KANKER

Sommige mensen die in de put zitten moeten eerst nog dieper vallen voordat ze eruit klauteren. Ellende kan je sterken, en zo rapen sommigen onder de 'gelukkige samenloop van ongelukkige omstandigheden' alle moed bij elkaar. Volgens de arts J. N. Schilder overkomt dat de enkeling die spontaan herstelt van kanker, zonder dat een behandeling invloed op de tumor gehad lijkt te hebben.

MARTIN VAN DER LAAN

Kanker lijkt geen aandoening die zich uit zichzelf terugtrekt. Schilder trachtte daarom de omstandigheden te achterhalen waarin deze patiënten zich bevinden voordat de spontane regressie optreedt. Er gebeurt iets met hen: anders dan patiënten die gelaten afwachten hoe de tumor voortwoekert, rechten zij de rug. Het zijn vaak mensen die al voor de diagnose een gekweld leven leidden.

De extra domper 'kanker' lijkt ze over een drempel heen te helpen, stelde Schilder vast. Afhankelijk en meegaand als ze waren, ontwaken ze na de jobstijding en nemen zelf de regie in handen. En dat niet eens vanuit een overtrokken houding van 'Ik moet positief denken'. Het overkomt ze meer, onberedeneerd: alsof hun persoonlijkheid niet bewust maar in een psychosociale reflex op orde wordt gebracht.

De promotor van Schilder, prof. dr. M. de Vries, oprichter van het Helen Dowling Instituut in Rotterdam waar het onderzoek werd verricht, noemde dit eens een existentiële reorganisatie. Sommige mensen zijn er rijp voor als de arts met de akelige tijding komt. Ze herpakken zich, weigeren verdere behandeling, maken schoonschip in relaties, hebben plotseling lak aan de neerbuigende houding van superieuren en kiezen voor bezigheden en een tijdverdrijf waar ze al heel lang naar hunkerden.

In de door Schilder beschreven gevallen, of de tumor nu in een bot, de nek, de buik of baarmoeder zat, lijken vrijwel alle patiënten met spontane regressie hun eigen leven meer ter hand te nemen. Soms hebben ze daar een extra zetje voor nodig, zoals de patiënte die tijdens een bergtocht door haar partner in steek werd gelaten. Of een andere, die van haar dominante broer, met wie ze altijd overhoop lag, te horen kreeg dat hij niet eens op haar begrafenis zou komen. Deze vrouwen werden existentieel door elkaar geschud, er kwam een ongebruikelijke durf boven.

En dan verschrompelt de tumor: hier is reserve op zijn plaats. Dat beseft Schilder zelf ook wel, al is het alleen vanwege de haken en ogen bij de selectie van patiënten met spontane regressie. Bloeien zij wel spontaan op? Een onbegrepen verbetering kan toch een aanwijsbare oorzaak hebben. Bij voorbeeld als het herstel te danken is aan het vertraagde effect van een behandeling die was opgegeven bij gebrek aan resultaat. Het lichaam lijkt het weliswaar zelf op te knappen, maar wel met dank aan de medicijnen van een tijdje terug.

Ook een niet goed geslaagde operatie of bestraling van een gezwel, waarbij te veel tumorweefsel is achtergebleven, kan met vertraging zorgen dat het restant van het kwade weefsel ogenschijnlijk vanzelf verdwijnt. Tumoren onderdrukken soms de immunologische afweer, maar als een fors gedeelte is verwijderd, blijkt het immuunsysteem soms weer te floreren en in staat om de rest van het woekerende weefsel op te ruimen: met dank dus aan de chirurg of radioloog.

Volgens de promovendus gelden deze mechanismen niet voor de door hem beschreven patiënten. Ook de relativering dat zij na het gunstige ziektebeloop er later een positief, persoonlijk verhaal aan vastknopen klopt niet. Volgens Schilder zijn de vraaggesprekken, ook met mensen uit de omgeving van patiënten, zorgvuldig gevoerd, en door buitenstaanders objectief beoordeeld.

Blijft de vraag of er een verklaring is voor dit uiterst zeldzame herstel: nogmaals, één op de honderdduizend patiënten. Het ligt voor de hand om naar het immuunsysteem te wijzen. De afweer kan te lijden hebben van een bedrukt gemoed. Als mensen zich van een sombere, fatalistische houding bevrijden, zou het immuunsysteem zich kunnen oprichten en de tumor effectief te lijf gaan.

Schilder verwijst naar tal van studies op dit gebied, maar waakt er terecht voor om ze zo maar als verklaring van spontane regressie op te voeren. Onder bedreiging of stress stijgt in het bloed de concentratie van hormonen die de immuniteit onderdrukken. Ze remmen de activiteit van afweercellen, zoals natural killer-cellen, en vertragen de aanmaak ervan.

Bij mensen die doortastend met gerezen problemen omgaan, blijken de immuuncellen spoedig weer op niveau te komen. En juist huidkanker en nierkanker - twee typen tumoren waarbij spontane regressie soms voorkomt - lijken gevoelig voor de tegenactie van bovengenoemde natural killer-cellen.

Uit dierproeven kwamen ook tal van andere immuunfactoren in de strijd tegen tumoren aan het licht. Mogelijk is de immuniteit tijdens de ziekte te sturen, wat onder meer zou blijken uit het gunstige effect van groepstherapieën bij patiënten met borst- en huidkanker, die iets langer leven. Een gesterkte geest geeft een verhoogde immuniteit, die de tumor onderdrukt? Schilder erkent dat dit mechanisme voorlopig alleen nog maar vragen oproept.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden