Kans op armoede het grootst tussen 55 en 65 jaar

Beeld ANP XTRA

Wie tussen de 55 en 65 jaar oud is, loopt het meeste risico om langdurig in armoede te leven. Dat komt doordat een deel van deze groep afhankelijk raakt van een uitkering. Zodra mensen met pensioen zijn, daalt het risico weer. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat heeft naar inkomens gekeken van 2011 tot en met 2014.

Mensen leven in langdurige armoede als ze minstens vier jaar aan een stuk een laag inkomen hebben. Wat dat precies is, hangt af van de omstandigheden. Voor een alleenstaande is dit een inkomen tot 1020 euro netto per maand. Voor een echtpaar met drie kinderen is het maximaal 2100 euro netto.

Een op de zes jonge volwassenen heeft een laag inkomen, maar bij slechts twee procent is dat langdurig. De meesten laten de armoede achter zich zodra ze een baan krijgen. Van alle zestigers heeft 12 procent een laag inkomen, maar bij de helft van hen is dat ook nog langdurig (zie grafiek 1), dus vier jaar of langer.

grafiek 1 Beeld CBS

De 65-plussers hebben het minste risico op langdurige armoede. Wie een volledige AOW-uitkering krijgt, leeft boven de armoedegrens. "Bovendien hebben de meeste ouderen naast de AOW aanvullende inkomsten, bijvoorbeeld aanvullend pensioen of inkomsten uit vermogen'', aldus het CBS.

Eenoudergezinnen
Vooral eenoudergezinnen met jonge kinderen hebben het moeilijk. Een op de drie van hen moest rondkomen van een laag inkomen. En een op de tien moest dat al minstens vier jaar lang (zie grafiek 2).

grafiek 2 Beeld CBS

Afkomst
Het CBS keek ook naar inkomensgegevens in combinatie met afkomst van de hoofdkostwinner. Dan blijkt dat bijna 32 procent van de huishoudens met een niet-westerse hoofdkostwinner in 2014 een laag inkomen had. Dit is drie keer zo vaak als gemiddeld en vier keer zo vaak als onder autochtonen.

Bij niet-westerse huishoudens heeft het lage inkomen bovendien vaker een aanhoudend karakter, aldus het statistiekbureau. Een langdurig laag inkomen komt bij niet-westerse huishoudens bijna zes keer zo veel voor als onder autochtone Nederlanders.

Het CBS heeft het aandeel langdurige lage inkomens ook uitgeplitst onder de vier traditionele migrantengroepen (zie grafiek 3). Met 14,8 procent was dit aandeel het grootst bij huishoudens waarvan de hoofdkostwinner een Marokkaanse achtergrond had. Het kleinst (7,6 procent) was het onder Surinaamse huishoudens.

grafiek 3 Beeld CBS

Deze verschillen tussen de herkomstgroepen kunnen deels verklaard worden uit verschillen in uitkeringsafhankelijkheid: zo leven Marokkanen relatief vaker van een uitkering dan Surinamers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden