer door het verhaal dat zwarten in de Vietnamese oorlog als kanonnenvoer werden gebruikt. “Een mythe”, oordeelt Moskos op grond van de cijfers. “Het aantal zwarte doden klopte met hun aandeel in de krijgsmacht.”

Doordat veel Afro-Amerikanen kozen voor de landmacht, was de vijver groot genoeg om er goede officieren uit te vissen. De Amerikaanse marine ontbeert die aantallen. Toch heeft de marine nu als doel gesteld dat officierencorps in 2000 een afspiegeling moet zijn van de samenleving, met twaalf procent zwarten, 12 procent Spaanstaligen en vijf procent Aziaten. “Dat lukt nooit”, oordeelt Moskos nu al. “Ze zullen echt eerst een boel gekwalificeerde mensen moeten opleiden.” Quota stellen zonder heel veel geld in opleidingen steken, is zinloos, vindt hij. De Amerikaanse landmacht runt een 'dertiende klas' van de middelbare school om jonge zwarten klaar te stomen voor officiersopleidingen.

“Dat is ook een les waar Nederland iets aan zou kunnen hebben”, zegt hij. “De progressieven moeten beseffen dat de krijgsmacht echt iets kan betekenen voor kansarme mensen. Maar de conservatieven zullen zich erbij neer moeten leggen dat het heel veel geld kost. De landmacht heeft laten zien dat jongeren met een gebrekkige achtergrond boven zichzelf uit kunnen stijgen en kunnen voldoen aan hoge eisen in denken en doen”.

Toch wil Moskos niet de indruk wekken dat de utopie werkelijkheid is geworden in het Amerikaanse leger. “Natuurlijk worden er rotopmerkingen gemaakt, natuurlijk wordt er gemopperd. Maar iedereen weet dat racistisch gedrag het einde van je loopbaan betekent. Dat is een keihard gegeven. Zelfs bij blanke soldaten onder elkaar hoor je zelden racistische opmerkingen”.

Het is Moskos opgevallen dat zwarten vooral kiezen voor logistieke en ondersteunende in plaats van gevechtsfuncties. “Ze denken dat ze daar opleidingen krijgen, die later betere vooruitzichten geven in de burgermaatschappij. Dat blijkt ook wel te kloppen. Ik heb wel eens gebladerd in de Who is who van zwarte zakenmannen en ik zag dat tachtig procent een militaire loopbaan had gehad. Als je naar de progressieve leiders van de burgerrechtenbeweging kijkt, dan heeft niemand in het leger gezeten”.

Moskos kan enig sarcasme niet meer bedwingen. “De jongens van de burgerrechten zouden in zaken moeten gaan en in het leger.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden